Het is hier geen Europa

17 Jan

IMG_8526

Lieve I,

Ergens tussen de kilometers door las ik Night train to Lisbon van Pascal Mercier. In dat boek komt een moreel dilemma aan de orde. Een dilemma dat ik eerder tegenkwam in een ander boek, dat ik kreeg van een Nederlands stel in Malawi: A passage to Africa van voormalig BBC News correspondent in Afrika, George Alagiah. Een dilemma dat misschien wel de essentie raakt van een vraag die al sinds Ethiopië door mijn hoofd waart, en waar iedereen die wat langer op het continent is tegenaan loopt: hoe moet het verder met Afrika?

Vorig jaar rond deze tijd was ik in Khartoum, mijn eerste stop in Afrika. Ik vierde nieuwjaar in een guesthouse waar ik een Zwitsers stel tegenkwam. Zij reisden al twee jaar in een oude Landrover, hadden het rondje gemaakt dat ik van plan was te gaan doen, alleen de andere kant op. Hun beeld van Afrika was gedurende hun reis veranderd, zeiden ze. Het was anders dan ze gedacht hadden, al konden ze er niet de vinger op leggen wát er dan precies anders aan was. Nu, een jaar later, en een jaar reizen door Afrika wijzer, weet ik wat ze bedoelden.

IMG_3682

Ik heb voor vertrek niet bewust stilgestaan bij hoe ik Afrika zag, wat ik van mijn reis en het continent verwachtte, hoe ik dacht dat het zou zijn. Ik heb er niet veel over gelezen, niet over politiek, niet over geschiedenis, niet over cultuur. Ik heb niet gekeken wat er te zien of te doen was in elk land, niet bedacht welke plekken ik niet zou mogen missen. Afrika was een schim die avontuur beloofde en het enige wat ik wist was dat ik een goed uitgeruste Landcruiser nodig had om dat avontuur aan te gaan. In de maanden voor vertrek had ik geen tijd om een nulmeting te doen. Ik was met andere dingen bezig, zoals Landcruiser optuigen, afscheid nemen en zenuwachtig zijn.

Toch weet ik, net zoals die Zwitsers in hun Landrover, dat mijn beeld van Afrika is veranderd. Of, beter gezegd, hoewel ik dus geen duidelijke verwachting had, is Afrika ook voor mij anders dan ik verwachtte. En het valt me niet mee. Ik denk dat ik meer hoop koesterde, meer inspiratie dacht te vinden, energie, kracht. Natuurlijk had ik ellende verwacht, zooi, chaos, armoede. Maar ik had ook gedacht dat er gewerkt werd, dat men probeerde er ondanks alles iets van te maken. Dat er alleen een duwtje in de rug nodig was.

Ik denk nu dat ik me vergist heb. Dat het hele continent er veel erger aan toe is dan ik voor mogelijk had gehouden. De kloof tussen blank en zwart, die in grote lijnen neerkomt op het verschil tussen Europa en Afrika en die volgens mij aan de basis ligt van vrijwel alle problemen waar Afrika mee te maken heeft, is nog veel wijder dan ik in de gaten had. Ik, naïeve Europeaan, dacht (nogmaals, onbewust) dat we daar een sprong gemaakt hadden, dat met de afschaffing van de apartheid in Zuid Afrika de angel eruit was. Dat blijkt een misvatting. Blanken zijn nog altijd degenen met geld en status. Ze leven langs de lokale bevolking heen, hebben hun eigen supermarkten en cafés, gaan voornamelijk met elkaar om in een soort van parallelle wereld; de Europese bubble, zoals ik dat eerder noemde.

Er zijn ook geen arme blanken in Zuid Oost Afrika. Degenen die er niet in slagen een goed lopende business op te bouwen gaan terug naar huis. Degenen die blijven hebben dus wel een winstgevende zaak of zijn directe afstammelingen van ruim bemiddelde kolonialen en wonen bijgevolg in een groot ommuurd huis met een zwarte huishoudster, een zwarte tuinman en een zwarte bewaker. En anders zijn het vrijwilligers of medewerkers van hulporganisaties die uit vrije keuze, en meestal zeer tijdelijk, afzien van luxe. En ook zij gaan voornamelijk met elkaar om. Er zijn wel rijke zwarten, maar dat zijn eigenlijk Europeanen, of Amerikanen, geworden. Meestal zijn ze ook opgeleid in een van de rijke landen.

En daar zit hem de kneep: Afrika, tenminste dat wat ik er nu van gezien heb, is een soort wannabe Europa. Hier wil iedereen wat ik heb: mijn telefoon, mijn auto, mijn geld, mijn paspoort. Ik krijg herhaaldelijk de vraag of ik niet iets kan regelen om iemand naar Nederland te krijgen. Alles wat werkt is van Europese of Amerikaanse origine en heeft een blanke eigenaar, alles wat niet werkt is een slechte kopie en is van een Afrikaan. Iedereen die gebruik maakt van kwalitatief goede spullen en voorzieningen is blank, iedereen die gebruik maakt van de rest, is zwart. Iedereen wil westerse spullen, westers geld, een westerse economie, een westers politiek systeem, een westers paspoort. Sommigen willen een westerse huidskleur. Hoewel veruit het grootste deel van de bevolking in Afrika zwart is, zijn op het merendeel van de reclame uitingen blanke mensen te zien. Dát is het ideaal. Blank staat voor rijk, gezond en succesvol, zwart staat voor armoede, ziekte en verdoemenis.

IMG_9159

In de afgelegen dorpen waar ik soms doorheen kom, zijn geen voorzieningen. En dus ook geen blanken (of geldt dat andersom?). Eerder tijdens mijn reis had ik nog het gevoel dat ik daar moest zijn, dat ik moest proberen enigszins te integreren met de lokale bevolking, dat ik moest proberen met hen in contact te komen, hun manier van leven te leren kennen, hen proberen te begrijpen. Inmiddels begint mijn idee over hoe ik met de lokale bevolking om wil gaan te veranderen. Mijn verwachting over wat ik van hen zal leren is nogal getemperd. Ik heb genoeg van die dorpjes gezien om te weten dat voor het doorgronden van hun leven geen hogere wiskunde nodig is. Het is eenvoudig, eentonig, hard en saai. Er wordt een of tweemaal daags voor een verbijsterend eenzijdige maaltijd gezorgd, meestal bestaande uit (een variant op) nsima, een soort pap in meer of minder gestolde vorm, van gestampte of gemalen gedroogde maïs of cassave met gekookt water en veel zout. Eventueel een tomaat, of een handvol visjes die meer graat zijn dan wat anders. Er wordt de was gedaan, er wordt, voor zover mogelijk, voor de kinderen en het vee gezorgd (door de vrouwen), er wordt rondgehangen, gedronken en geneukt (door de mannen). Er is geen creativiteit, geen diepgang. Er gebeurt daar niks wat ik niet al kan, of binnen een week geleerd zou hebben. Het romantische idee van een volk dat jaagt en verzamelt, leeft van de natuur en daarover een kennis heeft die ons verstand te boven gaat is niet meer dan een inderdaad romantisch idee. Er zijn hier en daar plukjes mensen die zo leven, maar dat is voornamelijk folklore, zoals Volendam, traditionele klederdracht en windmolens in ons land wel degelijk bestaan, maar bepaald niet representatief zijn voor wat Nederland is. Het is overleven in armoede, meer niet.

Je krijgt de neiging om die mensen aan de hand te nemen. Ze te vertellen over het belang van hygiëne en schoon water, over elektriciteit, riolering en waterleiding en ze te helpen dat te ontwikkelen. Dat is wat hulporganisaties uit de rijke landen proberen te doen. Maar inmiddels ben ik er niet meer zo zeker van of dat wel een goed idee is. En daar komt het dilemma bovendrijven.

IMG_5365

In Night train to Lisbon probeert hoofdpersoon Raimund Gregorius, een docent klassieke talen in Bern, het leven van de Portugese dokter Amadeu de Prado te ontrafelen, van wie hij een postuum verschenen boek in handen heeft gekregen. Prado heeft op zeker moment het leven gered van Rui Luís Mendes, een gevreesde officier van de geheime dienst onder dictator Salazar, met de bijnaam ‘De Slager van Lissabon’. Mendes is voor het huis van Prado in elkaar gezakt, Prado heeft hem naar binnen gehaald en gereanimeerd. Het wordt hem door zijn buurtgenoten bepaald niet in dank afgenomen. Waarom heeft hij de beul niet gewoon laten sterven? Niemand zou hem dat kwalijk genomen hebben. Prado verweert zich met het argument dat hij nu eenmaal een dokter is en dus, volgens de eed van Hippocrates, verplicht het leven te redden van iedereen die hij kan redden. Toch voelt hij zich schuldig. Heeft hij met het redden van één leven, namelijk dat van degene die talloze onschuldigen de dood in heeft gejaagd, en nog zal jagen, niet feitelijk heel veel andere mensen ter dood veroordeeld? En mag je zo rekenen? Is niet elk leven, ook dat van een misdadiger, oneindig veel waard, waardoor twee levens niet méér waard zijn dan één? Is twee keer oneindig immers niet net zo oneindig als één keer oneindig? *

In A passage to Africa beschrijft Alagiah in een hoofdstuk over Somalië een gesprek met een medewerker van een hulporganisatie. Die vertelt hem waar een van de dilemma’s van hulporganisaties ligt: om hulpgoederen veilig op de plaats van bestemming te krijgen moet soms tweederde van die goederen, of tweederde van het geld dat bedoeld is om die hulpgoederen te kopen, afgestaan worden aan lokale warlords, die in ruil daarvoor gewapende bescherming bieden. De oorlog in het gebied wordt dus deels betaald met geld dat bedoeld is om de slachtoffers van die oorlog te helpen. Ontwikkelingsgeld financiert het conflict dat de oorzaak is van het feit dat er überhaupt geld naartoe moet. Maar (mijn toevoeging) help je de slachtoffers niet, dan gaan er mensen dood. De vraag is: hoeveel mensen gaan er dood als je de hulp zou stoppen? Dan stopt dus een deel van de financiering van het conflict en is het misschien eerder ten einde, waardoor er uiteindelijk minder mensen sterven. Maar opnieuw, mag je zo rekenen? De mensen die acuut hulp nodig hebben schieten er natuurlijk niks mee op.

Er is nog een ander boek dat ik in de auto heb liggen. Ik kocht het in Nairobi, omdat de titel mij aansprak en de inhoud aan leek te sluiten op de richting waarin mijn gedachten toen al gingen. Ik kende het niet, maar het blijkt een heel beroemd boek te zijn: Dead aid van Dambisa Moyo. De auteur is geboren en opgegroeid in Lusaka, Zambia, haalde haar masters aan Harvard University en haar PhD in economie aan Oxford. Ze werkte acht jaar voor Goldman Sachs en daarvoor als adviseur voor de Wereldbank. Iemand, kortom, die weet waar ze over praat en alleen al het feit dat het nu eens een zwarte vrouw is die zich uitspreekt, in plaats van een blanke man die de situatie in Afrika analyseert, maakt het een interessante exercitie. Ik heb haar boek nog niet voor de helft gelezen, want er is door het economisch jargon en alle cijfers die erin staan nauwelijks doorheen te komen, maar de strekking is me duidelijk. Die strekking duwde mij dus alleen maar verder op de weg die ik al was ingeslagen: Afrika is beter af zonder ontwikkelingshulp.

IMG_5359

Ontwikkelingshulp is, volgens Moyo, niet alleen niet de oplossing voor de problemen in Afrika, het is een van de belangrijkste oorzaken ervan: ‘Aid has been, and continues to be, an unmitigated political, economic, and humanitarian disaster for most parts of the developing world.’ Ontwikkelingshulp werkt corruptie en conflicten in de hand, terwijl het de ondernemingszin tegenwerkt. Ontwikkelingshulp is, dixit Moyo, als je op de juiste stoel zit, makkelijk te stelen en dat maakt het het waard om, met geweld, te proberen aan de macht te komen. Het is de snelste weg naar rijkdom en daarom een bron van conflict. Eindelijk aan de macht interesseert het de politieke leiders niet de situatie van ‘het volk’ te verbeteren. Daar was het ze niet om te doen. Bovendien, waarom zouden ze, er zijn genoeg buitenlandse organisaties die die rol op zich nemen. Daarnaast wordt de ontwikkeling van (kleine) ondernemers door ontwikkelingshulp in de kiem gesmoord. Moyo geeft het voorbeeld van de zakenman die handelt in muskietennetten, maar failliet gaat omdat een hulporganisatie, met alle goede bedoelingen, die netten gratis komt uitdelen (waarbij een deel dan ook nog eens niet gebruikt wordt om muggen buiten te houden, maar om vis te vangen).

Moyo stelt, enigszins provocatief, een intrigerende vraag: ‘What if, one by one, African countries each received a phone call… telling them that in exactly five years the aid taps would be shut off – permanently?

Het eerste wat ik dan denk is: dan gaan er over vijf jaar, en de eerste jaren daarna, heel veel mensen dood. Mensen die afhankelijk zijn van die hulp en geen schijn van kans hebben als ze het zonder zouden moeten doen. Dat is, denk ik, ook de belangrijkste reden dat die hulp, ondanks alle kritiek en inefficiëntie, nog steeds bestaat. We kunnen het niet over ons hart verkrijgen om mensen in de steek te laten die die hulp nodig hebben. Temeer omdat wij, Europeanen, een soort verantwoordelijkheidsgevoel hebben tegenover Afrika. Onze kolonisatie en slavenhandel zijn een belangrijke oorzaak van alle chaos en ellende. Het is de ene kant van het dilemma, die door de hulporganisaties vertegenwoordigd wordt: wij zijn dokter Prado – eerst het bloed stelpen en dan vragen stellen. Elk leven is er een en als we het kunnen redden moeten we dat doen. Elke persoon is even belangrijk.

Maar wat als we nou eens de andere kant van het dilemma kiezen? In het boek dat Gregorius in Night train to Lisbon in handen heeft gekregen reflecteert Prado op zijn daad en verzint hij tegenwerpingen tegen zijn eigen verdediging. Moet je vanuit moreel oogpunt iemand die onschuldigen vermoordt niet tegenhouden, desnoods met een moord? Mag je niet schieten op iemand die schiet op onschuldigen? Had hij dus, kortom, Mendes niet gewoon moeten laten sterven? Hij hoefde daarvoor niet eens een moord te plegen, eenvoudigweg niks doen was genoeg geweest. Het is de kant van het dilemma die Moyo in feite voorstelt (al zegt zij niet dat we niks zouden moeten doen en heeft zij het over ontwikkelingshulp, niet over bijvoorbeeld noodhulp na een ramp. Die moeten we blijven geven). Door te stoppen met ontwikkelingshulp zouden op korte termijn misschien meer doden vallen dan nu, maar op lange termijn zou het de levens van veel meer mensen redden en verbeteren.

Het interessante is dat in het geval van ontwikkelingshulp de ene kant van het dilemma gekozen wordt (redden wie te redden is, ondanks alles), maar in het geval van oorlog de andere (een aantal mensen opofferen om meer mensen te redden); als het recht, de vrijheid, de democratie of onze veiligheid in het gevaar is sturen we troepen – militairen waarvan een deel niet, een ander deel zwaar getraumatiseerd terugkomt. Maar dat is het waard, want het maakt de wereld beter, is de opvatting. Waarom dan in het geval van ontwikkelingshulp niet ook mensen opofferen als dat de wereld beter maakt?

IMG_9656

Het verhaal van Dambisa Moyo in Dead aid is een economisch verhaal. Maar ik denk dat het probleem van niet-helpende hulp dieper zit. Geld is niet het grootste probleem. Moyo beschrijft waar het idee van ontwikkelingshulp voor Afrika vandaan kwam. De blauwdruk voor die hulp was in eerste instantie het Marshallplan, het Amerikaanse herstelplan voor de economische wederopbouw van Europa na de Tweede Wereldoorlog. Die manier van hulp in de vorm van geld, grondstoffen, goederen en levensmiddelen werkte voor Europa, maar bleek niet effectief in Afrika. De reden: Europa had voor de oorlog een werkende en georganiseerde publieke sector, een infrastructuur voor zorg, onderwijs en veiligheid. Dat alles had door de oorlog een behoorlijke knauw gekregen, maar met wat hulp was het allemaal relatief eenvoudig weer op de rails te krijgen. In Afrika bestond (en bestaat) die infrastructuur niet, of nauwelijks, en dus heeft het geen zin daar geld in te pompen. Dat komt nergens terecht omdat er eenvoudigweg niemand is die er iets mee kan doen. En dus eindigt het vrij makkelijk in de zakken van politici. Kortom, Afrika is geen Europa. En dat is volgens mij de crux.

Het klinkt nogal voor de hand liggend – natuurlijk is Afrika geen Europa – maar ik bedoel dat op een fundamentele manier. De verschillen liggen veel dieper dan het op het eerste gezicht lijkt. Afrika is geen Europa op een manier die wij ons helemaal niet kunnen voorstellen. Wij, Europeanen, begrijpen niks van wat hier gebeurt. Wat wij begrijpen is wat we zelf hebben ingevoerd en wat aan de oppervlakte overgenomen lijkt te zijn door Afrika. En deels, in de steden, onder opgeleide Afrikanen, is dat misschien ook echt zo, maar voor het grootste deel, op het platteland, geldt dat niet. Als ik door die arme dorpjes kom dan denk ik te kunnen zien wat daar gebeurt, dan lijkt het alsof het allemaal eenduidig en eenvoudig is, maar wat ik in het voorbijgaan niet zie is welke sociale structuren er onder dat leven schuilgaan, welke mores er heerst, wat er in de hoofden van de mensen omgaat. Afrikanen doen soms voor ons onbegrijpelijke dingen. Maar dat is, denk ik, omdat ze geconfronteerd worden met voor hen onbegrijpelijke dingen. Europese dingen. Laat ik dat uitleggen.

IMG_9907

Het grootste deel van de Afrikanen heeft geen, of slechts een heel gebrekkige opleiding, maar moet desondanks meer en meer functioneren in een samenleving waarin bepaalde kennis en capaciteiten voorondersteld worden. In een jager- en verzamelaarsbestaan, of een simpel boerenleven red je het nog wel zonder opleiding, als iemand je maar even laat zien welke bessen je kunt eten en waar je in de winter de koeien heen moet brengen om ze te laten grazen. Maar wij, Europeanen, hebben een cultuur en een wereld meegebracht waarin dat niet meer voldoende is. En wij kunnen ons niet voorstellen wat er gebeurt als je in zo’n wereld opgroeit zonder enige scholing. Als je de meest basale vaardigheden (lezen, schrijven, rekenen, ordenen, plannen) niet hebt en moet overleven in een wereld die vooruitgesneld is, dan gebeuren er absurde dingen in een hoofd. En daar gaat het mis. Het idee om die arme drommels dan maar even te komen laten zien hoe een computer werkt is volkomen ridicuul. Een computer of een mobiele telefoon is mijlenver verwijderd van de wereld waarin zij leven. Het lijkt aan de oppervlakte alsof ze ermee om kunnen gaan, maar alles wat ze kunnen is nadoen wat ze is getoond (dat is overigens ook de manier waarop veel, zelf niet geschoolde, leraren hun leerlingen onderwijzen). Ik ken ook de technologie achter de werking van een mobiele telefoon niet, maar ik heb een basisidee van radiosignalen, satellieten, elektriciteit en economie, van natuurwetten, van hoe de wereld werkt. Die kennis stelt mij in staat zelfstandig te denken, creatief en flexibel te zijn en probleemoplossend te werk te gaan. In de wereld waarin ik leef heeft de wetenschap, de cultuur en de technologie een ontwikkeling doorgemaakt, waarbij uit het een het ander voortkwam. Steeds werd voortgebouwd op wat eerder ontdekt of ontwikkeld was. Er zit een soort van continue lijn in. Tijdens mijn opvoeding en schoolloopbaan heb ik in versnelde vorm de geschiedenis en de ontwikkeling van onze samenleving meegekregen en ben op een bepaald moment in mijn eigen tijd aangekomen (en uiteindelijk gaat die tijd mij weer inhalen, zoals gebeurt bij iedereen die ouder wordt; op een gegeven moment kun je de nieuwe ontwikkelingen niet meer bijhouden). Voor de mensen in de dorpen in Afrika ligt dat geheel anders. Zowel de ontwikkeling van hun samenleving als die van hun opleiding zit vol gaten, is fragmentarisch, heeft geen logische volgorde. Simpel gezegd: wij ontdekten eerst elektriciteit en gingen daarna bedenken wat je daar allemaal mee kon doen. Hier zagen mensen televisie voordat ze een elektrische lamp in de huiskamer hadden. Hier heeft iedereen een mobieltje, maar de fase van een ‘vaste’ telefoonlijn is overgeslagen. Hier worden wegen aangelegd terwijl er niemand een auto heeft. Vergelijk het met een westers kind dat niet weet dat vlees eerst een dier was voordat het naar de fabriek ging en eruit kwam met een cellofaantje eromheen. Kortom, grote delen van de bevolking in Afrika worden gekatapulteerd in een wereld waarvan ze geen flauw idee hebben hoe die werkt, laat staan dat ze weten waarom die zo werkt. En daarom functioneren ze niet. Een mooi voorbeeld van de manier waarop een arme niet geschoolde Afrikaan verloren raakt in een westerse samenleving is What is the what? van Dave Eggers, het hartverscheurende verhaal van een jongetje dat als gevolg van de oorlog in Zuid Sudan een ongelooflijke overlevingstocht aflegt door de woestijn en uiteindelijk terechtkomt in Amerika. Het omgekeerde van wat ik beschrijf, in Afrika komt die samenleving naar de mensen toe in plaats van andersom, maar het effect is, hoewel in wat mindere mate, hetzelfde.

IMG_3418

Het probleem is niet eens zozeer het gebrek aan een fatsoenlijke opleiding per se. Het probleem is het gebrek aan een Europese opleiding. De wereld waarmee Afrikanen geconfronteerd worden is er een die gedomineerd wordt door een Europese cultuur; christelijke waarden, kapitalisme, democratie, vrijheid, individualisme. Dat is een cultuur die op geen enkele manier aansluit bij de overgeleverde tradities van hun voorouders. Tradities die overigens ook langzaam verloren gaan, waardoor ze helemaal geen houvast meer hebben (en dan komen er weer Europese hulporganisaties helpen om die tradities te behouden – een dubbel signaal, lijkt me). Dat levert mensen op die een geavanceerde minicomputer in de vorm van een mobieltje hebben, maar niet kunnen rekenen. Dat levert werknemers op die ’s morgens achter hun hut de koe moeten melken, ’s middags voor een kwaaltje naar de witch doctor gaan en ’s avonds de tafel moeten dekken in een restaurant voor rijke toeristen. Dat levert burgers op die via stemrecht gevraagd wordt mee te beslissen over buitenlandse politiek, terwijl ze zelf nooit verder geweest zijn dan de stad tien kilometer verderop. Dat levert ministers op die de lagere school niet hebben afgemaakt en zichzelf terugvinden in een chique kantoor omdat een vriend van een broer van een neef van hun vader iemand heeft neergeschoten in de revolutie. Vind je het gek dat Afrika een chaos is?

Ik heb ondertussen aardig wat (Europese) eigenaren van lodges gesproken en het verhaal is vrijwel altijd hetzelfde: ze moeten hun (Afrikaanse) personeel voortdurend achter de broek zitten, anders gebeurt er niks. Elke morgen moet hen precies verteld worden wanneer ze wat moeten doen, terwijl dat exact hetzelfde is als wat ze gisteren al deden. En de dag daarvoor. En de afgelopen twee jaar. En als het ze die morgen niet verteld wordt, gebeurt het niet. Dan gaan ze met hun telefoon spelen of voor zich uit zitten staren in plaats van zich afvragen of informeren wat ze zouden moeten doen. ‘Het lijkt alsof ze hun hoofd resetten zo gauw ze ’s avonds thuis zijn,’ zo vertelde een van die eigenaren mij. ‘En we hebben geen idee hoe dat komt, of hoe we het moeten oplossen, anders dan dus maar gewoon elke morgen datzelfde verhaal af te steken. We wonen hier nu zeven jaar, en we begrijpen steeds minder van de manier waarop de mensen denken. Het is een totaal andere cultuur.’

Het was al in Ethiopië dat ik mij afvroeg hoe het toch kan dat er zoveel mensen werkloos zijn terwijl er zoveel werk te doen is. Daar klopt iets niet. Het is te simpel om dat af te schuiven op een overheid die niet functioneert. Die overheid functioneert net zo goed niet voor Europese immigranten en investeerders en toch krijgen die het voor elkaar om winstgevende bedrijven op te richten en goed lopende lodges te bouwen. Dat is echt niet alleen een kwestie van geld. Een beetje Afrikaanse ondernemer weet in een vloek en een zucht Europees geld los te peuteren voor een goed idee. Hulporganisaties staan als het goed is in de rij voor een Afrikaan met een degelijk businessplan (en als dat niet zo is, is dat weer een argument om die hulp onmiddellijk af te schaffen). Het punt is dat Afrikanen niet in de rij staan voor dat geld. ‘Het is echt heel gemakkelijk om hier een handeltje te beginnen,’ zo vertelde een lodge eigenaar in Malawi mij, ‘maar niemand doet het.’

IMG_3240

In Ethiopië vertelde een Nederlands stel met een lodge mij hoe ze hadden geprobeerd een boer te helpen een winstgevend handeltje op te zetten. Ze wilden elke morgen verse eieren voor de gasten, maar die waren in het dorp niet altijd te krijgen. Ze hadden de boer aangeboden kippen voor hem te kopen en vervolgens, tegen een redelijke prijs, zijn eieren te kopen. Elke dag een gegarandeerde afname. Zij konden zo makkelijker en goedkoper aan eieren komen (waarvoor ze anders naar de stad moesten) en de boer kon, zonder enig risico, winst maken. Hij kon zelfs eieren aan anderen verkopen en zo zijn handel uitbreiden. Maar hij weigerde. Misschien snapte hij het idee van investeren niet en wantrouwde hij daarom het voorstel; want waarom zou iemand zomaar kippen voor hem kopen? Misschien speelde er iets in het dorp en was hij bang voor repercussies als hij ineens eieren ging verkopen? Het was volkomen onduidelijk. Hoe dan ook kwam het handeltje niet van de grond.

Het is gemakkelijk om het disfunctioneren van Afrikaanse landen af te schuiven op het clichébeeld van de domme, luie neger. De waarheid is natuurlijk dat de lokale Afrikaanse bevolking vanaf het begin onderdrukt is door de Europeanen die hier voet aan wal zetten. En nog steeds heerst er respect voor de blanke. In Malawi kwam ik op verschillende wandelingen meisjes en vrouwen tegen die bij wijze van groet een soort Victoriaanse kniebuiging voor me maakten. Terwijl ze een gigantische bos hout op hun hoofd droegen. Op veel plaatsen ben ik als eerste aan de beurt, ook als er een rij lokalen aan de balie staat. De Afrikaan is geknecht in de koloniale tijd en de gevolgen daarvan zijn veel groter en nog veel beter zicht- en voelbaar dan wij gewoon zijn te denken. Of in ieder geval dan dat ik in de gaten had. En daardoor vinden er allerlei uitwassen plaats die wij niet snappen, maar die, denk ik, in essentie terug te voeren zijn op de deken van Europese cultuur die wij over het continent gelegd hebben.

Ik ben bepaald geen deskundige als het gaat om het organiseren en beoordelen van de effectiviteit van ontwikkelingshulp en veel zaken liggen vast genuanceerder en gecompliceerder dan ik ze nu voorstel. Maar al reizend zie ik dingen, hoor ik verhalen van mensen die hier al jaren wonen, praat ik af en toe met een lokale gids, een winkelier, een schoonmaker en lees ik af en toe een boek. Ik probeer die informatie zo open, naïef en onbevooroordeeld mogelijk samen te voegen tot een coherent beeld van de plek waar ik ben. Ik probeer te begrijpen waarom de dingen zijn zoals ze zijn. En ik constateer dat wit werkt, en zwart niet en ik weiger te geloven dat dat in de aard van de Afrikaan zit. Natuurlijk zijn negers niet dom en lui van aard, het zijn Afrikanen die in een Europese mal geperst worden. En dat past niet.

IMG_3658

Er zijn twee mogelijkheden om de zaak op te lossen. De eerste: geef alle Afrikanen wel een degelijke Europese opleiding. Als we nou maar zorgen dat die arme boertjes op het platteland allemaal netjes leren wat wij geleerd hebben komt het uiteindelijk vanzelf goed. Dan worden het ook zulke slimme, zelfverzekerde, initiatiefrijke en mondige burgers, met onze normen en waarden en onze ideeën over hoe de wereld eruit zou moeten zien. Dan kunnen ze zonder problemen helpen hun maatschappij op een westerse manier te organiseren en daarin meedraaien. Maar wie gaat die opleiding organiseren? Precies, wij. Want bij de Afrikaanse overheden is het een grote corrupte zooi en als ze het al van de grond (willen) krijgen is het resultaat toch niet wat wij ervan gehoopt hadden. Logisch, want de expertise is er niet, die ligt bij ons. Wij hebben het immers allemaal uitgevonden. Dus, als je die educatie echt goed wilt aanpakken, moet het westen het organiseren. En wil je iets goed organiseren dan moet je bevoegdheden hebben, dan moet je de zaak overnemen. Dat heet, geloof ik, kolonisatie. Welnu, die tijd hebben we gehad. Maar als we het aan de Afrikanen zelf overlaten wordt het niks, want die hebben dus de expertise niet. En dus gaan we ze helpen. We gaan het niet voor ze doen, maar we sturen wel hulptroepen. Welnu, ik zou zeggen, die tijd hebben we ook gehad. Het is vijftig jaar geprobeerd en het heeft, aldus Moyo, alleen maar meer armoede opgeleverd. Die Afrikanen willen maar geen Europeanen worden. Ook al denken ze zelf van wel.

Wat dan? Nou ja, heel simpel natuurlijk, mogelijkheid twee: laat Afrika haar eigen problemen oplossen. Je leert een kind niet fietsen door het achter op een tandem te zetten. Een kind moet op zijn bek gaan en het vervolgens nog eens proberen. Misschien moet je er even naast blijven lopen om te zorgen dat het geen blijvende schade oploopt, maar het zal zelf moeten leren sturen. Ik heb de neiging om aan te sluiten bij het verhaal van Moyo, en nog een stapje verder te gaan, ook al lijkt het een oplossing van Wildersachtige volksmennerij. Wij, Europeanen, de rijke westerse wereld, zijn niet in staat een oplossing te bedenken voor Afrika. Afrika is geen Europa en dus werken onze oplossingen hier niet. Wij komen uit een fundamenteel andere wereld, hebben een andere denk- en werkwijze.

De kans is groot dat er dan onconventionele oplossingen gaan ontstaan. Oplossingen die wij niet begrijpen, oplossingen waar wij het niet mee eens zijn. Het zal waarschijnlijk, zeker in het begin, heel veel doden kosten. Maar dat kost het nu ook. Misschien is het tijd om ons arrogante, morele superioriteitsgevoel achter ons te laten, ons verantwoordelijkheidsgevoel wat minder serieus te nemen en Afrika zelf wat serieuzer. En ons er verder niet al teveel meer mee te bemoeien. Moyo noemt Azië als voorbeeld van hoe het ook kan. Een interessante kwestie. Want ook daar heerst een totaal andere cultuur dan de Europese, worden problemen op een andere manier opgelost. Er gaat heel wat minder Europees ontwikkelingsgeld naartoe en toch hebben de economieën zich daar een stuk beter ontwikkeld dan in Afrika. En wat de Chinezen in Afrika doen, grondstoffen onttrekken in ruil voor de aanleg van waardeloze wegen, mag ons met afgrijzen vervullen, we kunnen er ook iets van leren. De Chinezen hebben geen last van een superioriteits- of verantwoordelijkheidsgevoel, zij gaan gewoon een zakelijke overeenkomst aan die in hun voordeel is. Ze bemoeien zich niet met binnenlandse politiek. En als Afrika zichzelf met slechte deals naar de gallemiezen helpt moet het dat zelf weten. En misschien zorgt die houding uiteindelijk juist wel voor een veel sterker, zelfstandiger en zelfbewuster continent.

IMG_3579

George Alagiah eindigt in A passage to Africa hoopvol. Hij ziet langzaam een nieuwe politieke wind opsteken. Museveni van Uganda is daar de meest prominente vertegenwoordiger van. Een echt Afrikaanse leider, die niet meer in de eerste plaats kijkt naar Europa voor oplossingen, maar een eigen koers vaart en het westen alleen inschakelt als hij dat waardevol acht. De nieuwe generatie politici is, aldus Alagiah, voorbij de fase waarin de blanke overheersers de schuld krijgen van alles (hetgeen nog steeds de vaste riedel is van Mugabe, een leider van de oude stempel in Zimbabwe). De consequentie is dat ze dan ook niet meer hun hand kunnen ophouden en zelf verantwoordelijkheid moeten nemen. Het is die kant die we op moeten, lijkt me. Maar Europa, Amerika, het westen, moet die verantwoordelijkheid ook durven geven. En daarbij de eigen belangen, onder andere die van de industrie die rond ontwikkelingshulp is ontstaan, opzij zetten. Misschien moeten we wat minder dokter Prado zijn, wat minder strikt omgaan met de eed van Hippocrates en stoppen met het reanimeren van Afrika. Het zal ons nog verbazen hoe sterk het zwarte hart is.

Liefs,

N

 

* Dat laatste is mijn toevoeging, het staat niet op die manier in het boek.

Advertenties

9 Reacties to “Het is hier geen Europa”

  1. Jo Custers 18 januari 2015 bij 21:28 #

    Een hartstikke leuk verhaal. Verder veel succes en plezier met je ondernemende reis!

  2. marjon 19 januari 2015 bij 09:03 #

    Wow…. Af en toe tenenkrommend qua uitspraken, maar een heel raak en goed verhaal. Ik zou willen dat je het ook in het engels had…. bedankt!

  3. Arno 19 januari 2015 bij 17:44 #

    Prachtig geschreven! T s zo waar, hoe confronterend dit voor velen zal zijn….

  4. Maja 19 januari 2015 bij 21:08 #

    Eye opener en stof tot nadenken!

  5. Gerard 27 januari 2015 bij 18:36 #

    Dank je wel voor je heldere beschrijving van het anders-zijn van Afrika. Over dilemma’s gesproken… pfff

  6. willem 27 januari 2015 bij 19:26 #

    Hoi, mooi lang verhaal. Ik heb tijdens mijn studie Afrikanistiek geleerd dat je niets over Afrikanen kunt zeggen. Afrika is zo divers. Zoveel talen, zoveel verschillende landschappen, verschillende mensen. Landen verschillen. En dan het verschil tussen stad en platteland! In de steden gebeurt het!
    Ik sprak in Dar es Salaam een Afrikaan en hij formuleerde het probleem zo: “Wij zijn arm omdat jullie rijk zijn”. Inderdaad, staan wij blanken toe dat Afrika welvarend wordt? Denk het niet. Daar gaan onze grondstoffen etc.

  7. Anne Sloot 11 februari 2015 bij 19:18 #

    Goed artikel, verwoordt deels de dilemma’s die ik ervaar met mijn werk(en) in Afrika. Het blijft een lastige en hoofdbrekende kwestie. Dank!

  8. Martijn 29 maart 2015 bij 19:33 #

    Dag, interessant om jouw stuk te lezen. Ooit heb ik geleerd dat als iemand na een lang pleidooi suggereert dat er twee oplossingen/mogelijkheden zijn (soort trechtermodel), waakzaamheid geboden is (idd past Wilders ook deze stijl toe 😉 omdat het vaak alles of niets suggereert en er vaak een hele wereld (met veel opties) tussen beide uitersten is.
    Interessant is vaak wat iemands persoonlijke drijfveer is; hoe iemand zelf dealt met hetgeen hij/ziet, welke keuzes hij maakt en dan wel of niet doet en hoe dit voor zichzelf onderbouwt. Wat is wel of niet goed??.. Lastige existentiële dilemma’s waarvan je als sterveling eigenlijk nauwelijks de complexiteit van kunt doorzien. Misschien is idd de start om samen te erkennen dat het draconisch complex is…zolang het maar vanuit betrokkenheid met elkaar wordt gevoerd (en geen retoriek is om onderliggende onverschilligheid mee te bedekken).
    Gezien de exponentiele groei van de bevolking op het Afrikaanse continent de laatste vijftig jaar gaat er in biologisch opzicht wel iets goed (naar voorbeeld van de Chinezen ;). Allemaal levens die willen, voelen en beleven (hmmm deze zin is net zo populistisch als de slotzin van jouw betoog over het sterke zwarte hart). Laten we er bij jouw terugkomst in Nederland verder over door-borrelen, in abstracto.

    • niemandonderweg 1 april 2015 bij 16:24 #

      Dank voor je reactie, Martijn! Ik zal de eerste zijn om te erkennen dat de zaak ongelooflijk veel complexer is dan ik in zo’n blogbericht kan weergeven. Er zitten ontzettend veel aspecten aan de hele discussie, het ene land is het andere niet, er zijn ook goede voorbeelden, etcetera, etcetera. En als naieve reiziger kan ik die complexiteit ook helemaal niet overzien. Maar soms is het goed om zaken scherp neer te zetten om te voorkomen dat de hele zaak onmiddellijk dood genuanceerd wordt en er weer allerlei halfbakken oplossingen bedacht worden die uitblinken in nuance, maar nul zoden aan de dijk zetten. Dat is ook de functie van onze vriend Geert. En dat is wat mij aansprak in het boek van Moyo: geen gezeik, gewoon kappen.
      En wat betreft het feit dat er biologisch gezien iets goed gaat: volgens mij is een van de grootste oorzaken van vrijwel alle problemen in de wereld nu juist dat er teveel mensen zijn. Maar de wal is altijd sterker dan het schip…
      Afijn, die borrel, die komt er!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: