Eindeloos beginnen

29 Sep

Les 1

Je zit in een hoge ruimte met uitzicht op een binnentuin. Buiten werpt de zon haar laatste licht op de platte daken van de universiteit. Links naast je zit de vrouw die binnen vijf zinnen twee keer het woord ‘propriocepsis’ gebruikte. Rechts zit de vrouw die na haar eerste zin begon te huilen. Schuin tegenover je zit Karlijn. Je bent aan de beurt.

‘Rust,’ zeg je.

De man met de roze blouse heet Jorke. Hij doet zijn best om begrijpend, niet oordelend te knikken. Het is een goed antwoord, rust. Sommigen noemen onrust. Dat is ook een goed antwoord.

Jorke vraagt of iedereen op zijn rug wil gaan liggen. Je kijkt rond. Karlijn heeft een rood geruit blousje aan, dat een beetje open staat. Ze gaat liggen. Ook jij doet wat Jorke vraagt. Naast je hoor je De Propriocepsis snuiven.

Je tilt je armen op, legt ze boven je hoofd op de grond. Je strekt ze uit, duwt je handen nog iets verder weg, je hielen van je af. Je rekt je lichaam, let op je ademhaling. Jorke geeft instructies zoals hij dat geleerd heeft. Rustig.

Je tilt je linkerbeen op, slaat je handen om je knie, trekt.

‘Bepaal je eigen grens, ga daar niet overheen,’ zegt Jorke.

Je zoekt naar je grens. Je vraagt je af of het helpt, dat been zo. De Propriocepsis kreunt.

Je eindigt met je rug recht, je ogen dicht. Als Jorke zegt dat het genoeg is, kijk je naar Karlijn. Ze vouwt haar matje op, loopt naar de opslagruimte. Ze beweegt zoals je je voorstelt dat een slaapwandelaar wandelt: met het hoofd er niet bij en toch bedachtzaam, voorzichtig, weloverwogen. Volgende week ga je naast haar zitten.

Les 2

Ze is er niet.

 

Les 3

Je zit naast haar. Je weet niet of zij weet dat dat geen toeval is. Ze is dichtbij, maar je kunt haar zo niet bekijken. Zonder dat daar reden toe is draai je soms je hoofd, zodat je haar kunt zien. Hier beweegt iedereen soms zonder reden. Omdat het kan, omdat je je ruimte moet nemen. Jorke heeft niks in de gaten, Jorke is de Vriendelijkheid.

De vrouw  die huilde huilt opnieuw. Ze heeft vanmorgen de zon niet opgemerkt.

‘Gewaar zijn, daar gaat het om,’ zegt Jorke.

De Huiler knikt. Een traan glijdt over haar wang naar haar kin, valt op de grond.

Je loopt met aandacht. Zo langzaam mogelijk zet je je voeten neer. Je verplaatst je gewicht. Je bent je bewust van elke verandering in je been. Je laat je ademhaling zakken, je bent met je hoofd in je buik. Je wandelt in extreme slow motion door de ruimte, tien minuten lang. Je beweegt trager dan de anderen. Misschien heb je meer te doen dan je denkt.

Terug op het matje spreidt je je armen. Je ligt op je rug, je hand is bij het oor van Karlijn. Je ziet haar neus van de zijkant. Fijn, maar scherp, de neusvleugels een beetje teruggetrokken. Je denkt dat ze lief is, maar ook heel boos kan worden. Je beweegt je armen naar boven, je ontwijkt die van haar. Je rekt je uit, sluit je ogen. Als je je knieën optilt voel je je maag. Er moet iets gebeuren.

 

Les 4

Je bent vroeger dan anders, maar niet de eerste. De Huiler zit al te wachten aan de tafel in de hal, samen met wat anderen. Je hangt je jas op, gaat niet aan tafel zitten.

‘We kunnen er nog niet in,’ zegt Jorke.

Eén voor één druppelen de deelnemers binnen, Karlijn als laatste. Ze komt naast je staan.

‘Moet je van ver komen?’ is het eerste wat je te binnen schiet.

Ze werkt op de universiteit, pedagogiek. Ze is promovenda. Je kent het gebouw waar haar kamer is, je studeerde daar, lang geleden. Ze praat over de verbouwde kantine, de koffie die nu stukken beter is. Haar ogen zijn helder en groot.

‘We kunnen,’ zegt Jorke. Vandaag draagt hij een paarse blouse.

Om niet op te vallen ga je niet naast, maar tegenover Karlijn zitten, je benen gebogen onder het krukje, handen in de schoot. Zitten, op je ademhaling letten, je gedachten als wolken die voorbij drijven.

Jorke instrueert: ‘Het is normaal dat je gedachten afdwalen. Constateer het en breng met vriendelijkheid je aandacht terug naar je ademhaling. Steeds opnieuw als je afgedwaald bent.’

Afgedwaald, zo zou je het kunnen zeggen. Je weet niet of concentratie op je ademhaling de manier is om je terug op de goede weg te brengen, maar voorlopig krijgt Jorke het voordeel van de twijfel.

Je onderdrukt de neiging om je ogen open te doen, naar Karlijn te kijken. Je probeert op te merken wat er in je hoofd gebeurt, concentreert je op de sensaties in je lijf, je gaat met je aandacht naar de plekken in je rug waar je houding zich wreekt. Even word je rustig, vergeet je waar je bent. Maar als je het belletje van het einde hoort en je ogen weer opent, zoekt je blik onmiddellijk die van haar. Ze kijkt niet terug.

Bij de opslagruimte is ze al weg als jij met je spullen aankomt. Als jij je schoenen gaat pakken in het rek, loopt ze net naar buiten. Dan draait ze haar hoofd, vindt meteen jouw ogen. Een opgewekt ‘doei!’. Er is hoop.

 

Les 5

Je hebt gezocht op internet. Je kent nu haar achternaam, haar facebook-pagina en haar e-mail adres op de universiteit. Na de cursus maak je er werk van. Nu niet, nu moet je je rustig houden. Aanwezig zijn, maar niet aandringen. De vertrouwelijke omgeving respecteren. Versieren vergt strategie.

Bij het halen van het kussen en het dekentje sta je haar in de weg. Het lijkt onhandig, maar je doet het expres. Ze lacht.

Jorke schrijft op de flipover, legt uit. Gedachten, gevoelens, sensaties. Hij vraagt reacties uit de groep. De Propriocepsis reageert als eerste, zoals gewoonlijk. Ze zegt iets dat niemand begrijpt. Ook daaraan is iedereen gewend. Jorke knikt, vraagt of iemand anders wil reageren. Je hoort de smekende ondertoon.

Karlijn zit in haar gebruikelijke houding op een kussen, haar rechterbeen naar achter gebogen, haar linkerbeen gestrekt naar voren. Haar hoofd een beetje schuin.

Jorke leidt je door de volgende oefening. Je zit op handen en voeten, maakt je rug bol als een kat, dan hol, dan weer bol. Hij herhaalt zijn mantra: ‘Doe het gewoon, in je eigen tempo. Niet over nadenken, niks willen bereiken, doen. Het is niet erg als je gedachten afdwalen, gewoon steeds opnieuw beginnen. Alsof iedere keer de eerste keer is. Gewaar zijn, volhouden, observeren wat je tegenkomt en het daarbij laten.’

De Huiler snikt, De Propriocepsis zucht en steunt. Jij houdt Karlijn in de gaten. Het wordt vertrouwd.

 

Les 6

Je loopt buiten, in de hortus botanicus. De regel is dat je geen contact zoekt met de anderen, ook niet in gebaar, of met je ogen. Je moet je concentreren op je zintuigen. Zien, horen, ruiken. Je kijkt naar de plantjes, de dorre blaadjes, het mos op de stenen. Je probeert niet te doen alsof, je doet je best. Je hoort vogels en het gejuich van een nabijgelegen hockeyveld. Het ruisen van de wind door het bladerdek boven je.

Even schiet je te binnen waarom je hier bent. Het ging om iets dat je had, maar bent verloren. Je weet niet wanneer, je weet ook niet waar, je weet alleen dat je het kwijt bent. Niet zoals je wel eens je telefoon kwijt bent. Anders. Dingen liepen niet meer zoals gepland. Het ging niet mis, maar het ging ook niet zoals het hoorde. Afgedwaald, ja, maar van welk pad? Was er wel een pad? Je kunt je dat niet herinneren. Misschien was er een pad dat je volgde zonder dat je het wist, en begonnen de problemen pas toen je het pad probeerde te zien. Zoals een turner die op gevoel honderd keer dezelfde oefening doet, maar van de ringen valt zo gauw hij erover na gaat denken. De intuïtie was weg. Misschien was dat het dat je kwijt was, intuïtie. Misschien is dat wat je hier zoekt, tussen de droge bruine blaadjes in de botanische tuin, traag lopend achter Karlijn, veinzend dat je je concentreert op het stromende water in de beek naast je.

Op de weg terug naar de cursusruimte loop je naast haar. Ze heeft de muts van haar vest over het hoofd getrokken. Ze loopt achter de anderen aan, kijkt voor zich op de grond, zoekt met niemand contact, zoals de regel voorschrijft. En toch weet je dat zij weet dat je naast haar loopt. Je loopt met haar samen. Jorke kan zeggen wat hij wil.

Na de les komt ze naar je toe, vraagt hoe je het vond. Ze heeft een licht accent dat je niet thuis kunt brengen. Ze is niet van hier.

Je zegt dat je het moeilijk vind om je aandacht erbij te houden. Je verzwijgt dat zij daar de voornaamste oorzaak van is.

‘Steeds opnieuw beginnen,’ zegt ze Jorke na. Ze glimlacht. ‘Welke kant moet je op?’

‘De jouwe,’ lieg je.

Je fietst naast haar. Zelfs in de wind ruik je haar parfum. Een geur die je vanaf nu uit duizenden zou herkennen. Bij het kruispunt waar je niet meer vol kunt houden dat jij er ook rechts moet, slaat ze af. Je gaat rechtdoor, fluitend als een verliefde puber.

 

Les 7

Je bent vrienden met haar op facebook. Je hebt haar pagina bekeken, ziet foto’s van een reis naar Azië. Je hebt de samenvatting van haar onderzoek gelezen. Iets met taal en slechthorende kinderen. Ze kent iemand die jij ook kent.

Jorke vraagt of iedereen wil gaan staan. Je gaat staan, tilt je linkervoet op, zet die met de zool tegen je rechterknie. Je brengt je armen boven je hoofd, strekt ze zo ver mogelijk uit. Je bent een boom.

De Propriocepsis wankelt, de Huiler loopt met de handen voor haar gezicht de deur uit. Karlijn staat sierlijk en gemakkelijk rechtop, met haar ogen dicht. Je vraagt je af wat ze hier doet. Misschien is ze ook iets verloren.

Volgens je psycholoog moet je leren loslaten. Alles wat je hebt meegetorst sinds je kindertijd zit nu in je buik. Het is er vol omdat je alles vasthoudt, krampachtig. Ontspannen moet je, in contact komen met je lijf, voelen. Alleen als je ontspannen bent kun je terugvinden wat je kwijt bent. Het gaat er niet om te weten wat je precies verloren bent en waar en wanneer, het gaat erom dat je het terugvindt. En soms vind je dingen alleen terug zonder ze te zoeken, soms moet je luisteren naar wat je lichaam je vertelt, aldus Jorke, en daarom sta je nu hier een boom te wezen.

Bij het opruimen lukt het je niet Karlijn per ongeluk tegen te komen. Als je je schoenen weer aan hebt volg je haar naar de jassen. Je ziet haar de w.c. in gaan. Om tijd te winnen doe je of je je jas niet kunt vinden. Als je denkt dat het begint op te vallen haal je hem toch van de kapstok. Je opent je tas, rommelt doelloos met wat spullen. Op het moment dat de w.c-deur weer opengaat, spreekt De Propriocepsis je aan. Ze begint een verhaal dat je niet kunt volgen. Achter haar verdwijnt Karlijn door de deur naar buiten. Je hebt nog één les.

 

Les 8

Iedereen moet iets presenteren. Over hoe het was, wat het met je gedaan heeft, hoe je het ervaren hebt.

‘Wie wil als eerste?’ vraagt Jorke.

De Propriocepsis zit al met haar hand in de lucht. Jorke buigt moedeloos het hoofd.

Na vijf minuten is het voorbij. Niemand weet iets te zeggen, omdat niemand weet waar het over ging. De Propriocepsis kijkt verwachtingsvol rond.

‘Bedankt,’ zegt Jorke. ‘Wie volgt?’

Iemand doet iets met muziek, een ander laat iedereen rondspringen als een kikker. De Huiler vertelt dat ze eindelijk zwanger is. Haar ogen stromen over. Iemand legt een hand op haar schouder. Jorke laat een betekenisvolle stilte vallen.

Karlijn leest een gedicht voor. Het gaat over een berg, met een brede, stevige basis en de top in de wolken. Je kent betere gedichten, maar je vergeeft haar alles.

Als een van de laatsten neem je het woord. Je hebt een tekst geschreven. Je vertelt over het kwijt zijn van dingen, over het pad waar je van afgedwaald bent en dat je geleerd hebt dat zoeken niet altijd de manier is om iets te vinden. Je hebt erover gedacht om nu je liefde te verklaren, maar de kans is te groot dat je haar in verlegenheid brengt en haar voor altijd kwijt raakt. Op de fiets moet het gebeuren.

Na afloop complimenteert iedereen iedereen met de presentatie. De Propriocepsis straalt en vertelt nog eens uitgebreid haar verhaal, tegen niemand in het bijzonder. De Huiler druipt af met de arm van een andere cursist om haar schouder. Je geeft Jorke een hand en bedankt hem voor zijn inspirerende lessen.

Beneden bij de jassen wacht Karlijn je op. Ze is onder de indruk van je voordracht. Je denkt dat je bloost.

‘Fiets je weer mee?’ vraag je.

Nu zal het ervan moeten komen. Je kunt er niet meteen over beginnen, je wacht tot voorbij het eerste kruispunt.

‘Zeg, eh, zou je het niet leuk vinden een keer iets te gaan drinken? Anders vallen we ook zo in een zwart gat, denk je ook niet?’

Je kijkt haar niet aan, focust op de strepen op het fietspad. Het duurt een eeuwigheid voor ze antwoordt. Dan knalt haar stem je hoofd binnen, als een sloopkogel die vanuit de hemel op je slaap beukt.

‘Ik heb een vriend,’ zegt ze.

Je weet je te beheersen. Je slaat niet met je hoofd op het stuur, kermt geen godslasterende termen uit, duwt haar niet scheldend de berm in. Je blijft rustig, doet alsof je het eigenlijk wel verwacht had en haalt je schouders op.

‘Ah,’ zeg je, ‘dat wist ik niet. Jammer.’

Bij de eerstvolgende zijweg verzin je een smoes en slaat linksaf. Je zwaait, zegt dat je haar nog wel zult zien.

Een uur lang fiets je rondjes door de stad. Soms snijd je expres een voetganger de weg af. Bij de supermarkt zet je je fiets net iets te hardhandig tussen de andere. Je stoot met je voorlamp tegen een stuur, het kapje valt eraf. Met een krachtige beweging ga je erop staan. Het ding breekt onder je voet.

‘Ademen,’ hoor je Jorke zeggen, ‘loslaten. Ontspannen en steeds opnieuw beginnen.’

Binnen pak je een mandje en struint lukraak door de gangen. Je hebt niks nodig, het gaat om een activiteit die je gedachten afleidt.

Bij het brood staat een meisje in een zomerjurk. De kleurige stof steekt af tegen haar getinte glanzende huid. Het zwarte haar golft over haar schouders. Je denkt dat ze net van de zonnebank komt.

‘Steeds opnieuw beginnen,’ echoot Jorkes mantra in je hoofd, ‘steeds opnieuw beginnen.’

Je ademt diep in en uit, grist een halfje bruin uit het rek en volgt Het Jurkje naar de kassa.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: