Locked-in

9 feb

De meeste mensen zullen het niet begrijpen, maar Bart is altijd lief voor me geweest. Het was natuurlijk vreemd, in het begin, maar ik ben er inmiddels ook wel aan gewend dat ik machteloos ben. Na verloop van tijd leg je je erbij neer. Mensen doen rare dingen als ze denken dat je zo goed als dood bent. Ze prikken in je wang, knijpen in je neus, kietelen onder je voeten. Ik heb eens een zoenend stelletje in de kamer gehad, en een tijd lang kwam een broeder hier ‘s nachts porno kijken.

Bart was anders. Hij zorgde er altijd voor dat mijn kamer opgeruimd was. Af en toe nam hij bloemen mee, dat kon ik ruiken. Hij zette ze in een vaas naast mijn bed, zong als hij de kamer poetste. En hij praatte tegen me. Niet dat hij dacht ik hem kon horen, zei hij, hij wilde gewoon iets zeggen. Niet doen of ik er niet was. Zo bleef ik op de hoogte van wat er in het ziekenhuis gebeurde: dat Hetty van de balie weer eens op haar kop had gekregen, dat dokter Wolting vreemdging met zuster zo en zo, dat er bezuinigd moest worden. Over zichzelf vertelde hij weinig. Eén keer liet hij vallen dat hij een vriendin had, Sophie. Ze hadden ruzie gehad, zei hij. Vanaf dat moment ging hij mij complimentjes maken.

Hij kwam steeds vaker, ook als hij schijnbaar niet echt iets te doen had. ‘Hallo, schoonheid,’ zei hij dan. ‘Je ziet er weer prachtig uit vandaag.’ En dan ging hij naast me zitten, pakte mijn hand en streelde die. Soms praatte hij aan een stuk door. Hij had een mooie lage stem. Ik stelde mij voor dat hij er ietwat exotisch uitzag; donkere ogen, zwart haar, getinte huid. Gespierde armen met zachte haartjes. Als hij weer wegging kreeg ik een kus op mijn voorhoofd. ‘Tot morgen, schoonheid.’

Op een avond, ver na het laatste bezoekuur, kwam hij weer binnen. Hij zei niks, kuste alleen mijn wangen, mijn nek, mijn mond. Dat had hij nog nooit gedaan. Hij sloeg de lakens open, zoals hij wel vaker deed, als hij mij waste. Ook nu trok hij mijn nachthemd uit. Daarna deed hij zijn eigen kleren uit en kwam op me liggen. Hij was warm en stevig. ‘Je bent mijn liefste,’ fluisterde hij. Langzaam, voorzichtig en teder, drong hij binnen.

Na die eerste keer kwam hij elke week. Na afloop bleef hij altijd nog even rondhangen bij het raam. Alsof hij op iets wachtte. Op die avonden nam hij geen afscheid, liep zonder iets te zeggen naar buiten.

Het duurde enkele maanden, totdat een zuster per ongeluk de verkeerde deur opende en hem betrapte. Sindsdien is er buiten de bezoekuren nooit meer iemand alleen in mijn kamer. Ik word alleen nog verzorgd door de zusters. Ze doen hun werk zwijgend. Snel, grondig, professioneel. Ze brengen nooit bloemen mee. Wel laten ze soms per ongeluk de hele nacht de televisie aan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: