Diawa

29 Sep

Cusco bij dag_bijgesneden

Op de bar staat een meisje het verkeer te regelen. In haar nauwsluitende zwarte leren broek heeft ze iets weg van een politieagent. Met brede armgebaren dirigeert ze de feestgangers. Nu eens misprijzend, met gefronste wenkbrauwen en getuite lippen het hoofd schuddend, dan weer lachend en wenkend. Niemand reageert.

Ik waad me een weg door de zwetende chaos. Bij de bar pak ik haar enkels. Ze brengt haar hoofd naast dat van mij. Oosterse trekken – zwart haar, zoals de inheemsen, maar ogen als spleetjes.

Officer, come down,’ roep ik in haar oor. ‘It is not working.’

Ze haalt niet begrijpend haar schouders op.

What are you doing?’ vraag ik.

Ze schudt haar hoofd.

She doesn’t speak english,’ meldt mijn buurman.

Ik wenk haar naar beneden. Ze gaat op de bar zitten, de benen bungelend. Ik probeer mijn Spaans.

Qué tu haces?’

Ze heft haar wijsvinger naar me op, ten teken dat ik even moet wachten. Ze draait zich om naar de barman, draait terug met een pen en een papiertje in de hand. Ze krabbelt, houdt dan het papiertje voor mijn ogen.

Japanese,’ staat er. Ze wijst op zichzelf.

‘Japans. En je spreekt geen Engels en ook geen Spaans?’

Ze schudt haar hoofd.

‘En je kunt ook niet praten?’

Ze haalt haar schouders op.

‘Ik geloof er niks van.’

Ik pak haar bij haar pols en trek haar behoedzaam van de bar. Op haar hakken is ze ongeveer net zo groot als ik.

‘Je staat hier te doen alsof je de baas bent, maar je kunt met niemand praten?’

Ik kijk nog eens de kroeg rond. Het stikt van de Europeanen, een paar locals, ik hoor Engels en Spaans. Aziaten zijn nergens te bekennen.

Ze krabbelt, laat me het papiertje zien.

‘Diawa.’ Ze wijst op zichzelf.

‘Ok, Diawa, have it your way. Iets drinken?’

Ik doe of ik een glas naar mijn mond breng. Ze knikt. Ik wijs op het bier van mijn buurman. Ze schudt haar hoofd. Ik zoek naar een glas cola. Ze tikt me op de schouder en wijst op de flessen wijn achter de bar. De barman heeft het gezien, weet wat ze drinkt. Voor mezelf bestel ik een bier. Ik betaal en wacht op de drankjes. Als ik me omdraai om te zien of ze er nog is zoent ze me vol op mijn mond. Voor ik kan reageren tikt de barman me op de schouder.

You know her?’ vraag ik.

Hij wijst op de drankjes, haalt zijn schouders op, gaat naar een andere klant. Ik vermoed een complot.

Diawa danst, dichtbij. Lacht.

‘Pas op voor gringo fishers.’ In mijn hoofd hoor ik de waarschuwing van een vriendin uit Lima. Ik zie ze om me heen, de donkere inheemse meisjes die toeristen inpakken met hun draaiende heupen. Uitdagend, op de grens, maar steeds net niet erover. Een slimme truc. Wie gaat er niet graag naar een kroeg met mooie dansende meisjes? Wie biedt ze niet graag een drankje aan voor wat aandacht? Maar zoenen is over de grens, zeker uit eigen beweging. En niet praten lijkt een nauwelijks effectieve strategie.

Ik kijk Diawa in de ogen, glimlach. Ik zie dat ze iets wil zeggen, maar er komt niks. Ze stampt met haar voet op de grond. Ik wil haar geloven, maar in mijn hoofd echoot de waarschuwing. Ze omhelst me, draait dan abrupt om en verdwijnt in de deinende massa. Als ze speelt, is ze goed.

Ik bestel nog een bier.

Even later zie ik haar staan, in een hoek aan de andere kant van de dansvloer. Een jongen staat tegenover haar. Ze gebaart heftig, ze is in gesprek. Het lijkt ruzie, maar ik kan niet zien of ze praat. Ik ga erheen. Ze ziet me, gebaart dat ik weg moet blijven. Ik blijf staan, op een afstandje, blijf kijken. Ze komt naar me toe, grijpt mijn schouders, draait me om en duwt me weg.

Ik geef het op, ga naar de bar en bestel een bier. Ik kijk naar de toeristen die zich laten opgeilen en cocktails bestellen voor ingehuurde meisjes. Ik heb geen mening, het is zoals het is. Ik ben anders. Zij is anders.

Ze komt naar me toe, lacht niet. Ze pakt mijn hand, trekt me mee door de zuipende rokende dansende wilden naar de garderobe. Ik geef het nummertje en krijg mijn jas. Ze schrijft iets op een papiertje en geeft dat aan de jongen van de jassen. Ik probeer te kijken, denk een woord te herkennen: mañana. Morgen.

Weer hoor ik de waarschuwing in mijn hoofd. Maar soms hoort een waarschuwing in de wind.

Ik volg haar, de trap af, naar buiten. Op het plein vraag ik wat ze van plan is. Ze legt een vinger op mijn mond, wrijft aan beide kanten met haar handen over mijn schouders. ‘Blijf staan,’ is de boodschap. Ze loopt naar een groepje verderop. Even later stopt er een taxi voor mijn neus. ‘Stap in,’ wijst ze. Ik draal, kijk haar aan. Ze wijst nog eens, dwingender. ‘Toe nou,’ zeggen haar ogen. Weer stampt ze op de grond, een kleuter die haar zin niet krijgt. Ik wil haar vertrouwen, ik vertrouw haar ook en soms horen waarschuwingen in de wind. Toch schud ik mijn hoofd.

‘Sorry.’

Met een woest gebaar stuurt ze de taxi weg. Hoofdschuddend draait ze zich om en steekt de straat over. Ik blijf staan, kijkt om me heen. Niemand reageert.

Ik ga terug naar de kroeg. Ik hang mijn jas op, wurm me naar de bar. De barman ziet me komen. Ik bestel een bier.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: