Uit het ouderlijk huis (5)

30 Aug

Pim_DugOut_KVC_bewerkt

Voetbal

Als ik niet naar school hoef voetbal ik achter het huis. Mijn moeder moet gek worden van de bal die de hele tijd tegen de muur bonkt, maar ze zegt er nooit wat van. Mijn vader wel, op zaterdagen, wanneer hij overdag thuis is en in de kamer de krant zit te lezen. Ik speel ook keeper. Ik gooi de bal hoog tegen de muur zodat die terugkaatst tussen de palen van de schommel, die dienst doet als goal. Ik spring, duik en val om de bal te vangen of net voor de kruising weg te tikken. Door de opstelling van de schommel ten opzichte van het huis kan ik alleen vanaf links gooien, waardoor ik, nu nog steeds, alleen maar naar rechts kan duiken.

Twee huizen verder woont Sjoerd. Vaak voetballen we samen. Op de parkeerplaats achter zijn huis, op de rolschaatsbaan bij het speeltuintje, of bij de Phicoop-supermarkt. Op de parkeerplaats zijn, bij wijze van decoratie, tussen de tegels op regelmatige afstand van elkaar, rode bakstenen gelegd, in de vorm van een vierkant. Als we een-tegen-een doen verdedigen we allebei zo’n rood vierkant. Of de een is de keeper en de ander moet proberen te scoren. Dan dient de garagedeur van buurman Siem als goal. Maar alleen als Siem niet thuis is, anders komt hij boos naar buiten.

De rolschaatsbaan is een geasfalteerde open plek naast het speeltuintje op het Meidoornplein. Omdat niemand er ooit daadwerkelijk rolschaatst komen er later grote houten bloembakken te staan. Sjoerd en ik gebruiken die als goals, dat is beter dan de platte rode vlakken op de parkeerplaats. Ook hier is het oppassen, want de bal wil nog wel eens in een voortuintje belanden, wat tot een scheldkanonnade van een van de buurtbewoners kan leiden.

Pim&Sjoerd_Tuin Van der Knaap_bewerkt3

Ook bij de Phicoop is het niet per se veilig. Er loopt een weg voorlangs, waardoor we het verkeer een beetje in de gaten moeten houden. En soms parkeren klanten hun auto’s precies op de plek waar wij willen voetballen. De meest hachelijke situatie ontstaat wanneer de bal op het dak van de supermarkt terechtkomt. Dan moet een van ons achterom, om via het hek van een aangrenzende tuin omhoog te klimmen. Dat is link en als iemand erachter komt zijn we het haasje. We zijn vooral bang voor Patrick, de zoon van de eigenaar, die vaak in de buurt is en waakhond speelt. Heel af en toe durven we in het magazijn een ladder te vragen, maar liever wagen we ons leven door zelf het dak op te gaan.

Tegen de tijd dat Sjoerd en ik zeseneenhalf jaar zijn hebben we onze ouders zolang aan het hoofd gezeurd dat we bij de voetbalclub willen, dat ze de trainer van de F-jes persoonlijk benaderen. Omdat we zo enthousiast zijn wil hij een uitzondering maken en ons een half jaar eerder toelaten dan officieel mag. De jaren daarna doorlopen we samen alle jeugdelftallen. Sjoerd wordt spits, ik, mede vanwege mijn snelheid, linksbuiten. Op zaterdagmiddagen, nadat we ’s morgens een officiële wedstrijd gespeeld hebben, gaan we naar ‘De Schijfweg’, een openbaar voetbalveld aan de weg met dezelfde naam. Urenlang oefen ik voorzetten, die Sjoerd vervolgens op goal schiet of kopt.

Inmiddels is duidelijk wat ik later wil worden: profvoetballer. En ik heb zowaar talent. Op mijn elfde krijg ik een brief van het Jeugdplan van VVV. Ik ben gescout en word uitgenodigd om, naast de trainingen van mijn eigen club KVC, wekelijks mee te trainen in Venlo. Ik ben meer nerveus dan blij. Ik ken niemand van mijn medespelers en de meesten daarvan hebben een stuk meer branie en zelfvertrouwen dan ik. Ze zijn bloedfanatiek en vastberaden om te presteren. Ik doe gewoon zo goed mogelijk wat mij gevraagd wordt en werk in de bus naar het stadion aan mijn huiswerk Frans.

20180322_172245

In dezelfde periode word ik ook geselecteerd voor het team ‘onder 13’ van Regio 1, afdeling Limburg van de KNVB. Met enige regelmaat krijg ik een brief thuis met een uitnodiging voor een wedstrijd. Op een bijgevoegde lijst staan de andere spelers die zijn uitgenodigd. Een aantal daarvan ken ik van VVV, maar er zijn ook altijd een paar nieuwe jongens bij die niemand kent. Een team wordt het nooit. Ik ga erheen omdat ik word uitgenodigd. Er zijn er niet zoveel die deze kans krijgen, het is niet iets om over na te denken.

Maar dan gaat het mis. Ik krijg last van mijn knieën. Het is niet helemaal duidelijk waar het door komt, het heeft waarschijnlijk met de groei te maken. Onder mijn beide knieschijven ontstaat een harde bult. Ik mag een jaar lang niet voetballen. Maar zowel VVV als de KNVB laten mij niet vallen. Als ik weer terugkeer op de velden word ik door beide opnieuw uitgenodigd. Mijn talent is niet weg, er is hoop. Toch blijkt in de loop van het seizoen dat mijn balgevoel niet meer is wat het geweest is. Het gaat niet meer allemaal vanzelf. En de top is hard. Op 23 mei 1990 krijg ik een brief van VVV dat ik niet meer in aanmerking kom voor het Jeugdplan. Officieel vanwege het bereiken van de B-jeugd leeftijd, de leeftijd waarop je echt voor VVV zou moeten gaan voetballen, en niet meer bij je eigen club. Tijdens het ‘afvloeiingsgesprek’ stelt de staf dat ik in het jaar waarin ik niet voetbalde zo gegroeid ben, dat mijn oog-voet-coördinatie niet meer optimaal is. Bij het regioteam van de KNVB mag ik nog iets langer meedoen, in 1991 speel ik nog het Limburgs kampioenschap ‘onder 16’, maar daarna word ik ook daarvoor niet meer uitgenodigd. Mijn profcarrière is in de knop gebroken.

Brief_AfvloeiingVVV_bewerkt

Ik schop niet tegen deuren, lig niet huilend op bed. Ik doe mijn huiswerk voor school en voetbal gewoon weer met mijn vrienden uit het dorp, alsof er niks gebeurd is. De ambitie om profvoetballer te worden verdwijnt langzaam en geruisloos uit mijn systeem en maakt plaats voor nieuwe dromen.

In een oud schrift vind ik een verhaal terug dat ‘Mijn toekomstdroom’ heet. Ik beschrijf daarin hoe ik vijf jaar bij het Jeugdplan van VVV blijf en op mijn zeventiende debuteer in het eerste. Na twee jaar word ik voor 30 miljoen gulden verkocht aan Ajax. Ik word topscorer van Nederland en Europa en Europees voetballer van het jaar. Aanbiedingen van topclubs uit de hele wereld volgen. Ik kies uiteindelijk voor Juventus en vertrek voor 45 miljoen gulden naar Italië, waar ik tot mijn vijfenveertigste blijf voetballen. Daarna word ik voorzitter van Juventus.

Op één punt begin ik aardig in de buurt te komen van mijn jongensdroom: ik ben tweeënveertig, en ik voetbal nog steeds. Elke week, op een zeer bescheiden niveau, met Sjoerd. Het piept en het kraakt, maar ik houd vol, zolang het kan.

20180504_175141

20180504_175216

Advertenties

Eén reactie to “Uit het ouderlijk huis (5)”

  1. Marjan 31 augustus 2018 bij 09:34 #

    Iedere keer weer blij als ie in m’n mailbox landt 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: