Uit het ouderlijk huis (4)

7 Aug

Meisjes

Ik heb een droom die steeds terugkomt. Er staat een huis in brand. In dat huis zit Brigitte. Op een onmogelijke, heldhaftige, maar niet nader gespecificeerde manier weet ik dat huis in te komen en haar te redden. Daarna ligt ze in het ziekenhuis. Ze is zwaar gewond, maar ze overleeft het, dankzij mij. Iedereen uit mijn klas laat haar daar verder in de steek, behalve ik. Ik kom haar elke dag opzoeken en dat levert mij haar eeuwige liefde op. Er is ook een versie waarbij ik haar red en zélf in het ziekenhuis beland. Dan komt zij mij opzoeken. Het uiteindelijke effect is hetzelfde.

Na school ga ik soms fietsen. Zo zeg ik dat tegen mijn moeder, dat ik ga fietsen. Dat is niet gelogen, ik ga inderdaad fietsen, ik zeg alleen nooit waarheen en waarom. Mijn moeder vraagt wijselijk nergens naar. Ik fiets richting school, maar niet via de normale route. Ik kies altijd een andere route, want het mag niemand opvallen wat ik aan het doen ben. Uiteindelijk fiets ik volkomen achteloos door de Keverbergstraat, langs het huis van Brigitte. Lees verder

Advertenties

Uit het ouderlijk huis (3)

23 Jul

Wedstrijdjes

Ik heb iets met wedstrijdjes en spelletjes. Ik wil altijd winnen. Misschien komt het doordat ik de jongste ben, dat ik denk dat ik mij moet bewijzen ten opzichte van mijn oudere broer, dat ik mijzelf in de kijker moet spelen. Niet dat ik mij per se altijd wil meten met mijn broer, al zeur ik hem vaak aan zijn kop met de vraag of hij een spelletje met mij wil doen, terwijl hij zit te lezen. Totdat hij echt boos wordt en mijn moeder, of erger, mijn vader, moet ingrijpen.

Ik kan heel goed alleen wedstrijdjes organiseren. In bad ga ik op mijn buik liggen, neem de twee sponzen, de groene en de gele, en laat ze naast elkaar naast mijn hoofd drijven. Dan breng ik, zonder de sponzen aan te raken, met mijn handen het water in beweging. De sponzen drijven dan langs mijn lichaam naar mijn voeten, maken daar een bocht en komen langs de andere kant weer terug. De spons die als eerste weer bij mijn hoofd aankomt heeft gewonnen. Dat is meestal de groene. Ik speel niet echt vals, maar de groene krijgt wel altijd het voordeel van de twijfel. Als de gele tegen mijn enkel op botst en uit koers raakt is dat jammer, als dat met de groene gebeurt is dat niet eerlijk en moet de race opnieuw.

Lees verder

Uit het ouderlijk huis (2)

5 Jul

Schuifpuzzel_bewerkt1

Schuifpuzzel

Ik word al een tijdje heel vroeg wakker ’s morgens en dan kan ik niet meer slapen. Soms is het zo vroeg dat er zelfs nog niks op de radio is. Die begint pas om zes uur, met het nieuws. Het is al licht, het is zomer. Ik hoef niet naar school.

Ik denk dat ik wakker word omdat ik ontdekt heb dat de wereld om die tijd nog niet bestaat. Alles is er wel, maar niks beweegt. En ik ben er, maar niemand weet dat. Iedereen denkt dat ik nog slaap. Het is een geheim en ik houd iedereen voor de gek.

En het is stil. Zo stil is het verder nooit.

Er ligt een schuifpuzzel naast mijn bed en die maak ik, steeds opnieuw. Het is niet moeilijk, het zijn maar zestien stukken die je op de juiste plek moet zien te krijgen en ik heb het al zo vaak gedaan dat ik het bijna blind kan. Als de puzzel klaar is zie je een voetballende aap. En een wolk. Ik probeer het steeds sneller te doen.

Lees verder

Uit het ouderlijk huis (1)

21 Jun

Woningbouw 1980 - 7 - bewerkt

Bienenstich

Op een dinsdagmiddag in november, rond vier uur, kondigt het einde van mijn jeugd zich aan in de vorm van een foldertje. Het is mijn vader die het onder mijn neus duwt. We zitten aan de kleine tafel naast de schuifpui die toegang geeft naar de tuin. Mijn moeder heeft net thee gezet en voor ons alle drie een stuk zelfgemaakte taart afgesneden: Bienenstich. Bijensteek.

‘Kijk hier maar eens naar,’ zegt mijn vader. Hij kijkt me geamuseerd onderzoekend aan.

‘Woonlandschap De Leyhoeve,’ lees ik, ‘het nieuwe wonen voor de 50-plusser van vandaag de dag.’

Binnenin foto’s van blakende ouderen aan de wijn, drie generaties mannen vissend aan de waterkant, een picknickende familie in het gras.

‘Koppelt het comfort en de service van een hotel aan prachtige huurwoningen, volledige mogelijkheid tot zorg binnen handbereik.’

‘Gaan jullie verhuizen?’ vraag ik, half voor de grap.

‘Ja,’ zegt mijn vader.

Ik kijk naar mijn moeder, dan weer naar mijn vader, dan weer naar het foldertje.

‘Naar Groningen?’

Mijn vader glimlacht, mijn moeder peilt mijn reactie. Ik neem een hap van de taart.

Lees verder

Reis rond de wereld in tachtig woorden

3 Apr

 

Ik denk niet dat de wereld rond is. Ik reis

al tachtig dagen en ik ben nog steeds niet thuis. Ik snijd

bochten af, maar alles wat overblijft zijn stukken

en daar waar ik moet zijn komt niet dichterbij.

Richting kiezen was nooit mijn sterke punt.

 

Bel mijn moeder, zeg

dat ik er voorlopig niet ben,

dat het nog even gaat duren.

Dat ik er morgen misschien vanaf

val,

de ruimte in.

Dat thuis misschien is waar de sterren zijn.

 

 

Reflectorsticker

12 Mrt

Met de traagheid van een corrupte smeris drukt de walrus aan de kant van de weg zichzelf uit zijn stoel omhoog – een vis heeft zich aangediend. Het beest waggelt rond mijn auto, verschijnt naast mijn opengedraaide raam. Zijn kop wiegt heen en weer, de arrogantie druipt van zijn snor.

‘Good morning, Sir! How are you today?’ speel ik de Opgewektheid. Zuur bestrijd je met suiker.

‘Driver’s license.’

‘You saw the match yesterday? Great game, right?’ Ik duw de geplastificeerde kopie van mijn rijbewijs in de blubber van zijn hand.

‘No reflectorstickers.’ Hij wijst naar de voor- en achterkant van de auto. ‘Fine is four thousand kwacha.’

‘My lights reflect in the dark. I don’t need them.’ Reflectorstickers my ass.

‘It’s law. You pay four thousand kwacha.’

De wet, laat me niet lachen. Vetmesten van je dikke pens, dat is het.

‘I’ll buy them in the next town, ok?’

Hoofdschudden.

‘I’ll give you thousand and I’ll buy them in the next town.’

Hij gluurt naar zijn collega, die in zijn stoel is blijven hangen, ogen ostentatief gesloten, alsof hij slaapt. De walrus steekt zijn hand uit.

‘Thousand.’

Ik graai in mijn broekzak, geef hem zijn vis en rijd door.

Bij de lodge waar ik overnacht vraag ik naar de reflectorstickers.

‘Het is verplicht,’ is het antwoord. ‘De boete is vierduizend kwacha.’ Ik heb dus zojuist een agent omgekocht die mij niet wilde belazeren.

Moraal van het verhaal: walrussen hebben geen ruggengraat.

 

Niemand komt thuis (of het verlangen om er niet te zijn)

11 Feb

IMG_6838

Lieve I,

Ik weet niet meer waar ik was toen ik hoorde dat Joost Zwagerman een einde aan zijn leven had gemaakt. Ik zal het via facebook hebben meegekregen, ergens in Burkina Faso of Mali, op een moment dat ik heel even op mijn telefoon keek, terwijl ik eigenlijk iets anders aan het doen was of ergens op wachtte. Hoewel ik hem ooit heb gesproken, en later nog wel eens contact met hem heb gehad over een of ander project, was het niet een bericht dat mijn wereld deed stilstaan. Het was een verlies voor de literatuur, voor intellectueel Nederland, zeker, maar geen persóónlijk verlies. Toch ging het nieuws ook niet zomaar aan mij voorbij. Het bericht van zijn overlijden, en de manier waarop, was méér dan gewoon een van de vele meldingen in de oneindige stroom op mijn tijdlijn. Het was betekenisvol. In de dagen daarna las ik een aantal stukken die her en der verschenen van mensen die Zwagerman wel persoonlijk gekend hadden. Daarin kwam enkele keren de titel terug van een essay dat opgenomen is in zijn laatste bij leven gepubliceerde boek, De stilte van het licht. Die titel is: ‘Het verlangen om er niet te zijn’ en het staat in de afdeling ‘Verdwijnen. Daaraan bleven mijn gedachten hangen. Het verlangen om er niet te zijn – ik voelde onmiddellijk verwantschap met dat thema.

Lees verder