Lieve I,
M komt. Het idee bestond al langer, maar een goed plan is als draadjesvlees; het moet even sudderen voordat je er je tanden in kunt zetten. Het zal even wennen zijn, een reisgenoot. Een vrouw nog wel. Moet ik nu mijn baard bijknippen? De auto poetsen? Hoe dan ook moet ik eerst zorgen dat ik Landcruiser terug heb, anders stel ik haar bij aankomst zeker teleur…
Het is vrijdagmorgen, de dag na de nacht van aankomst, als ik doodgemoedereerd langs de kade van Port Sudan kuier, op zoek naar een mooie plek om een chai te drinken en een broodje La vache qui rit (ja, die uit Frankrijk. Hier gewoon overal te koop) met tomaat te eten. Ik heb geen verwachtingen, de boot met Landcruiser komt, als alles goed gaat, pas zondag aan.
Ik verslik mij bijna in de smeerkaas als ik aan de kade tegenover mij de naam van het daar aangemeerde schip herken: Kota Kaya. Landcruiser is er al, op dezelfde dag gearriveerd als ik, zo blijkt later. Dat is goed nieuws en slecht nieuws tegelijk. Goed omdat het nu snel zou kunnen gaan, slecht omdat ik geen idee heb waar te beginnen met de formaliteiten om Landcruiser uit zijn benauwde hok te bevrijden. Naïef en straightforward als ik ben wandel ik na het ontbijt naar de ingang van de containerhaven, dan nog de hoop koesterend dat ik dat varkentje snel kan wassen. Lees verder