Mzungu paradise

20 Jun

IMG_1498

Ik zal talmen, uitwegen zoeken.
Mezelf proberen warm te houden.
Maar op den duur zal ik er toch
aan moeten geloven, zal ik
lopen gaan, naar de anderen toe
die al om het vuur gegroepeerd staan.

(gedicht van Dorpsoudste de Jong, ergens op internet geciteerd door dichter Erik Lindner, die in Zimbabwe was en daar verslag van deed voor Poetry International)

 

Lieve I,

Ik vertelde je al eerder over de Europese bubble waarin ik sinds Kenia min of meer terecht ben gekomen, en het verlangen daaraan te ontsnappen. Welnu, dat ontsnappen is vooralsnog totaal mislukt. De bubble is hier in Uganda alleen maar groter geworden. Ik realiseer me steeds meer dat je door Oost-Afrika kunt reizen zonder ook maar iets van het lokale leven mee te krijgen. Natuurlijk, ik zie vanalles vanuit Landcruisers raampje, de dorpjes met lemen huizen, de winkeltjes langs de kant van de weg, de scholen met kindertjes in uniform, maar ik neem er niet aan deel. Ik kom op schitterende plekken, bij lodges met uitzicht waar ik als jongetje van droomde, in natuurparken waar de BBC en National Geographic hun beelden schieten, maar die lodges zijn allemaal eigendom van Europeanen en de parken worden alleen bezocht door blanke toeristen. Reizen in Oost-Afrika is niet per se het avontuur dat alle reisbureaus je willen laten geloven, zeker niet als je bij die bureaus een tour boekt. Zelfs als je in je eentje gaat, zoals ik, word je bijna vanzelf die bubble ingezogen.

20140506_184811

Het feit dat die bubble bestaat baart me langzamerhand zorgen. Het lijkt erop dat de kolonisatie nooit helemaal is afgelopen. Mzungu’s (blanken) leven hier nog steeds allemaal achter een muur met een bewaker ervoor. Ze gaan naar koffietentjes en restaurants waar ze Europees voedsel eten dat de lokale bevolking niet kan betalen. Overdag werken ze voor ngo’s die, zoals vroeger de missionarissen, de arme zwarten komen vertellen hoe ze hun leven kunnen verbeteren. Of eigenlijk: hoe ze net zo kunnen leven als zij. ’s Avonds komen ze uit de dorpen terug en gaan ze weer achter hun muurtje zitten met andere mzungu’s en worden geserveerd door de lokale bevolking die tegen een lokaal appel-en-ei-salaris hun huishouden verzorgt. Hier en daar trouwt een blanke met een zwarte (soms is er in die gevallen zowaar sprake van wederkerige echte liefde, vaak gaat het om een niet geëxpliciteerde zakelijke transactie, waarbij de zwarte een beter leven krijgt en de blanke een lekkere neger(in)) en dan wordt de zwarte de bubble ingezogen, maar integratie van blanken in de zwarte gemeenschap is vrijwel nergens aan de orde.

Natuurlijk is dat allemaal wel begrijpelijk. Niemand wil wonen in de dorpjes waar het merendeel van de lokale bevolking woont. Er is geen schoon water, geen stroom, geen hygiëne en dus staat je gezondheid voortdurend onder druk. Als je dan de kans hebt om wel in een normaal huis te wonen, dan is de keus niet zo moeilijk. Liever gezond achter een muur dan doodziek geïntegreerd. Wat mijzelf betreft; hoe groot moet het avontuur zijn? Ik wil niet kotsend in bed liggen, maar als ik tijdens mijn reis alleen een frikandel moet missen kan ik net zo goed thuis blijven. Kortom, ik word voortdurend heen en weer geslingerd tussen mijn fascinatie voor de avonturen van de 19de-eeuwse ontdekkingsreizigers aan de ene kant en dat wat zij met hun avonturen in gang hebben gezet aan de andere.

Deze tegenstelling komt hier in Uganda extra sterk naar voren. Mijn avonturiersvrienden zijn alom aanwezig; de namen van meren, rivieren, bergen en watervallen vinden hun oorsprong in de tijd dat Speke, Livingstone en Stanley hier voor het eerst kwamen. Tegelijkertijd zijn de ontberingen die zij moesten doorstaan om hier te komen verder weg dan ooit. De bubble heeft zelfs zijn Europese schil afgeworpen en is rood-wit-blauw geworden; ik heb de hele reis nog niet zoveel Nederlands gepraat als in Uganda.

Het begon al in sportbar Just Kicking. Daar zat M, mijn date die geen date meer was. Sinds Khartoum, waar ik zat toen ze me voor het eerst een berichtje stuurde, hadden we contact gehouden. Ik zou haar opzoeken in Kampala en we zouden zien in welke richting het universum ons zou duwen. Even dacht ik dat jij mij eindelijk gevonden had. Maar nog voordat ik in Uganda aankwam was iemand mij voor; ergens in Kenia deelde M mij mee dat ze inmiddels een relatie had. Ik liep weer eens achter de feiten aan. Toch spraken we af. Het werd een lange avond waarbij ik ingewijd werd in de geheimen van expats en het importeren van aardappelen en zaden. Met een tollend hoofd kwam ik aan bij Red Chilli, de betonnen kolos van een hostel met slaapzalen vol 18-jarige backpacksters die arme Ugandezen komen helpen. Het zou mijn uitvalsbasis worden.

IMG_1509

In de dagen daarna joeg ik over de beste weg tot nu toe naar het noorden, naar Murchison Falls National Park, waarbij ik een tussenstop maakte in Butiaba, een vissersdorp aan de rand van Lake Albert. Daar kwam ik op een informatiebordje een nieuwe vriend tegen in de persoon van Samuel Baker, de eerste Europeaan die, samen met zijn vrouw Florence, de eerste was die Lake Albert zag. Hij bewees dat de Nijl vanuit de bron bij Lake Victoria Lake Albert in stroomt. Dat gebeurt bij Murchison Falls, de watervallen die door diezelfde Baker vernoemd werden naar Sir Roderick Murchison. En dát was de president van de Britse Royal Geographical Society en de beschermheer van David Livingstone tijdens diens zoektocht naar de bron van de Nijl. Ik zei het al, als je er oog voor hebt waart de geest van de ontdekkingsreizigers hier overal rond.

Na een boottocht naar de watervallen en een gamedrive over de savanne spoedde ik mij naar Entebbe, waar vriend D zijn opwachting maakte. In een bliksemactie boekte hij twee weken eerder een ticket vanuit Nederland. Hij zou veertien dagen met mij meereizen, naar het zuidwesten. Maar voor we de tocht begonnen kregen we eerst een uitstekend voorbeeld van de kloof tussen blank en zwart die ik net beschreef. Bij mzungubar Iguana in Kampala kregen we gezelschap van twee zussen, buiten ons medeweten ingelicht door de receptie van Red Chilli. Ze kwamen als vanzelfsprekend bij ons staan en namen drankjes aan alsof ze onze vriendinnen waren. Precies dat was natuurlijk de bedoeling, om onze vriendinnen te worden. Niemand zei het hardop, maar feitelijk konden we een vrouw kopen voor een paar biertjes en een taxi naar huis. Of, van de andere kant bekeken: zij probeerden een beter leven te kopen in ruil voor hun diensten. Een deal waar iedereen blij van wordt, toch?

IMG_1841

Na een dag rust aan het zwembad gingen D en ik op weg. We hobbelden door fotogenieke dorpjes tussen de Crater Lakes, joegen met een stok Vervet Monkeys weg van onze lunch en schrokken ons een hartaanval toen we oog in oog stonden met een Spitting Cobra. Voordat we Queen Elizabeth National Park bereikten wilden we eerst de Rwenzori Mountains op. Dit waren de bergen, de Mountains of the Moon, waar vriend Livingstone in zijn laatste expeditie naar op zoek was. Maar de weg de bergen in was een week eerder weggeslagen tijdens een regenbui. Her en der verspreid lagen vernielde houten huisjes en het gat in de weg had de afmetingen van een klein voetbalveld. We konden er niet door. Dan maar naar het park. Achter op een boda boda knetterden we door Queen Elizabeth, vergaapten ons aan de wilde dieren op de oever van het Kazinga Channel en baanden ons een weg door het oerbos in de Kyambura Gorge, op zoek naar chimpansees. We zagen er uiteindelijk slechts twee. Een moeder met baby, dat wel.

IMG_1867

De weg naar Lake Bunyonyi, onze volgende bestemming, loopt midden door Queen Elizabeth Park. Het is een doorgaande weg, je bent in het park, maar je hoeft geen entree te betalen. Vriend D en ik reden daar. Nu moet je weten I, dat een van de belangrijkste attracties van Queen Elizabeth de leeuwen zijn. Het zijn namelijk leeuwen die, om een of andere reden, in bomen klimmen. Deze zogenaamde climbing lions zijn uniek in de wereld. Ze komen in een bepaald deel van het park voor, er worden speciale safari’s voor georganiseerd, maar tijdens die safari’s worden ze lang niet altijd gezien. Ons werd verteld dat ze de laatste dagen niet gespot waren.

D en ik namen de aanwezigheid van die leeuwen niet zo serieus en aten gewoon buiten de auto een boterham. Toen we vlak na onze lunch weer in de auto zaten reden we langs een andere auto die stilstond aan de kant van de weg. Nu staan er hier wel vaker auto’s aan de kant de weg en we besteedden er nauwelijks aandacht aan. Maar aan het eind van de dag, we hadden net gegeten en zaten aan de eerste Nile Special van de avond, kwam er een man naar ons toe.

‘Zijn jullie die gasten met die witte Landcruiser?’

Weifelend geknik aan onze kant.

‘Dan heb ik jullie vanmiddag gezien. Ik probeerde jullie nog te waarschuwen.’

D en ik keken elkaar aan. ‘Zijn jullie die gasten die langs de kant van de weg stonden?’

‘Ja,’ zei hij. ‘Wij stonden er al drie kwartier.’

‘O jee, autopech? Hadden we jullie moeten helpen?’

‘Nee,’ zei hij, ‘geen problemen met de auto. We hadden geen hulp nodig, we wilden jullie juist helpen.’

‘Waarmee dan?’

‘Er zat daar een leeuw in een boom.’

D en ik hadden die middag gratis en voor niks een van de grootste attracties van Uganda kunnen zien. Het universum had zelfs een boodschapper gezonden om ons erop te wijzen, maar in onze onnozelheid hadden we de signalen keihard genegeerd. Het kwam die avond niet meer goed met D en mij.

Op de route naar Lake Bunyonyi dienden de volgende vrienden zich aan. Midden op de weg stond een auto stil en deze keer namen D en ik geen risico. We stopten. Lisa, Jop en Marie-Fleur en Theo en Jopie leken samen een Brabants gezin, maar bleken drie afzonderlijke eenheden waartussen, als gevolg van een gebroken distributieriem, een band gesmeed was. Ze stonden daar al drie uur. Wycliffe, hun chauffeur, was naar het dorp om hulp te halen. D en ik konden niet veel meer doen dan troostdropjes en bemoedigende woorden uitdelen. Toch zette die ontmoeting een keten van gebeurtenissen in gang die er de oorzaak van is dat ik nog steeds in Uganda ben.

IMG_2172

Wycliffe bleek de vriend van Brabantse Robin, die een bed and breakfast heeft in Masaka (Villa Katwe). Nu ligt Masaka niet per se op de toeristische route en er is niet overdreven veel te doen, maar het is wel de thuisbasis van een stuk of wat buitenlandse hulporganisaties. En van de Ambiance, een van de bekendste discotheken in Oost Afrika. Masaka stond, om allerlei redenen, toch al op het lijstje van vriend D en nu we ook een goed logeeradres hadden was er geen ontkomen meer aan.

Maar eerst stonden nog de berggorilla’s op het programma. Met een groep van vier, jawel, Nederlanders, daalden D en ik af naar de vallei waar we een van de laatst overgebleven families van deze bedreigde diersoort zouden ontmoeten. Na een half uur gingen de rugzakken af en kapten onze begeleiders met machetes een pad door de dichte jungle. Er klonk een vreemd geluid en even dacht ik dat de gids een snotterbel probeerde binnen te houden en voortdurend zijn neus ophaalde. Totdat ik plotseling oog in oog stond met een harig zwart gevaarte dat in alle rust, op zijn kont gezeten, blaadjes van een tak plukte en daarbij een dieptevreden geknor liet horen. We zaten midden tussen de gorilla’s. Nu had ik van apen het beeld dat ze zich nogal behendig door het groen weten te bewegen, slingerend door boomtoppen, moeiteloos balancerend op wankele takken. Niets van dat alles bij gorilla’s. Klimmen kunnen ze nog wel, maar vervolgens laten ze zich doodleuk naar beneden vallen, daarbij het halve bos platwalsend, om precies naast jou terecht te komen. Officieel moet je minimaal zeven meter afstand houden, maar de gorilla’s zelf is blijkbaar niks verteld. En zo stonden we op een meter afstand de vegetarische lunch van moeder overste weg te kijken, terwijl vader silverback nog maar eens een halve boom naar beneden trok om precies dat ene blaadje te snaaien, niet wetend dat zoonlief nog in die boom zat en aldus onder luid geraas in het struikgewas donderde. Animal Crackers was er niks bij.

 

Na deze gorillaervaring kon de veertiendaagse tour van D al niet meer stuk. En toen moest Masaka nog komen. Bij Villa Katwe werden we als vrienden ontvangen door Wycliffe en Robin. Lisa, die tijdelijk in Villa Katwe woont, wilde wel eens zien hoe D en ik de lokale vrouwelijke bevolking zouden inpalmen in de Ambiance en begeleidde ons naar de twee verdiepingen tellende danstent. Wycliffe trad op als chauffeur en hield onze moves nauwlettend in de gaten. Na een paar Nile Specials begaven D en ik ons moedig naar het midden van de dansvloer om die Afrikanen te bewijzen dat mzungu’s wel degelijk kunnen dansen. Het aanwezige vrouwvolk nam dat serieus en ging de uitdaging aan. In no time werden we overrompeld. D werd als eerste op Afrikaanse wijze genomen door een kleine kroesharige. Ik lag in een deuk, maar was weldra zelf aan de beurt, waarna D schuddebuikend op de vloer lag. Lisa en Wycliffe keken hoofdschuddend toe. Het werd vijf uur, of zes, dat kan ik me niet meer herinneren. Voordat we in de auto stapten wist ik nog net een telefoonnummer van een donkere schone te scoren, dat Wycliffe vervolgens op weg naar huis gedecideerd uit het raam flikkerde. De volgende dag was voor de helft voorbij toen D en ik aan het ontbijt zaten. D kreeg geen hap door zijn keel en ik bezwoer Robin dat ik nooit meer naar de Ambiance zou gaan. Maar het universum had andere plannen met mij, zo zou later blijken.

IMG-20140510-WA0006

Terug ik Kampala sprongen D en ik in een rubberboot om de stroomversnellingen van de Nijl te bedwingen. Raften over klasse V rapids is geen kattepis en de Mexicaan die bij ons in de boot zat zag al lijkbleek voordat we goed en wel onderweg waren. D en ik hadden al vaker met dit bijltje gehakt en kozen steevast voor de meest heftige route door het wit schuimende water. We slaagden er zowaar in niet om te slaan, wat D er niet van weerhield toch meteen bij de tweede rapid uit de boot te kukelen. Omdat ik niet helemaal droog aan wilde komen dook ook ik bij de volgende rapid de golven in. Onze Mexicaanse vriend zat toen al lang en breed in de safety boat.

Aan het eind van die dag vloog vriend D naar huis. Maar ik was niet lang alleen. Een paar dagen later, ik wachtte op een onderdeel van mijn kooktoestel dat uit Nederland moest komen, wandelden Jop en Marie-Fleur Red Chilli binnen. In hun kielzog volgde Parras, een in Iran geboren Nederlandse die bij hen in het guesthouse logeerde. Diezelfde dag bleek ook Lisa aangekomen. Aan de rand van het zwembad kwam de Nile Special weer op tafel. Jop, Marie-Fleur en Parras zouden die zaterdag naar Masaka gaan, waar bij Villa Katwe de verjaardag gevierd zou worden van Hetty, een Nederlandse die daar werkt voor een hulporganisatie. Ik ben nooit vies van een feestje en had bepaald niet iets anders omhanden en dus klommen we met zijn allen in Landcruiser en scheurden terug naar Masaka. Wat daar precies gebeurde kan beter binnen de muren van Villa Katwe blijven. Er was een quiz, iets met een shotjes op een dienblad, een meloen gevuld met wodka die ik leeg lepelde met blond krullende Anouk en er was omgekeerd verstoppertje waarbij we met zijn allen in de donkere buitendouche eindigden. En onvermijdelijk doemde toch ook weer de Ambiance op. Weer werden we als mzungu’s overvallen door donkere daggerende dames en driedubbel gesandwiched door willige hitsige heren. Het bier dat we dronken liep via onze rug als zweet in straaltjes naar beneden. We dansten tot we niet meer konden lopen en waggelden aan het eind van de nacht in lamgeslagen konvooi naar huis.

10339582_10203021904522149_5251937095662456093_n

We verwerkten onze kater met Boonanza, Toepen en Koehandel en waren pas twee dagen later in staat om de terugreis naar Kampala te aanvaarden. Daar hielden we enkele dagen later een reünie. Deze keer kwamen Robin, Anouk en Hetty naar Kampala en zagen we in de Iguana hoe een oranje leeuw een rode stier verscheurde. We vierden de legendarische WK-winst met zang en dans, en, voor deze ene keer, met Heineken. Van de taxi terug pretendeer ik niks meer te weten, al zie ik soms, als ik ’s nachts wakker word, beelden van mijzelf, verkeerdom gezeten op Anouks schoot, verbaasd kijkend naar een Spanjaard met een rolleggs op de achterbank en scheldend op Chinezen.

Inmiddels is de rust weergekeerd. Ik heb Red Chilli achter me gelaten en ben voor de laatste keer bij Villa Katwe, waar ook Jop, Marie-Fleur en Lisa relaxed rondhangen in de tuin. De kippen en konijnen scharrelen vredig rond, hond Jesse ligt aan de band en Divine, het goddelijke zoontje van huishoudster Silvia, ligt in een hoek te slapen. Ik drink straks nog een kopje thee bij Plot 99, mzungu verzamelplek bij uitstek, en ga vanavond op tijd naar bed. Morgenvroeg vertrek ik naar Rwanda. Ik zal mijn vrienden missen, maar niet voor lang, want iets verder naar het zuiden, aan de oever van Lake Tanganyika, wachten Livingstone en Stanley. In Ujiji, Tanzania schudden zij elkaar de hand en heel even zal ik daar naast hen staan en terugkijken op de ontberingen die ik doorstaan heb. Daarna rijd ik door naar Mwanza, waar ik Jop en Marie-Fleur weer zal ontmoeten. Zij rijden met mij mee, door de Serengeti, naar Zanzibar. De bubble spat dus nog niet helemaal uit elkaar en eerlijk gezegd voel ik me daar prima bij. Avontuur betekent ook accepteren wat op je pad komt. Als dat niet is wat je verwachtte maakt dat het avontuur niet minder. Sterker, misschien is de essentie van avontuur dat het altijd anders is dan je je had voorgesteld. Het is daarom dat ik hier ben, om me te laten verrassen. En dat is, ik kan niet anders zeggen, behoorlijk gelukt.

Liefs,

N

 

Advertenties

Eén reactie to “Mzungu paradise”

  1. Theo en Jopie van den Ende 29 juni 2014 bij 15:47 #

    Beste “niemand” Wij kennen inmiddels je echte naam. Je beschrijft in deze blog op een bijzonder heldere manier hoe het je kan vergaan in een ver land. Wij hadden enkele jaren geleden ook nog bijna geen kennis van het leven in Uganda maar zijn er inmiddels al 3 keer voor de duur van 8 weken geweest. Zoals jij zo mooi beschrijft lijkt het er soms wel op dat je alleen maar Nederlanders tegen komt, natuurlijk valt dat wel mee, maar als je een blanke ziet dan leg je toch altijd contact. En inderdaad soms verloopt je reis anders dan je gepland had. Wij hadden vooraf niet kunnen bevroeden dat we met autopech zouden komen staan op een weggetje waar in de 5 uur die we daar moesten doorbrengen misschien maar en stuk of 5 auto’s voorbij zouden komen. Dat een van die auto’s een Nederlands kenteken had en bemand werden door jou en je vriend was natuurlijk wel heel bijzonder. Dat we je vervolgens nog tegenkwamen bij Overland aan Lake Bunyony en een week later weer troffen op het feestje van Hetty in Villa Katwe in Masaka mag dan toch haast een wonder heten. Misschien heb je de verwachting dat de overvloed van Nederlanders die je in Uganda hebt mogen ervaren voorbij is, maar ik denk dat je overal waar je komt Nederlanders zult treffen. Dit komt doordat er over de hele wereld in welk land dat je ook bezoekt Nederlanders te vinden zijn en natuurlijk ook doordat een perttig mens als jij bent deze op de een of andere manier ook aantrekt. Geniet nog van de mooie reis die je aan het maken bent en wij hopen dat je nog veel mooie mensen mag ontmoeten, al zullen hier vast ook wel Nederlanders bij zijn.

    Groet van Jopie en Theo.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: