Zondagskind

18 Nov

IMG_4339

Lieve I,

Ik ben een goede slaper, maar ook ik lag voordat ik vertrok wel eens ’s nachts wakker, vervuld van zorgen. Wat als ik een been breek, of een enge ziekte oploop? Wat als Landcruiser het opgeeft in de middle of nowhere? Wat als iemand er met Landcruiser vandoor gaat? Wat als iemand een pistool tegen mijn hoofd zet?

Acteurs Ewan McGregor en Charley Boorman die op de motor van Schotland naar Kaapstad reden en daarvan verslag deden in de BBC tv-serie en het boek The long way down, volgden ter voorbereiding een survivalcursus en kregen instructie over hoe te handelen bij een gewapende overval of kidnapping. Dat is een leuk verhaal voor de serie en het boek, maar het is ook zwaar overdreven. Zeker in Zuid Oost Afrika is overlandreizen net zoveel vakantie als avontuur. Hoe verder zuidelijk ik kom, hoe beter de campsites zijn uitgerust. Hoewel er altijd wel iets is dat niet werkt, zijn stromend warm water, elektriciteit, een kampvuurplek met brandhout en een braaipit vrijwel standaard. Ik kom steeds dichter bij Zuid Afrika en langzaam wordt het beeld vooral bepaald door de, meestal gehuurde, Toyota Hilux met rooftoptent en aanhanger. Zuid Afrikanen (het blanke deel, de zwarten moeten werken, in de keuken, achter de bar, in de tuin) gaan naar Namibië, Botswana en Zambia zoals Nederlanders naar Frankrijk gaan; twee of drie weken met de aardappelen in de kofferbak en de broodjes in de koelbox. Alleen is hun auto dus wat groter. Survival betekent hier dat je na twintig bier en vijf shotjes nog rechtop kunt staan.

IMG_4251

Toch ligt het avontuur wel degelijk dichterbij dan ik thuis gewend ben. Het is echt niet voor de show dat iedereen hier in een fourwheeldrive rondrijdt. Niet dat je per se die vierwielaandrijving zo vaak nodig hebt, maar de robuustheid en high clearance van die auto’s is noodzakelijk zo gauw je van de geasfalteerde hoofdwegen af gaat. Onze Fordjes, Volkswagentjes en Peugeotjes zouden binnen een paar kilometer gebroken aan de kant staan. En de campsites mogen een bepaalde luxe hebben, het is de laatste weken een uitzondering als ik ’s nachts zonder eerst goed om me heen te kijken de tent uit kan om even te pissen; altijd ligt er wel ergens een nijlpaard in het water, zijn er olifanten in de buurt of zwerven er leeuwen of hyena’s rond.

Vakantie of niet, het was dus een kwestie van tijd totdat er weer iets zou gebeuren. Zoiets als waar ik van wakker lag voor ik vertrok. Botswana was daar een uitstekend land voor.

Er zijn er zo’n dikke twee miljoen van, van Botswanezen, Botswaniërs, Botswanisten. Ze leven op een oppervlakte van ongeveer veertien keer de grootte van Nederland. Dat is gemiddeld 3,7 inwoners per vierkante kilometer. In Nederland leven op één vierkante kilometer gemiddeld 406,3 mensen (bron: Wikipedia). Botswana is, wil ik maar zeggen, voornamelijk wildernis.

IMG_4073

Ik dook erin vanuit Zambia, bij Kasane en werd op weg naar de eerste lodge prompt gewaarschuwd voor olifanten op de openbare weg. Ik scheurde verder, door Chobe National Park (impala’s, kudu’s, lechwe’s, nijlpaarden, buffels, olifanten, je kent het wel) naar het zuiden. Het was net buiten dat park, voorbij Mababe, dat het gebeurde. Het kan niet heel ver geweest zijn van Mogothlo Safari Lodge, waar ik naar op weg was. Ik had de hele dag in de auto gezeten, was moe en had honger. Misschien had dat ermee te maken. Dat het bijna zeven uur was, en dus zo goed als donker, hielp ook niet. Maar soms gaat dat zo.

Ik had het bord wel gezien. Zo’n driehoek met een rode rand en een uitroepteken in het midden. Een bordje eronder: water ahead. Regel één bij water is: als het kan, ga er omheen. Je weet niet wat eronder zit, hoe diep het is. Ik sloeg af, de bush in.

De bush is geen pretje in het donker. Je ziet niks, hebt geen idee waar je heen gaat, GPS of niet. Ik kronkelde verder, begon te twijfelen aan mijn actie, maar keren was geen optie; te smal, de takken piepten langs het raam.

Er doemde een auto op, fluoriscerende oranjegele streep op de zijkant, raampje open.

‘Waar ga je heen?’

‘Mogothlo Lodge.’

‘Volg ons.’

Op dat moment was er nog niks verloren. Maar eenmaal terug bij de weg, gingen mijn redders de richting in vanwaar ik gekomen was. Ik moest toch echt de andere kant op. Dacht ik. Ik probeerde met mijn lichten nog hun aandacht te trekken, maar ze reden door. Ik stopte, draaide om. Eigenwijsheid heeft mij al veel gebracht in dit leven.

Het water strekte zich zo’n vijftien meter voor mij uit. Ik was niet zeker van mijn zaak. Het ziet er dreigend uit, zo’n plas in het donker. Maar de andere opties hadden gefaald en dit was de kortste weg naar een fatsoenlijke slaapplek. Bovendien, als je er echt niet door kon hadden die lui van die lodge aan de andere kant er wel een ander bord neergezet. Iets als: Do not cross. Toch?

Het water was dieper dan ik dacht. Landcruiser boorde zich er met de neus in, zakte verder naar beneden. Te ver. Ik wist het onmiddellijk toen het gebeurde. Voor de vorm gaf ik meer gas. Geen beweging. Achteruit. Niks. Low gear, vol gas. Nee. Vol gas en sturen, links, rechts. Nope. Diff lock aan. Helaas. Landcruiser zat muurvast, in een rivier, in het donker, in the middle of nowhere. Eén van mijn worst case scenario’s was werkelijkheid geworden.

IMG_4249

Misschien ben ik een zondagskind. Ik ben opgegroeid in een veilige omgeving in één van de veiligste landen ter wereld. Dan nog kan er vanalles misgaan, maar mij is nooit iets overkomen. Ik ken geen problemen. Niet echt. Mijn grootste zorg is of ik uit al de mogelijkheden die ik heb wel de juiste kies. Ik ben gezond, ik heb familie en vrienden, een goede opleiding, geld en werkervaring, ben oud genoeg om te weten wat er te koop is en jong genoeg om de wereld aan te kunnen. Als ik niet gelukkig ben is dat aan mijzelf te wijten. Ik heb de volledige verantwoordelijkheid over mijn eigen leven. Als dat al een probleem is, is het een luxeprobleem.

En zo’n kind vindt zichzelf dan terug in een vastgelopen auto in een rivier in de wildernis van Botswana. Natuurlijk heb je erover gedroomd, heb je het voor je gezien, de paniek gevoeld. En daarna heb je het weggedrukt. Zoiets gaat je niet gebeuren. Jou niet, want jij bent het zondagskind. En toch sta je daar, in het donker, in het water. Je gelóóft het niet. En eigenlijk is dat de reden dat je daar bent, dat er iets gebeurt wat je niet voor mogelijk had gehouden. Zondagskinderen hebben uitdagingen nodig, zoals hoogbegaafden extra moeilijk huiswerk.

Langzaam begon het water naar binnen te komen. Ik moest naar het dak, bedacht ik, het hoogste punt. Met trillende handen zocht ik gehaast naar de spullen waar ik bij kon en die essentieel waren om te redden. Als ik de auto moest achterlaten, wat had ik dan nodig? Paspoort, Carnet de Passage, camera, geld. Garmin GPS. Water, koekjes. Zaklamp. In de rugzak. Alles wat van de grond af kon omhoog. Boeken (reisgids, dierengids, leesboek) in het opbergvak onder het dak. Het bakje dat tussen de stoelen stond met kabeltjes en rommelspullen erin, op het dashboard. Claxonneren, lang, agressief. Misschien was er toch iemand in de buurt. Wist je, I, dat als je lang genoeg claxonneert, het geluid langzaam wegsterft? Zeurend, dramatisch, alsof je ten onder gaat?

Hee, de ruitenwissers waren aan, maar stonden op ‘uit’. Door het water blijkbaar ergens verbinding waar dat niet hoorde. De motor liep nog, de lichten waren aan. Achter borrelde de uitlaat in het water. ‘Als in water, nooit de motor uitzetten. Dan loopt het via de uitlaat het systeem in. Dat is funest.’ De offroadcursus wierp vruchten.

Schoenen inmiddels onder water. Naar het dak, via het open raam.

Ok, de belangrijkste spullen waren veilig, ik zat droog en de motor liep nog. Wat nu? Ik scheen met de zaklamp om me heen. Vijf meter water voor de auto, vijf meter erachter. Ik stond er middenin, maar ik kon nog altijd naar de kant waden of zwemmen, mocht de auto werkelijk wegzakken. Maar voorlopig zat ik goed op de auto. Ik bevond mij net buiten het park en wie weet wat er op de kant allemaal op jacht was. Alleen in het donker rondlopen tussen wilde dieren is zo mogelijk nog stommer dan met je auto het water in rijden. Ik scheen ook maar eens zijwaarts van de auto over de rivier. En ja hoor, twee ogen reflecteerden in het licht. Een krokodil, niet al te ver van Landcruiser vandaan, wachtend tot ik iets heel doms zou doen, zoals het water in gaan.

IMG_4360 (2)

Ik had nooit gedacht dat ik ooit gemeend ‘help’ zou roepen, maar dit leek mij een geschikt moment. Dus daar zat-ie, het zondagskind, alleen op het dak van een Landcruiser, roepend tegen het donker. De kikkers kwaakten vrolijk met hem mee. Het zou komisch geweest zijn, als het niet zo verdomd serieus was.

Het begon te druppelen. Ook dat nog. Raincover over de rugzak – goed spul is het halve werk, zo bleek maar weer. Ikzelf kon eventueel schuilen onder het zeil dat over de daktent gespannen zat. Maar regen betekent ook kou. Een korte broek en t-shirt zou weleens te weinig kunnen zijn als ik hier de hele nacht moest blijven. Ik had kleren achter in de auto, en een slaapzak. En eten. Het was daar droog, ik zou er kunnen slapen. In theorie zou ik er zelfs kunnen koken. Ik kon er alleen niet komen. Ik zou vanuit het dak bij de achterdeur kunnen, maar om die te openen moest ik het water in en dat was uitgesloten. Bovendien was de deur op slot, zat de sleutel in het contact en moest de auto aan blijven.

Misschien kon ik het raampje in de tussenwand dat de voor- van de achterkant scheidt los schroeven, dan kon ik me daar doorheen naar achteren wurmen. In de rugzak zat een zakmes dat ik als schroevendraaier kon gebruiken. Mocht het niet lukken dan had ik ook nog de handdoeken die, ter comfort, altijd over de stoelen gedrapeerd zijn. Die kon ik naar het dak halen nu ze nog droog waren.

Ik klom door het zijraam terug de auto in. Het water stond nu tot net onder de stoelen. Landcruiser leek steeds verder de modder in te zakken. Ik draaide de schroeven van het tussenraampje los, maar kreeg het ruitje er niet uit, vanwege het rubber dat er omheen geklemd zat. Ik zou dat kapot kunnen snijden, of het ruitje in kunnen slaan, maar dat kon altijd nog. Vooralsnog waren dat soort destructieve paniekacties niet nodig. Zo lang als het dak boven het water uitstak kon ik er relatief veilig zitten, buiten het bereik van krokodillen, nijlpaarden en roofdieren, die zich niet in het water zouden wagen. Het enige dier dat mij zou kunnen bereiken was een olifant en zolang je die niet laat schrikken vallen ze in principe niet aan.

Ineens bedacht ik dat de sleutel van de deuren een andere is dan de contactsleutel. Hij zit er wel aan vast, maar het is niet dezelfde. Ik had mij altijd afgevraagd waarom. Dat wist ik nu. Ik peuterde het ding los van de sleutelhanger (voorzichtig! NIET aan de contactsleutel draaien!) en ging terug naar het dak. Ik kon nog steeds niet achterin, maar ik was een stapje verder. Ik ging op de tent zitten. Het regende inmiddels niet meer. Ik had een flesje water, ik had koekjes en voorlopig was het niet koud. Ik kon nergens heen, maar ik was veilig en zolang de motor bleef draaien was ook Landcruiser niet verloren. Even overwoog ik zelfs de tent uit te vouwen. Ook daarin zat een slaapzak en kleren. Het zou in principe kunnen zonder zelf het water in te hoeven, maar de ladder zou wegzakken in de modder. En van slapen zou toch niet veel komen. Zó rustig was ik nou ook weer niet. Ik scheen nog eens rond. De oogjes van de krokodil dreven op het water.

Nu was het een kwestie van wachten. Wat ik kon doen had ik gedaan. Ik nam een koekje, een slok water, overdacht de situatie. Morgen, als het licht was, kwam er vast iemand langs, kon ik zelf eventueel gaan lopen in de richting van Mababe, of de andere kant op, naar de lodge. Uiteindelijk was er misschien niet eens zo heel veel aan de hand. Behalve dat ik nu een echt goed verhaal had om te vertellen. Ik kon een glimlach niet onderdrukken. Hier is dan je avontuur, eigenwijze sukkel. Ben je nou gelukkig?

 

Om tien uur verschenen er in de verte twee autolichten. Ik zwaaide met mijn zaklamp, klikte aan en uit. Hij kwam mijn kant op. Toen hij aan de rand van het water stond zag ik de oranjegele streep. Het was de auto die ik eerder die avond had moeten blijven volgen.

‘Heb je een touw?’ riep een hoofd dat uit het raampje stak.

‘Achterin de auto, maar ik durf niet het water in. Er zit daar zit een krokodil.’ Ik wees naar het donker.

‘Wacht. Ik ben over tien minuten terug.’

Ik vond het nog bijna jammer, was net gewend aan het idee dat ik de nacht zou doorbrengen op de auto. Maar ik verwierp de gedachte meteen. Het was leuk geweest en hoe eerder Landcruiser uit het water was, hoe beter.

Ze kwamen terug met zijn drieën. Een van de jongens stroopte zijn pijpen op en stapte met een bijl de rivier in. Ik scheen in de richting van de krokodil. De ogen waren verdwenen. Ik gaf de jongen mijn sleutel. De achterdeuren gingen net boven het water open. Ik klom naar binnen, viste het sleeplint en twee sleepogen op uit Landcruisers krochten. Heel even dacht ik aan Mount Kenya, waar ik ze voor het laatst gebruikt had.

Toen het sleeplint vast zat was het snel gebeurd. Ik klom terug achter het stuur, zette Landcruiser in de achteruit en op het teken gaf ik vol gas. Na twee keer proberen hobbelde ik achteruit, kreeg nog ergens een klap en stond op het droge. Ik zuchtte en opende de deur. Een Madurodam-versie van de Vic Falls stortte zich naar buiten. De motor liep normaal, de ruitenwissers waren gestopt met zwaaien, alles leek in orde.

Eén van mijn redders was het hoofd van politie in Mababe. Ze hadden me horen roepen. Of ik deze keer maar wel achter hen aan wilde rijden. Ik mocht voor zijn huis kamperen.

De volgende dag reed ik naar het Moremi Game Reserve. Landcruiser bromde als altijd. Ik droeg mijn sandalen in plaats van mijn doorweekte schoenen, maar verder was alles bij het oude. Alsof er niks gebeurd was. Je bent een zondagskind of niet.

Liefs,

N

PS. Misschien is het je opgevallen dat ik je aan het eind van de vorige brief had achtergelaten aan de grens tussen Malawi en Zambia, dat je nu een brief krijgt die begint aan de grens van Zambia met Botswana, en dat het dus lijkt alsof je een brief gemist hebt met mijn ervaringen in Zambia. Dat is niet zo. Er gebeurt gewoon teveel en dit moest ik eerst even aan je kwijt. Verhalen uit Zambia houd je van me tegoed, ok?

Advertenties

3 Reacties to “Zondagskind”

  1. Dries Staaks 18 november 2014 bij 17:48 #

    Ja, dit soort verhalen, daar zitten we op te wachten. Mits ze goed aflopen dan, hè !?

  2. Marco 18 november 2014 bij 23:00 #

    Aansteller.

  3. connie verberne 19 november 2014 bij 14:15 #

    Als k die politieman was geweest, had ik je laten zitten… tot de volgende ochtend hoewel…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: