Veteraan

30 dec

Op het moment dat ik voor de tweede keer dit jaar door mijn enkel ga is er niemand in de buurt. Ook van de eerste keer wil ik niemand de schuld geven, maar dat was tenminste nog in een duel. Nu is er alleen de bal, en ballen kun je niks kwalijk nemen.

Ik denk dat ik een passeerbeweging wilde maken en mij onderweg bedacht. Dat ik bij nader inzien toch een pass wilde geven. Maar mijn voet stond al in de stand voor de passeerbeweging, terwijl mijn been op weg was naar een pass. Dat je hoofd iets bedenkt en nog voordat dat uitgevoerd is, iets anders. Dat er dus twee niet compatibele acties tegelijkertijd uitgevoerd moeten worden. En dat je hoofd dan niet bedenkt dat een lichaam tijd nodig heeft, dat gedachten sneller gaan dan bewegingen. Kortsluiting, zoiets.

Ik hoor het kraken. Ik slaak een kreet, op dat moment nog meer van schrik dan van pijn, en stort ter aarde. Het is mis. Zoiets weet je meteen. Links, deze keer. Om de andere enkel draag ik nog een brace – maatregel na de vorige blessure. Ik was net weer terug, durfde net weer voluit te gaan. Het spel wordt stil gelegd, medespelers komen om mij heen staan. Of het gaat. Ik vloek.

Alsof mijn leven aan me voorbij flitst zie ik mijzelf als twaalfjarige. Ik sprint langs de lijn, ik ben een snelle linksbuiten met een goede voorzet en ik ben aan de bal. Uit mijn ooghoek zie ik hem komen, ik voel hem als het ware. Intuïtie op basis van ervaring. Ook op die leeftijd al weet je als aanvaller wanneer de charge komt. Meestal ben ik voorbereid, maak ik gebruik van de beweging van de ander, kap hem uit, draai weg, spring over het uitgestoken been. Ongrijpbaar ben ik, ongrijpbaar en doelgericht. Nog voordat de tweede tackle komt slinger ik de bal voor de goal, precies op het hoofd van mijn vriendje Sjoerd, die weet dat die bal komt, en waar, zodat hij hem in kan koppen. Onhoudbaar ben ik en ik ga het maken. Ik ben een talent en ik ben gescout en er is niets dat mij kan stoppen om de grootste voetballer aller tijden te worden. Niet vanwege de roem, niet vanwege het geld, maar gewoon omdat er niets is dat ik liever doe dan dit.

Maar dan zie ik dus vanuit mijn ooghoek die sliding komen. Ik tik de bal net voor de voet van de tegenstander weg, maar mijn standbeen is te laat en wordt meegenomen in de vliegende tackle. Mijn voet klapt dubbel. In mijn val zie ik de toeschouwers langs de kant hun adem inhouden. Ik hoor het schelle fluitje van de scheidsrechter – dit kan niet anders dan rood zijn. Pas als ik neerkom besef ik dat het rood wel eens op mijn voetbalcarrière zou kunnen slaan. Mijn voet staat in een rare knik naar buiten, een bot komt onder het vel uit. Terwijl ik naar de kleedkamer wordt gedragen biedt de tegenstander zijn excuses aan. Binnen op een massagetafel raak ik buiten westen.

Een operatie en een eindeloze reeks revalidatieoefeningen volgen. Gedurende een jaar kijk ik nauwelijks nog voetbal, smijt ik regelmatig uit frustratie met krukken, huil ik zachtjes op mijn kamer. Het komt mij voor dat mijn leven voorbij is. En in zekere zin is dat ook zo. Als ik eindelijk, eindelijk weer op het veld sta duurt het een half jaar voor ik weer terug mag komen bij de selectie onder 14 van de voetbalbond, maar al snel blijkt dat mijn medespelers vooruitgang hebben geboekt en dat ik, letterlijk, stil ben blijven staan. Het hoogste wat ik nog haal is het tweede elftal van de voetbalclub in mijn dorp. Mijn droom, de enige die ik had, is uiteengespat in botsplinters.

Ik word rechtop gezet en leunend op de schouder van een medespeler strompel ik naar de kleedkamer. Ik worstel mij uit mijn schoen en houd de enkel onder de koude kraan. De zwelling is aanzienlijk, maar een stuk minder dan vorige keer. Misschien valt het mee. In de zaal gaat het spel gewoon verder. Lijden doe je alleen.

Ik weet wat ze gaan zeggen straks, mijn niet-voetballende vrienden, mijn collega’s. Dat sporten natuurlijk ook niet goed is voor een mens – meestal geuit door degenen die zelf alleen voor een biertje van de bank af komen. Dat voetbal levensgevaarlijk is – door degenen die niet per se een hekel hebben aan sport, maar voetbal alleen associëren met oorlog. Of, de ergste: ‘Word je niet langzaam te oud voor dit soort geintjes?’ Mensen die dat zeggen hebben het niet begrepen. Ik denk dan aan een opmerking van mijn huisarts, aan het einde van mijn revalidatieproces na die fatale sliding. Ik had geprobeerd wat te voetballen, maar mijn enkel bleef pijn doen.

‘Als je stopt met voetballen heb je nergens last van,’ zei hij.

‘Ja,’ dacht ik, terwijl ik hem in gedachten aan zijn stropdas over de tafel trok, ‘en als ik stop met leven heb ik helemáál nergens meer last van.’

Een van mijn medespelers die met de auto is zet me af voor de deur van mijn huis. Ik haal ijsklontjes uit de vriezer, draai die in een theedoek en ga met mijn voet omhoog op de bank zitten. Dit gaat even duren. Twee weken, hooguit, en dan loop ik weer. Over anderhalve maand sta ik weer op het veld. Ik ga door. Ze zullen me de nek moeten breken.

Enkel

Advertenties

2 Reacties to “Veteraan”

  1. Maria Broos 30 december 2018 bij 17:48 #

    Ach Pim. Bijna weer carnaval. Hopelijk is het dan over en heb je alweer heel wat partijtjes gevoetbald. Mooie verhaal maar wel een beetje sneu! Ik wens je veel geluk in het nieuwe jaar!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: