On the road again (of hoe je je auto bevrijdt uit een Soedanese haven)

27 Jan

IMG_8471

Lieve I,

M komt. Het idee bestond al langer, maar een goed plan is als draadjesvlees; het moet even sudderen voordat je er je tanden in kunt zetten. Het zal even wennen zijn, een reisgenoot. Een vrouw nog wel. Moet ik nu mijn baard bijknippen? De auto poetsen? Hoe dan ook moet ik eerst zorgen dat ik Landcruiser terug heb, anders stel ik haar bij aankomst zeker teleur…

Het is vrijdagmorgen, de dag na de nacht van aankomst, als ik doodgemoedereerd langs de kade van Port Sudan kuier, op zoek naar een mooie plek om een chai te drinken en een broodje La vache qui rit (ja, die uit Frankrijk. Hier gewoon overal te koop) met tomaat te eten. Ik heb geen verwachtingen, de boot met Landcruiser komt, als alles goed gaat, pas zondag aan.

Ik verslik mij bijna in de smeerkaas als ik aan de kade tegenover mij de naam van het daar aangemeerde schip herken: Kota Kaya. Landcruiser is er al, op dezelfde dag gearriveerd als ik, zo blijkt later. Dat is goed nieuws en slecht nieuws tegelijk. Goed omdat het nu snel zou kunnen gaan, slecht omdat ik geen idee heb waar te beginnen met de formaliteiten om Landcruiser uit zijn benauwde hok te bevrijden. Naïef en straightforward als ik ben wandel ik na het ontbijt naar de ingang van de containerhaven, dan nog de hoop koesterend dat ik dat varkentje snel kan wassen. Zo van:

‘Hallo, ik ben Niemand in het Bijzonder en ik kom mijn auto halen.’

‘Ah, dat treft meneer, de boot is net binnen. Loopt u maar even mee.’

En dat ik dan een formulier invul, mijn paspoort en Carnet laat zien, misschien nog her en der wat geld uitdeel en aan het eind van de dag Landcruiser door de poort loods. Zo groot is die haven niet, ik loop desnoods zelf wel even langs de containers om de juiste aan te wijzen. Hoe moeilijk kan het zijn?

‘Heeft u een toegangspas?’

‘Eh, wat denkt u zelf?’

‘Bel dit nummer.’ Ik bel.

‘Er neemt niemand op.’

‘Bel nog eens na het vrijdaggebed.’

Het vrijdaggebed, hoe kan ik het vergeten. Ik wandel terug naar de kade aan de overkant, probeer te zien welke nummers er op de containers staan. Wanneer de moskee leegstroomt bel ik nog eens.

‘Ja, ik ben op weg naar de haven. Vijf minuten,’ zegt de andere kant.

Als ik terugkom bij de havenpoort zitten de politiemannen rond een grote schaal met brood en fool (spreek uit: foeoel), een dikke bruine bonenbrij. Lunch is hier rond vier uur. Ik mag meedoen, maar ik bedank vriendelijk.

Na anderhalf uur en nog een keer bellen komt er iemand door de poort. Hem moet ik hebben, wijzen de politiemannen.

‘Ik kom zo terug. Blijf hier,’ zegt hij, als ik uitgelegd heb wat ik kom doen. De politiemannen lachen vriendelijk en wijzen mij een stoel.

Na een half uur komt de man die ik gebeld heb terug. Ik krijg een fles water. Hij heeft iemand bij zich.

‘Dit is de kapitein van het schip,’ zegt hij.

‘Salaam aleikum.’ Ik leg uit wat ik kom doen.

‘Kom morgenvroeg naar kantoor.’

Het is zes uur. Er is een begin. De politiemannen zwaaien.

IMG_8338

Het is zaterdagmorgen, op kantoor zit Sami.

‘Je moet de originele Bill of Lading hebben, of een surrender message,’ zegt hij.

Ik heb niks. Ik mail Volker van ICB Dubai in Duitsland en Ajith van Globelink Weststar Shipping in Dubai.

‘Vandaag of morgen,’ is het antwoord, ‘maar waarschijnlijk maandag, want zondag is de verjaardag van Mohammed en dat is een vrije dag.’

Zaterdag zit ik aan de kade, lees een boek en kijk naar de Kota Kaya, die inmiddels weer volgeladen wordt. Ook zondag zit ik aan de kade, lees een boek en kijk naar de Kota Kaya. Wachten hoort bij het leven. Maar omdat het geen kwaad kan soms wat bochten af te snijden bel ik Sami. Sami belooft nog eens te mailen naar Dubai. Ik wacht.

Maandagmorgen belt Sami. De surrender message is er. Maar het is de verjaardag van Mohammed, dus het is een vrije dag. Die Mohammed pakt dat goed aan, zo’n verjaardag. Morgen pas kunnen we verder. De rest van dag zit ik aan de kade, lees een boek en kijk naar de Kota Kaya.

Dinsdagmorgen op kantoor. Sami belt een clearing agent, want die heb ik nodig. Zo’n agent mag de haven wel in en is geautoriseerd om de formaliteiten met de douane te regelen. Zonder clearing agent geen auto. Clearing agent 1 komt, maar is ook meteen weer weg. Geen nood, er is een andere. Die gaat naar de haven om navraag te doen over de procedure. Ik wacht, krijg een glaasje chai en klets wat met Sami. Als clearing agent 2 terugkomt blijkt dat ik een tourist office nodig heb. Alleen zij hebben de juiste autorisatie. Sami belt.

Iemand brengt mij naar het kantoor van Hamido, die eigenaar is van het tourist office. Gesloten. Ik bel een nummer dat boven de deur staat. ‘Vijf minuten,’ is het antwoord. Inderdaad staat er binnen vijf minuten iemand op de stoep die de deur open doet, maar dat is, blijkt na een kwartier, niet Hamido zelf. Die moet ik bellen op een ander nummer.

Hamido stuurt iemand anders, Hashem. Die moet ik hebben. Ik moet mijn auto laten clearen voor transit, niet als toerist, dat is makkelijker, zegt hij. Whatever, denk ik, als je het maar regelt. Daarvoor moeten we terug naar Sami. ‘Ok,’ zeg ik, ‘maar kun je me eerst vertellen wat het gaat kosten?’ Dat kan hij niet. Onderweg naar Sami pikken we een oudere man met een snorretje op, clearing agent 3.

Terug bij Sami, moeten we eerst wachten, want er wordt gebeden. Het hele kantoor bidt mee. Dan  krijgen we chai. Ik lijk nu het gezelschap bij elkaar te hebben; Sami, die eigenaar is van de boot en/of de container, Hashem van het tourist office en clearing agent 3, van wie ik nooit de naam fatsoenlijk heb gehoord en daarom vanaf nu CA3 zal noemen (vrij naar de klungelige schurk B2 uit Bassie en Adriaan). Niemand kan mij uitleggen wat er precies gaat gebeuren, maar in ieder geval moet ik eerst een delivery order van 50 euro.

‘En wat moet ik hierna nog betalen?’ Dat weten ze niet. Hashem en CA3 willen wel mijn paspoort voor twee dagen. Ik ga liever zelf mee naar de haven. Dat mag ook. Daar aangekomen mag ik er nog steeds niet in. Ik ga in de schaduw zitten, terwijl Hashem en CA3 met mijn paspoort rondrennen. De politiemannen bij de poort lachen vriendelijk. Ik krijg een flesje water.

Tegen de avond, na anderhalf uur wachten, komen Hashem en CA3 de haven weer uit.

‘Gelukt? Wanneer krijg ik mijn auto terug?’

‘Morgen, inshallah.’

‘Weten jullie inmiddels wat het gaat kosten?’

‘We bellen morgenmiddag.’

IMG_8463

Woensdag zit ik aan de kade, lees een boek, kijk naar de Kota Kaya. Langzaam wordt het wachten een lamlendig hangen. De energie ebt weg, mijn interesse voor de stad vervaagt, ik maak nauwelijks nog foto’s. Port Sudan is een lege huls geworden, een looprad waarin ik gedachteloos mijn rondje sjok van het hostel naar de kade en terug, verplicht teruglachend naar de kooplui die mij inmiddels kennen en vrolijk groeten.

’s Middags bel ik nog maar eens naar Hashem. Er is geen nieuws. Ze moeten mijn container verplaatsen. Maar morgen krijg ik mijn auto terug, inshallah.

Donderdagmorgen belt Hashem. Waar ik ben, hij wil mijn autosleutel.

‘Als er een deur geopend moet worden doe ik dat graag zelf,’ zeg ik.

‘Je mag de haven niet in,’ zegt Hashem, ‘en het is alleen voor de inspectie.’

‘Daar wil ik dus graag bij zijn.’

‘Je mag de haven niet in.’

Ik geef de sleutel af en ga naar de kade, lees een boek, kijk naar de plek waar gisteren nog de Kota Kaya lag. Hashem belt. Hij is met CA3 in Suakin, dertig kilometer verderop, voor de douaneformaliteiten en wil graag mijn naam weten. Ik trek verbaasd mijn oogleden op, spel mijn naam. Vijf minuten later belt CA3. Mijn paspoortnummer? Vijf minuten daarna: ‘Wat is je kenteken?’ Ik vraag mij af: a. waarom ze deze gegevens niet al lang hebben, b. waarom ze dat niet gecheckt hebben voordat ze naar Suakin gingen. Maar dat zal mijn Europese ziel zijn.

Aan het eind van de dag overhandigt Hashem mij weer mijn sleutel.

‘Wanneer krijg ik de auto terug?’

‘Morgen is vrijdag, dus is iedereen vrij. Zaterdag, inshallah. We hebben geld van je nodig.‘

‘Hoeveel?’

‘Weten we niet. Doe maar 500 dollar.’

Ik hef mijn handen op naar Alllah en vraag om begrip.

‘Ok, 200 dollar,’ zeggen ze.

‘Weet je wat,’ zeg ik, ‘ik stel voor dat jullie alles betalen en mij aan het eind laten weten hoeveel het is en mij uitleggen aan wie je het betaald hebt en waarom. Dan ga ik dan geld wisselen.’

Geïrriteerd rijden ze weg. Ik ga naar de kade, lees een boek en staar naar de lege plek onder de hijskranen.

IMG_8346

Vrijdag zit ik aan de kade, lees een boek, staar voor me uit. Steeds verder zink ik weg in mijzelf. Mijn gedachten leveren niks meer op, er komen geen ideeën meer uit voort, geen plannen, geen inspiratie. Denken wordt een vormloos dromen. Langzaam maar zeker word ik één met de stroperige, vochtige hitte, ga erin op als viel ik uit elkaar in afzonderlijke moleculen. Nog even en dan kijken de kooplui door mij heen, ben ik volledig opgelost in deze stad, leef ik zonder doel, zonder reden, zonder te bestaan.

IMG_8422

Maar dan, op zaterdag, komt het verlossende telefoontje. Het is Hashem.

‘Waar ben je, we gaan je auto halen.’

Ik spring op, schud mijn armen en benen, dwing het bloed terug de aderen in, grijp mijn Carnet, mijn paspoort, mijn sleutel en ren de deur uit. Actie! Landcruiser wacht, en ik heb een afspraak met M in Addis Abeba. Nog eens moet ik twee uur rondhangen bij de poort, maar dan zie ik een schittering in mijn ooghoek, ik hoor een claxon die mijn naam roept en daar komt Landcruiser aanrollen, traag, statig, trots, grommend van ingehouden ongeduld. Ik klop hem op zijn neus.

‘Ja,’ zeg ik, ‘we gaan.’

Ik stap in, geef gas. Even ben ik bang dat hij last heeft van zeewielen, maar dan, een kleine schok en daar rijden we. Eindelijk Afrikaanse grond onder het rubber. Ineens herkent Landcruiser overal broertjes en neefjes. Jongere, blinkend en gretig optrekkend bij het verspringen van het stoplicht, en oudere, getekend door het Soedanese zand, maar soeverein als een vlaggeschip laverend door de wirwar van riksja’s. Landcruiser is thuis en spint van tevredenheid. En ik, ik zing weer: On the road again, I’m on the road again.

Liefs,

N.

IMG_8457

PS. Ik betaal uiteindelijk, naast de eerder betaalde 50 dollar voor de delivery order, ongeveer 90 dollar voor de release order en 250 dollar voor een soort transit permit en de services van de heren Hashem en CA3. Sami is een held en nam mij drie nachten in huis. Ik mag hem altijd bellen. Ik zal dat doen, als ik ooit terugkom in Soedan. Inshallah.

Advertenties

7 Reacties to “On the road again (of hoe je je auto bevrijdt uit een Soedanese haven)”

  1. Marjan 27 januari 2014 bij 19:45 #

    Dank, voor deze prachtige roadmovie! :-)M

  2. marjon 27 januari 2014 bij 20:35 #

    heerlijk!! welcome to Africa!

  3. Maria 27 januari 2014 bij 23:01 #

    Dank voor je ellendige verhaal. En nu maar lekker tuffen door Afrika!

  4. mariet 28 januari 2014 bij 01:08 #

    geweldig verhaal en ook super mooi dat je dit allemaal in je eentje doet. ben je toevallig rond 10 maart in Tanzania??? Willem en ik zijn in Zanzibar voor 2 weken. zou leuk zijn om elkaar te ontmoeten. we weten een goed plek om je auto te parkeren in dar en dan kan je lekker mee naar Zanzibar en uitrusten

    groetjes mariet uit nijmegen

  5. Jeroen de Jong 28 januari 2014 bij 12:19 #

    Oh, wat een verhaal. En dat wachten… Samuel Beckett heeft het daarmee tot wereldfaam geschopt. Held!

  6. Marianne 29 januari 2014 bij 16:11 #

    Haha fantastisch om je reisverhalen te lezen. Goede reis verder met je Landcruiser en M. ik blijf je volgen vanuit Tilburg.
    Groetjes Marianne

  7. Anneke 25 september 2014 bij 15:02 #

    De eerste foto, Kassala? Daar ben ik geweest, prachtig klimmen daar en thee drinken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: