Uit het ouderlijk huis (4)

7 Aug

Meisjes

Ik heb een droom die steeds terugkomt. Er staat een huis in brand. In dat huis zit Brigitte. Op een onmogelijke, heldhaftige, maar niet nader gespecificeerde manier weet ik dat huis in te komen en haar te redden. Daarna ligt ze in het ziekenhuis. Ze is zwaar gewond, maar ze overleeft het, dankzij mij. Iedereen uit mijn klas laat haar daar verder in de steek, behalve ik. Ik kom haar elke dag opzoeken en dat levert mij haar eeuwige liefde op. Er is ook een versie waarbij ik haar red en zélf in het ziekenhuis beland. Dan komt zij mij opzoeken. Het uiteindelijke effect is hetzelfde.

Na school ga ik soms fietsen. Zo zeg ik dat tegen mijn moeder, dat ik ga fietsen. Dat is niet gelogen, ik ga inderdaad fietsen, ik zeg alleen nooit waarheen en waarom. Mijn moeder vraagt wijselijk nergens naar. Ik fiets richting school, maar niet via de normale route. Ik kies altijd een andere route, want het mag niemand opvallen wat ik aan het doen ben. Uiteindelijk fiets ik volkomen achteloos door de Keverbergstraat, langs het huis van Brigitte. Ter hoogte van haar huis doe ik alsof ik toevallig die kant op kijk en probeer naar binnen te gluren om een glimp van haar op te vangen. Ik zie haar niet. Een minuut of twintig later, als ik een zorgvuldig bedacht willekeurig rondje door het dorp heb gemaakt, fiets ik nog een keer langs, komend vanaf de andere kant. Ik ben zogenaamd ergens geweest, een boodschap doen ofzo, en kom nu weer terug. Niks vreemds aan. Weer zie ik haar niet. Tijdens al die tochten die ik maak zie ik haar eigenlijk nooit. Ik zou ook niet weten wat ik zou moeten doen of zeggen als ik haar wel tegenkwam. Ik wil haar ook helemaal niet tegenkomen. Of eigenlijk ook weer wel.

In mijn eerste schoolagenda maak ik geen geheim van mijn liefde. Ik schrijf er geen spontane liefdesverklaringen of odes aan haar in, maar verder neem ik elke gelegenheid te baat om haar naam op te schrijven. Bij het rooster heb ik een stickertje geplakt waar je op in kunt vullen op wie je verliefd bent en op verschillende plekken vraagt de agenda naar ‘mijn engel’, ‘de leukste van de klas’, ‘het stuk van het jaar’ en ‘mijn lievelingsdier’. Overal vul ik trouw en braaf Brigitte in.

Maar op woensdag 18 november 1987 gaat het mis. Daar staat: ‘Brigitte heeft het uitgemaakt.’ Dat is een paar dagen voor de disco op zondag, bij de Keverberg, misschien heeft dat er iets mee te maken. Op 14 december lijkt het toch weer goed te komen, want dan maakt ze het weer aan. Om het vervolgens ruim een week later, op 23 december, weer uit te maken. Er is duidelijk iets gaande en het zou wel eens bij mij kunnen liggen, want op 1 februari 1988 maak ik het aan met Peggy. Vanaf dat moment verleg ik mijn ‘spontane’ fietsroutes naar de Schijfweg, waar Peggy woont. Wat rest is een briefje in een ‘geheim’ vakje achterin mijn agenda, met daarop groetjes en kusmondjes van Brigitte.

Briefje_Brigitte_bewerkt

Eenmaal op de middelbare school dient zich onmiddellijk een nieuwe liefde aan. Al tijdens het introductiekamp met de brugklas word ik verliefd op Kirsten, een kleine engel met lange, blonde haren en een gave, bijna doorschijnende huid. Ik durf nauwelijks met haar te praten, maar op een of andere manier lukt het toch om het ‘aan’ te maken. Dat heeft in de praktijk verder geen enkele consequentie, alleen dat ik een keer haar kartonnen koker mag lenen, zodat ik mijn werk uit de tekenles opgerold en ongeschonden mee naar huis kan nemen. Ik zie dit als een kans om iets heel romantisch te doen, namelijk stiekem een briefje in de binnenkant van haar koker plakken, met een boodschap, een gedicht of een liefdesverklaring. Ik lig een week lang wakker om te bedenken wat ik zal schrijven. In mijn agenda van dat jaar vind ik briefjes met wat ik denk dat de mogelijkheden zijn die ik op een rijtje gezet heb. Er staan dingen op als: ‘My pen is black, my ink is pale, my love for you will never fail’ en ‘Als je dit leest ben je niet aan het opletten of geen huiswerk aan het maken. En als je dat dan toch niet doet, kun je mij ook wel even een briefje terug schrijven.’

Het werkt, want ik heb een briefje van haar waar op staat: ‘Nog bedankt voor het briefje. Veel succes in de proefwerkweek. Groetjes en xxx-jes van …….’ en dan precies zeven puntjes, met een rood hartje boven het tweede puntje. En twee grotere rode hartjes, een rechtsboven en een linksonder. Als dat niet betekent dat ze ook verliefd is op mij… Bovendien heb ik een briefje waar ze een top drie gemaakt heeft van de jongens die ze leuk vindt. Ik sta op één, al mag dat niemand weten, want er staat bij: ‘P.S. niemand laten lezen’.

Briefje_Kirsten1_bewerkt

Briefje_Kirsten2_bewerkt

Er is een dag dat Kirsten moet turnen in de gymzaal in mijn dorp. Dat is een kans die ik niet voorbij mag laten gaan. Ik zeg tegen mijn moeder dat ik ga fietsen. Dat is al lang geen vreemde mededeling meer, het is alleen iets dat ik al heel lang niet meer heb gedaan. Mijn moeder lijkt niet verbaasd en vindt het prima. Ze zegt er in ieder geval niks over. Bij de buiteningang van de gymzaal is het stil. Ik twijfel of ik wel naar binnen zal gaan, maar ik houd mezelf voor dat het helemaal niet gek is dat ik naar een turnwedstrijd ga kijken. Dat er vast meer mensen zijn die dat doen. Bij mijn voetbalwedstrijden staan toch ook wel eens mensen langs de kant?

In de jongenskleedkamer hoor ik dat er inderdaad activiteit is in de zaal. Ik doe mijn schoenen uit, want dat heb ik geleerd toen ik nog hier op school zat. Ik ga het kleine halletje door en dan sta ik binnen. De ringen hangen naar beneden, er staat een evenwichtsbalk, een springplank en een bok. Aan de andere kant van de zaal staan de meisjes in hun turnpakjes. Er staat niemand te kijken, ik ben de enige. Een van de meisjes neemt een aanloop en maakt een salto over de bok. Dan zie ik de blonde haren van Kirsten. Ze is er, ze heeft haar haren in een vlecht. Ik kan niet zien of ze mij ziet en ik durf niet te zwaaien. Ze is bezig met een wedstrijd, ik mag haar niet afleiden. Als ik op het voetbalveld sta wil ik ook niet dat toeschouwers naar mij gaan staan zwaaien. Na nog twee sprongen van andere meisjes is ze aan de beurt. Ze neemt een ferme aanloop en zwiept over de bok, een salto met een halve schroef. Ze landt keurig op haar voeten. Als de oefening is afgelopen komt ze naar me toe.

‘Hoi,’ zeg ik.

‘Hoi,’ zegt ze.

‘Gaat het goed?’ vraag ik.

‘Best wel.’

‘Gaan jullie winnen?’

Ze haalt haar schouders op.

‘Welke oefeningen komen er nog?’

‘De evenwichtsbalk.’

‘Okee,’ zeg ik.

Ze staart naar de grond, volgt met haar grote teen een gele lijn op de vloer. Dan kijkt ze achterom, naar haar teamgenoten. Ik wil nog iets vragen, maar wat?

‘Ik moet verder met de wedstrijd,’ zegt ze.

‘Okee,’ zeg ik.

‘Hoie,’ zegt ze, draait zich om en rent terug naar de toestellen.

‘Succes,’ zeg ik, maar ik weet niet of ze het hoort.

Ik wacht de evenwichtsbalk niet af. Ik wil nog zwaaien, maar ze staat met de rug naar me toe. In de kleedkamer doe ik mijn schoenen weer aan en loop dan naar buiten. Ik pak mijn fiets en maak een willekeurig rondje door het dorp.

Aan het eind van het brugklasjaar organiseert Kirsten met haar vriendinnen een feestje bij haar ouders in de garage. Alle leuke mensen uit mijn klas zijn er. Er is een tafel met chips, spekjes, frisdrank en witte plastic bekertjes. De lege ruimte daarvoor is de dansvloer. Ik probeer haar aandacht te trekken, maar ze heeft het te druk met de organisatie. Pas bij het allerlaatste nummer, als het tijd is om te ‘slowen’, komt ze naar me toe. We schuifelen heen en weer op het ritme van de muziek, mijn armen gestrekt op haar schouders, haar handen op mijn heup. Iedereen staat in een rijtje, de jongens aan de ene kant, de meisjes aan de andere. Het hele nummer lang bedenk ik wanneer ik haar zal zoenen en hoe ik dat aan moet pakken. Ik besluit dat het einde van het liedje het meest geschikte moment is, waarschijnlijk om geen andere reden dan dat dat nog even duurt. Als de laatste toon wegsterft ga ik ervoor, maar net op dat moment maakt ze zich los uit mijn armen en draait ze haar hoofd weg. De allereerste kus van mijn leven belandt daardoor op een kaakbeen, halverwege een oor. Ik weet niet eens of ze het merkt, ze loopt weg om iets te gaan regelen. De lichten gaan aan, de muziekinstallatie uit. Buiten staat de vader van een vriend met de auto te wachten om ons naar huis te brengen. Hij vraagt of het leuk was.

‘Best wel,’ zeg ik.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: