Archief | Reisverslag RSS feed for this section

Angola en de treurigheid

7 jun

20150329_152625

Lieve I,

Voor ik de grens overstak wist ik twee dingen over Angola: accommodatie is er belachelijk duur, en het stikt er van de landmijnen. Dat laatste is de erfenis van dertig jaar burgeroorlog, en het eerste eigenlijk ook: door die oorlog is er geen infrastructuur voor toerisme en dus zijn alle hotels gericht op zakenlui. Zaken betekent hier olie, en olie betekent geld. En dus was mijn grootste zorg: waar ga ik slapen? Geen campsites, geen hotels die ik kon betalen, geen enkel stukje vrije grond in de wildernis dat zomaar te vertrouwen was. Maar voortdurende onzekerheid is de natuurlijke staat van de avonturier en vertrouwen in een goede afloop het enige soelaas. Vol goede moed reed ik Oshikango in, het eerste stadje van enige betekenis vanuit het zuiden in de richting van Lubango en de kust. Uit de krochten van mijn talenreservoir diepte ik mijn Spaans op en begon bij de Portugees sprekende bevolking zo goed en zo kwaad als dat ging rond te vragen naar slaapplekken. Ik kwam uit bij verschillende hotels die minimaal 50 euro vroegen voor een kamer en waar ik niet mocht kamperen, ook al hadden ze ruimte zat. Dit kon nog wel eens uiterst ingewikkeld worden.

Lees verder

Advertenties

Het is hier geen Afrika (of misschien toch?)

9 mei

IMG_5950

Lieve I,

Namibië is nog beter gelukt dan Zuid-Afrika. Zijn in de Regenboognatie de restanten van de Apartheid nog opvallend aanwezig in de vorm van townships, in Namibië zijn de zwarten zowat verdwenen, zo lijkt het. In ieder geval als je vanuit het zuiden het land binnenrijdt, zoals ik deed. Waarschijnlijk waren er ook gewoon minder, of misschien hebben de Duitsers, die er een tijd lang de baas waren, de zaak weer eens wat gründlicher aangepakt dan de Hollanders en de oorspronkelijk bevolking zodanig over de kling gejaagd dat er niemand meer over is gebleven. En vervolgens kwam er ook hier nog het blanke Zuid-Afrikaans regime overheen (Namibië maakte van 1920 tot 1990 deel uit van Zuid-Afrika). Feit is dat Namibië één grote ontzettend lege woestijn is, waar desondanks nauwelijks een stuk land bestaat dat geen blank privé-eigendom is. Rijdend door de eindeloze stoffige vlakten passeer je kilometer na kilometer hek, aan beide kanten van de weg. Namibië is, zeg maar, twee keer niks met een hek eromheen en een weg door het midden. Af en toe is er een teken van leven dat er op de kaart uitziet als een dorp, een stad, een nederzetting, maar in werkelijkheid niet meer is dan een pleisterplaats, met een winkeltje, een mogelijkheid om te overnachten en, als je geluk hebt, een benzinepomp. Soms is er een poort in het hek, met een spoor erachter dat ook naar niks lijkt te leiden, maar uiteindelijk uitkomt bij een boerderij, een lodge of een campsite (meestal alles in één), waar een van oorsprong Duitse of Afrikaner familie woont die, ondersteund door een legertje zwart personeel, volledig zelfvoorzienend is. Deze landgoederen zijn kleine wildreservaten, zo groot als de provincie Utrecht, waar de springbokken, oryxen en zebra’s grazen naast de koeien van de eigenaar. Namibië is het Wilde Westen in Afrikaner-Duitse stijl, waar de paarden vervangen zijn door de onvermijdelijke Toyota Hilux pick-up en de saloon door een Bayerische Bierstube. Je moet guts hebben om hier te wonen en in die zin is de Afrikaner trots begrijpelijk; dit is geen land voor kleinzerige watjes.

Lees verder

Keerpunt (2)

16 apr

20150114_191414

Lieve I,

Met enige regelmaat wordt mij gevraagd waarom ik dit doe, en hoe ik op het idee gekomen ben om deze reis te maken. Ik vind dat altijd wat merkwaardig. Voor mij is het vanzelfsprekend dat ik hier ben. Dat wil zeggen, ik had natuurlijk nooit precies een voorstelling van alle plekken waar ik geweest ben, van alles wat ik heb gezien en meegemaakt, van alles wat ik nog ga ervaren. Ik had natuurlijk nooit gedacht dat ik ooit in Matadi in de Democratische Republiek Congo op een binnenplaats van een katholieke kleuterschool een stukje zou zitten tikken. Dat is, als ik erover nadenk, voor mij net zo wonderbaarlijk als voor iedereen. Wat ik wel altijd al wist is dat deze reis er, in een of andere vorm, moest komen. Hoezeer ik ook kan twijfelen aan zo’n beetje alles wat ik doe, het is nooit een vraag geweest of ik dit wel wilde. Het was alleen wachten op de mogelijkheid, op het goede moment. Dááraan heb ik wel getwijfeld, of dat moment ooit zou komen. Of ik ooit genoeg geld zou hebben, of ik het zou durven, of ik niet altijd een excuus zou kunnen blijven verzinnen om het niet te doen.

Lees verder

De aanhouder (of hoe je een visum regelt voor Angola)

15 mrt

IMG_5768

Lieve I,

Dit verhaal begint op 23 oktober 2013. Op die dag, twee dagen voor het op dat moment geplande vertrek, vier dagen voor het daadwerkelijke vertrek, ben ik bij het Consulaat Generaal van Angola in Rotterdam. Ik zit in een luxe leren fauteuil achterover gezakt te kijken naar mensen in pak die heen en weer lopen tussen de balie en de kantoren aan de andere kant van de gang. Aan de wand hangt een groot portret van de president en een kaart van het land. In de hoek staat een container met water. Twee kraantjes: blauw voor koud, rood voor warm. Ik wacht. Iemand heeft mij verteld dat ik in Nederland een visum moet regelen als ik naar Angola wil. Anders kom ik er niet in. Angola is heel ver weg. Het is aan de andere kant van Afrika dan waar ik wil beginnen en stiekem twijfel ik of ik er ooit zal komen. Maar wil mijn plan, een rondje Afrika, kans van slagen hebben dan moet ik door Angola. En dan heb ik een visum nodig.

Ik ben voorbereid. Mijn tas zit vol papieren. Alles wat een overheid mogelijkerwijs van je zou kunnen vragen zit erin. Ingevuld aanvraagformulier, paspoort, tweede paspoort, pasfoto’s, het gele boekje met inentingen, autopapieren, rijbewijs, internationaal rijbewijs, internationaal kentekenbewijs, , polis van zorgverzekering, polis van reisverzekering, polis van autoverzekering, pinpas, credit card, uittreksel van de Kamer van Koophandel, verklaring van de bank over mijn financiële draagkracht, verklaring van goed gedrag, een kaartje van Afrika met de geplande route. En overal kopieën van. Gesmeerde boterhammen, een flesje water.

Ik wacht.

Lees verder

Van het luipaard, het lijk en de chaperonne

8 mrt

IMG_3965 (2)

Lieve I,

Voordat ik je vertelde van mijn bloedstollende stuck-in-the-river ervaring in Botswana en ik mijn analyse van Afrika ten beste gaf, had ik je achtergelaten in Zambia, weet je nog? Na het Sterrenmeer in Malawi kwam ik het land in bij South Luangwa, een van de beroemde wildparken aldaar. Tot dan toe had ik nog nergens een luipaard gespot en het zou tijd worden. De mogelijkheden werden schaarser, maar South Luangwa zou een van de beste plekken moeten zijn om de beruchte kat in het wild te zien. En ja hoor, de eerste dag al, ik was feitelijk nog niet eens in het park, zat te schrijven op het terras van Croc Valley Camp, kwam een bewaker mij waarschuwen dat ik moest komen kijken. Een panikerende baviaan had alarm geslagen, hij stond aan onze kant van de rivier als een malle te schreeuwen naar een stipje aan de overkant. Daar struinde een luipaard langs de kant van het water, dronk wat van de rivier en verdween in de bush. Het was zelfs met de verrekijker niet goed te zien, maar het was er een, ontegenzeggelijk, en mijn missie was toen al zo goed als geslaagd.

Lees verder

Het is hier geen Europa

17 jan

IMG_8526

Lieve I,

Ergens tussen de kilometers door las ik Night train to Lisbon van Pascal Mercier. In dat boek komt een moreel dilemma aan de orde. Een dilemma dat ik eerder tegenkwam in een ander boek, dat ik kreeg van een Nederlands stel in Malawi: A passage to Africa van voormalig BBC News correspondent in Afrika, George Alagiah. Een dilemma dat misschien wel de essentie raakt van een vraag die al sinds Ethiopië door mijn hoofd waart, en waar iedereen die wat langer op het continent is tegenaan loopt: hoe moet het verder met Afrika?

Vorig jaar rond deze tijd was ik in Khartoum, mijn eerste stop in Afrika. Ik vierde nieuwjaar in een guesthouse waar ik een Zwitsers stel tegenkwam. Zij reisden al twee jaar in een oude Landrover, hadden het rondje gemaakt dat ik van plan was te gaan doen, alleen de andere kant op. Hun beeld van Afrika was gedurende hun reis veranderd, zeiden ze. Het was anders dan ze gedacht hadden, al konden ze er niet de vinger op leggen wát er dan precies anders aan was. Nu, een jaar later, en een jaar reizen door Afrika wijzer, weet ik wat ze bedoelden.

Lees verder

Zondagskind

18 nov

IMG_4339

Lieve I,

Ik ben een goede slaper, maar ook ik lag voordat ik vertrok wel eens ’s nachts wakker, vervuld van zorgen. Wat als ik een been breek, of een enge ziekte oploop? Wat als Landcruiser het opgeeft in de middle of nowhere? Wat als iemand er met Landcruiser vandoor gaat? Wat als iemand een pistool tegen mijn hoofd zet?

Acteurs Ewan McGregor en Charley Boorman die op de motor van Schotland naar Kaapstad reden en daarvan verslag deden in de BBC tv-serie en het boek The long way down, volgden ter voorbereiding een survivalcursus en kregen instructie over hoe te handelen bij een gewapende overval of kidnapping. Dat is een leuk verhaal voor de serie en het boek, maar het is ook zwaar overdreven. Zeker in Zuid Oost Afrika is overlandreizen net zoveel vakantie als avontuur. Hoe verder zuidelijk ik kom, hoe beter de campsites zijn uitgerust. Hoewel er altijd wel iets is dat niet werkt, zijn stromend warm water, elektriciteit, een kampvuurplek met brandhout en een braaipit vrijwel standaard. Ik kom steeds dichter bij Zuid Afrika en langzaam wordt het beeld vooral bepaald door de, meestal gehuurde, Toyota Hilux met rooftoptent en aanhanger. Zuid Afrikanen (het blanke deel, de zwarten moeten werken, in de keuken, achter de bar, in de tuin) gaan naar Namibië, Botswana en Zambia zoals Nederlanders naar Frankrijk gaan; twee of drie weken met de aardappelen in de kofferbak en de broodjes in de koelbox. Alleen is hun auto dus wat groter. Survival betekent hier dat je na twintig bier en vijf shotjes nog rechtop kunt staan.

Lees verder