Niemand neemt afscheid

27 Okt

Je zet je auto neer op de parkeerplaats die je kent van lang geleden. Van het vorige afscheid. Met de envelop in je hand loop je naar de gele buitendeur waar je zo vaak door naar binnen ging. Je kijkt door de ruit om te zien of je naamplaatje er nog hangt, bij de volgende deur, die toegang geeft tot het appartement dat ooit van jou was. Huilend ging je er weg.

Je kunt niet zien of het plaatje er nog is. Misschien heeft ze het weggehaald, al vind je dat niks voor haar. Weghalen zou betekenen dat het voor haar van belang was, dat het symbool stond voor iets dat nu voorbij is. Maar dat soort symboliek lijkt haar vreemd. Ze heeft het waarschijnlijk laten hangen, zonder er ooit acht op te slaan. Als je ernaar zou vragen zou ze haar schouders ophalen, zeggen dat het niet in de weg hangt.

Terwijl je daar zo door de ruit staat te gluren, tikt iemand je op de schouder.

‘Sorry.’

Je doet een stap achteruit, een bewoner glipt langs je heen, opent het slot en gaat naar binnen. Even heb je de neiging om de dichtvallende deur tegen te houden en hem achterna te gaan, maar voordat je hebt besloten knalt de deur voor je neus weer dicht.

Je gaat op het bankje zitten dat naast de portiek tegen de muur staat. Je leunt met je ellebogen op je knieën, de envelop glijdt rusteloos door je handen. Je buigt je hoofd. Voor de zoveelste keer komt het allemaal weer voorbij. Het begin, toen ze je, op je verjaardag, anderhalf uur lang alleen in de kroeg liet staan, zich niet verontschuldigde toen ze eindelijk binnenkwam, je niet eens begroette, maar zonder je aan te kijken je hand pakte. De eerste keer dat je bij haar thuis kwam en plotseling dat plaatje met je eigen naam zag hangen, overblijfsel uit een andere periode in je leven. Die keer dat je voor het eerst drugs nam, de weg kwijtraakte en zij je met eindeloos geduld bij je hand pakte en op een stoel zette. Pas toen kreeg je door hoe lief ze eigenlijk was, achter dat schild van onverschilligheid. Je zag het en je deed niks.

Opnieuw valt de deur dicht. De jongen die zojuist naar binnen ging komt nu weer naar buiten, pakt zijn fiets, ziet jou zitten. Of je naar binnen wilt.

‘Ja,’ zeg je. ‘Ik bedoel nee. Nee, ik zit hier goed.’

Natuurlijk wil je naar binnen. Je zou de deur van het appartement willen openen, het halletje in willen stappen en met je hand langs de muur gaan, langs de meterkast, tot aan de deur van de badkamer. Je zou de badkamer in gaan, rechts met je hand over de wasmachine slepen, omhoog kijken naar de plek waar je vader ooit een schapje had gemaakt. Je zou het douchegordijn aanraken waardoor het heel even wapperde, je zou jezelf aankijken in de spiegel. Je zou jezelf zien, nu, een jaar geleden, acht jaar geleden. In de woonkamer zou je de rode kozijnen herkennen, de merkwaardige sloten op de ramen. In de tuin zou zoals altijd een kat zitten. In de verre hoek, achter de kast die dienst deed als afscheiding, zou het bed staan. Je zou erop gaan liggen, op je rug. Je zou staren en met je hand naar boven wijzend de lijnen volgen waar de muren het plafond raken. Je zou je omdraaien, je neus in het kussen steken en de geur naar binnen halen. Je zou je handen onder het kussen vouwen, je hoofd erop leggen en je zou wachten. Wachten tot ze binnen zou komen en alles weer goed was.

‘Is dat jouw auto?’ Een man met een hond loopt langs, blijft even stilstaan ter hoogte van je volgepakte fourwheeldrive.

Je knikt.

‘Mooi ding. Wat ga je ermee doen?’

‘Afrika,’ zeg je. De man fluit tussen zijn tanden.

‘Mooi hoor.’ De hond trekt hem verder.

Je kijkt naar je auto, naar de tent op het dak. Je denkt aan een camping in Frankrijk en ziet haar zitten onder de luifel. Ze leest een boek, onderuit gezakt in bikini, haar haren in een slordige staart. Als ze merkt dat je naar haar kijkt tilt ze haar hoofd op. Ze lacht. ’s Avonds bij het licht van de maan speel je yahtzee met zelfbedachte regels.

Later, veel later, te laat, in de schemering aan de rivier, vraagt ze of je toen gelukkig was.

‘Ja,’ zeg je, ‘toen was ik gelukkig.’ Je had het alleen niet in de gaten.

Je strijkt met je vingers over haar naam op de envelop. Dan sta je op, loopt naar de brievenbus. 38A. Je opent het klepje, schuift de envelop door de gleuf. Een plofje. Je loopt het paadje af naar de parkeerplaats, draait je nog één keer om. Dan stap je in de auto.

Advertenties

2 Reacties to “Niemand neemt afscheid”

  1. Maarten 27 oktober 2013 bij 14:44 #

    Mooi

  2. marjon 31 december 2013 bij 18:47 #

    heel mooi…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: