Discodip

20 dec

Lieve I.,

Vandaag moest ik aan discodip denken. Ik eet eigenlijk bijna nooit meer softijs, maar als het ervan komt neem ik ook discodip – je kent het wel, van die minuscule knapperige bolletjes in alle kleuren van de regenboog, waar ze bij de snackbar een bak vol van hebben en waar ze, als je dat vraagt, het ijs doorheen halen. Het is eigenlijk iets voor kinderen en het gaat meer om het beeld dan om de smaak, want als je het eerste laagje ijs eraf gelikt hebt, zijn alle bolletjes verdwenen en houd je alleen een kale witte smurrie over. Toch is het de moeite waard, vind ik. Sterker, zonder discodip is een softijsje eigenlijk nogal… nou ja, saai.

Afijn.

Ik liep door de bazaar in Shiraz en zag daar mensen op een plastic stoeltje zitten met een bakje witte slierten. Nu wil ik mij als reiziger zoveel mogelijk opstellen als participerend onderzoeker, en dus benaderde ik onbevreesd de man achter de vitrine. Wat dat nou was dat hij verkocht. ‘Faludeh,’ antwoordde hij. Als ik niet beter wist had ik gedacht dat hij een mij onbekende vogelsoort nadeed, vergelijkbaar met de ervaring wanneer een Iraniër ‘Toyota’ uitspreekt – wat ongeveer klinkt als ‘twieta’.  Lees verder

Much ado about nothing

11 dec

Lieve I.,

Ik heb mijn Taft Gelwax Ultra (structure: 2) teruggevonden! Ik kwam het potje toevallig tegen in een kist, toen ik op zoek was naar iets anders. Nu zie ik er dus weer uit als een smooth motherfucker.

Maar dat terzijde.

Achter mij sluit het hek dat de terugweg naar Turkije onmogelijk maakt. Vóór mij staat een Mercedesbus met Duits kenteken. Daarvoor ook een hek. Dicht. De dienstdoende is lunchen en lunch is heilig, zo blijkt. Gevangen in niemandsland.

Bruno en Lina (alvast met hoofddoek) zijn al vier maanden onderweg. Ze volgen een soort hippietrail en gaan naar India. Hun bus is groot en luxe, maar traag. De pas voor de grens bij Dogubayazit was een beproeving. Ook voor mij, maar ik was net iets later en er hing mist boven de zwartgroene gestolde lava zodat de volgende bocht steeds maar net zichtbaar was. Het was er fascinerend droevig, stil en verlaten, zoals dat hoort op dat soort plekken.

Ik kwam uit Van, ook al zo’n treurige plek, tenminste in de herfst, wanneer de toeristen verdwenen zijn en het opgeruimde humeur van de reiziger met de regen wegspoelt in het meer. De camping aan het water waar ik me op verheugd had was er niet en de boot naar het schilderachtige eiland vertrok vanaf een plek vijftig kilometer terug. Het uitzicht vanaf de burcht waar ik zo ongeveer tegenaan reed was voornamelijk grijs. Voor dit soort gevallen heb ik series bij me. Ik sloot mij op in een warme hotelkamer en opende mijn laptop voor seizoen één, aflevering één van Breaking Bad.

IMG_5945

Lees verder

Ilgaz Dagi

6 nov

IMG_5800

Lieve I.,

Als ik aankom bij Ilgaz Dagi lijkt het wel middernacht. Zo donker was het zelfs in Bayern niet. Maar het is bepaald geen middernacht, het is ongeveer vijf uur. Ik was gestopt bij een tankstation in de buurt van Ilgaz om iets te zoeken waar ik kon slapen. Mijn Garmin opperde het Ilgaz Mountain Resort, op ongeveer 20 kilometer. Dat leek mij wel wat, al klonk het als een vijfsterren yuppiehotel. Maar voor hetzelfde geld is het een onderkomen bouwval van twintig jaar geleden, je weet het hier maar nooit.

Het meisje achter de balie haalt de schouders op. Geen Engels. Er spreekt hier zelden iemand Engels, en toch is er altijd iemand die het wel een beetje kan. Er wordt gebeld.

Het mannetje in de korte broek dat komt aanrennen, druk druk druk, zegt: ‘Honderdvijfendertig lira.’

‘Ik wil ook wel hierbuiten parkeren en in de auto slapen. Ik hoef alleen de wc en de douche te gebruiken. Dan geef ik je vijftig,’ zeg ik.

Hij lachen. Op een kaartje schrijft hij een ander adres. Honderdvijftig meter verder, zestig lira. ‘Mijn collega brengt je erheen.’

Ik achter een Renault Kangoo aan die keihard wegscheurt, verder en verder de berg op. Honderdvijftig meter is hier een behoorlijke afstand. Bij ons zou dat een kilometer heten.

Lees verder

Licht in de duisternis

28 okt

Lieve I.,

Zondagavond was er even paniek. En ergernis, en woede. Het blijkt in Bayern na zonsondergang pikdonker te zijn. Ze hebben vast overal licht, maar het was nergens aan. In ieder geval niet op de camping waar ik aankwam en ook niet op de weg er naartoe. Er was een bar, waar ook de receptie zou moeten zijn. Die was open van woensdag tot en met zaterdag. Alleen in het toiletgebouw brandde licht. Maar dat was het niet.

Toen ik bij gebrek aan welkom dan maar onuitgenodigd mijn auto op het terrein ging zetten om mijn tent uit te vouwen, begon er een lampje te branden op mijn dashboard. Daar wel. T-belt, stond eronder. T-belt, dat is de distributieriem, en die is essentieel. Dat weet ik, want ik heb een autosleutelcursus gedaan.

‘Geen paniek,’ dacht ik nog bij mezelf, ‘kijk nou eerst eens even in het instructieboekje.’

‘Zoek zo snel mogelijk de dichtstbijzijnde Toyotadealer op,’ staat daar.

Paniek.

Maar het was zondagavond, het was donker, er was niemand te bekennen. Er restte mij niets dan een onrustige nacht.

Lees verder

Niemand neemt afscheid

27 okt

Je zet je auto neer op de parkeerplaats die je kent van lang geleden. Van het vorige afscheid. Met de envelop in je hand loop je naar de gele buitendeur waar je zo vaak door naar binnen ging. Je kijkt door de ruit om te zien of je naamplaatje er nog hangt, bij de volgende deur, die toegang geeft tot het appartement dat ooit van jou was. Huilend ging je er weg.

Je kunt niet zien of het plaatje er nog is. Misschien heeft ze het weggehaald, al vind je dat niks voor haar. Weghalen zou betekenen dat het voor haar van belang was, dat het symbool stond voor iets dat nu voorbij is. Maar dat soort symboliek lijkt haar vreemd. Ze heeft het waarschijnlijk laten hangen, zonder er ooit acht op te slaan. Als je ernaar zou vragen zou ze haar schouders ophalen, zeggen dat het niet in de weg hangt.

Terwijl je daar zo door de ruit staat te gluren, tikt iemand je op de schouder.

‘Sorry.’

Je doet een stap achteruit, een bewoner glipt langs je heen, opent het slot en gaat naar binnen. Even heb je de neiging om de dichtvallende deur tegen te houden en hem achterna te gaan, maar voordat je hebt besloten knalt de deur voor je neus weer dicht.

Lees verder

Eindeloos beginnen

29 sep

Les 1

Je zit in een hoge ruimte met uitzicht op een binnentuin. Buiten werpt de zon haar laatste licht op de platte daken van de universiteit. Links naast je zit de vrouw die binnen vijf zinnen twee keer het woord ‘propriocepsis’ gebruikte. Rechts zit de vrouw die na haar eerste zin begon te huilen. Schuin tegenover je zit Karlijn. Je bent aan de beurt.

‘Rust,’ zeg je.

De man met de roze blouse heet Jorke. Hij doet zijn best om begrijpend, niet oordelend te knikken. Het is een goed antwoord, rust. Sommigen noemen onrust. Dat is ook een goed antwoord.

Jorke vraagt of iedereen op zijn rug wil gaan liggen. Je kijkt rond. Karlijn heeft een rood geruit blousje aan, dat een beetje open staat. Ze gaat liggen. Ook jij doet wat Jorke vraagt. Naast je hoor je De Propriocepsis snuiven.

Je tilt je armen op, legt ze boven je hoofd op de grond. Je strekt ze uit, duwt je handen nog iets verder weg, je hielen van je af. Je rekt je lichaam, let op je ademhaling. Jorke geeft instructies zoals hij dat geleerd heeft. Rustig.

Je tilt je linkerbeen op, slaat je handen om je knie, trekt.

‘Bepaal je eigen grens, ga daar niet overheen,’ zegt Jorke.

Je zoekt naar je grens. Je vraagt je af of het helpt, dat been zo. De Propriocepsis kreunt.

Je eindigt met je rug recht, je ogen dicht. Als Jorke zegt dat het genoeg is, kijk je naar Karlijn. Ze vouwt haar matje op, loopt naar de opslagruimte. Ze beweegt zoals je je voorstelt dat een slaapwandelaar wandelt: met het hoofd er niet bij en toch bedachtzaam, voorzichtig, weloverwogen. Volgende week ga je naast haar zitten.

Lees verder

Diawa

29 sep

Cusco bij dag_bijgesneden

Op de bar staat een meisje het verkeer te regelen. In haar nauwsluitende zwarte leren broek heeft ze iets weg van een politieagent. Met brede armgebaren dirigeert ze de feestgangers. Nu eens misprijzend, met gefronste wenkbrauwen en getuite lippen het hoofd schuddend, dan weer lachend en wenkend. Niemand reageert.

Ik waad me een weg door de zwetende chaos. Bij de bar pak ik haar enkels. Ze brengt haar hoofd naast dat van mij. Oosterse trekken – zwart haar, zoals de inheemsen, maar ogen als spleetjes.

Officer, come down,’ roep ik in haar oor. ‘It is not working.’

Ze haalt niet begrijpend haar schouders op.

What are you doing?’ vraag ik.

Ze schudt haar hoofd.

Lees verder

Everdingen

29 sep

IMG_5651

Toegegeven, het had voorkomen kunnen worden. Dat geldt voor de meeste ongelukken. Maar het was natuurlijk ook niet echt een stevig hekje.

De buurman kwam naar buiten, op zijn klompen.

‘Da’s fraai geparkeerd,’ zei hij.

Hij belde zijn buurman, die had een trekker.

Met zijn drieën kwamen ze. De buurman van de buurman en twee jongens. Groot, stevig. Ze keken, handen in de zij.

‘Da’s fraai geparkeerd,’ zeiden ze.

Ze trokken de rode Greenwheels uit de voortuin van de familie Kers. De bumper was beschadigd, het nummerbord lag eraf, maar hij reed nog.

‘Ge het geluk gehad,’ constateerde de buurvrouw van de overkant en wees naar een betonnen paaltje.

‘Geluk zit in een klein hoekje,’ zei ik en stapte in.

In Culemborg draaide ik de Peugeot in één beweging achteruit tussen een witte Volkswagen en een oude Mercedes.  Toen ik uitstapte knikte een voorbijganger mij toe.

‘Fraai geparkeerd,’ zei hij.

Mozes

22 sep

Toen het daglicht wegtrok uit de straten nestelde Winston zich tegen een muur. Hij ritste de kraag van zijn jas wat verder dicht, stak zijn handen diep in de zakken en staarde naar de overkant van de gracht. Een stel aangeschoten jongens kwam over de brug zijn kant op. Hij schoof de versleten weekendtas de schaduw in. Het was beter dat ze hem niet zagen.

De nachten waren erger dan hij had verwacht. Het was niet zozeer de kou, het was de dreiging die tussen de huizen hing, voortdurend, als een hyena zoekend naar een prooi.

‘Zorg dat je onzichtbaar bent,’ had Mozes hem toegefluisterd, ‘val niet op en je bent zo vrij als een vogel.’

De jongens zagen hem niet. Het was verbazingwekkend hoe makkelijk je jezelf onzichtbaar kon maken. Mensen keken niet, waren met zichzelf bezig. Zelfs een rat, die in de hoek luidruchtig rommelde in een hoopje bladeren, schonk geen aandacht aan hem. Het dier schoot tussen zijn voeten door de straat over en verdween. Toen was het stil.

Het moet zeker een uur later geweest zijn. Winston was ingeslapen, zijn rug op de koude grond, zijn hoofd op de tas. Vlak boven hem klapte een ruit uit de sponning. Het regende scherven. Hij schoot overeind, een porseleinen asbak rolde over de tegels.

Lees verder

Hands up

22 sep

Met twee handen vol gevulde bierglazen boven mijn hoed wurm ik mij een weg tussen een zingende banaan en een nepversie van Ferry Mingelen door. Een meisje met de lippen van Angelina Jolie en de kleur van melkchocolade  bedreigt mij met een geweer. Mijn geweer.

‘Hands up!’

‘Ik krijg jou nog wel!’ roep ik quasi-geïrriteerd.

Eerst naar de snoepmeisjes, die geld in de pot hebben. Ik lever het bier af en keer terug naar het halfbloedje. Het geweer is nergens te bekennen.

‘Ik weet van niks,’ doet Pocahontas ondeugend onschuldig.

Ik fouilleer haar. Ze mag er zijn, mijn geweer heeft ze niet.

‘Dan ontvoer ik je. Je laat me geen keus.’

Mijn indiaantje werkt niet tegen, laat zich gewillig in een donkere hoek drijven.

‘Waar is mijn geweer?!’ brul ik boven Guus Meeuwis uit. ‘Je kunt een cowboy niet beroven van zijn geweer, dat maakt hem weerloos.’

‘Soms zijn dingen waar je ze niet verwacht. Of durft te verwachten…’ Brutale Hinde daagt Billy the Kid uit.

Ik betast haar nogmaals, nu onder haar gewaad. Tussen haar dijen vind ik mijn geweer.

‘Oeps…’ hijgt ze. Dit is het moment.

Maar ik laat ik mij niet verleiden. Ik steek het geweer in mijn holster en ga terug naar de snoepmeisjes – Oeteldonk bij nacht is levensgevaarlijk. Ze hebben bescherming nodig.