Keerpunt (2)

16 Apr

20150114_191414

Lieve I,

Met enige regelmaat wordt mij gevraagd waarom ik dit doe, en hoe ik op het idee gekomen ben om deze reis te maken. Ik vind dat altijd wat merkwaardig. Voor mij is het vanzelfsprekend dat ik hier ben. Dat wil zeggen, ik had natuurlijk nooit precies een voorstelling van alle plekken waar ik geweest ben, van alles wat ik heb gezien en meegemaakt, van alles wat ik nog ga ervaren. Ik had natuurlijk nooit gedacht dat ik ooit in Matadi in de Democratische Republiek Congo op een binnenplaats van een katholieke kleuterschool een stukje zou zitten tikken. Dat is, als ik erover nadenk, voor mij net zo wonderbaarlijk als voor iedereen. Wat ik wel altijd al wist is dat deze reis er, in een of andere vorm, moest komen. Hoezeer ik ook kan twijfelen aan zo’n beetje alles wat ik doe, het is nooit een vraag geweest of ik dit wel wilde. Het was alleen wachten op de mogelijkheid, op het goede moment. Dááraan heb ik wel getwijfeld, of dat moment ooit zou komen. Of ik ooit genoeg geld zou hebben, of ik het zou durven, of ik niet altijd een excuus zou kunnen blijven verzinnen om het niet te doen.

IMG_5614

Ik zeg altijd dat het begonnen is tijdens mijn eerste grote vakantie naar het buitenland. Ik denk dat ik vijf was, of zes. Mijn vader laadde de donkergroene Toyota Corolla vol, mijn moeder vulde de koelbox, ik maakte een selectie uit mijn verzameling knuffels – van de negen mocht ik er maar drie meenemen. We gingen naar Oostenrijk, mijn ouders, mijn broer en ik. Oom Hans en tante Det, de jongste zus van mijn moeder, gingen mee. De achterbank was tot aan de voorstoelen volgestouwd, waardoor mijn broer en ik alleen in kleermakershouding konden zitten, bovenop de slaapzakken, het hoofd bijna tegen het dak. Een soort boomhut op wielen. Ik keek naar buiten, naar het langstrekkende landschap dat steeds heuvelachtiger werd, naar de ons inhalende auto’s, gespitst op exotische nummerborden. Af en toe stopten we, bij zo’n typische Raststätte, picknickten met een wat kleverig geworden wit broodje met een koud gebakken ei en een blikje Riedel Sinas uit de koelbox. De eerste avond sliepen we in een hotel (een echt hotel!) en at ik voor het eerst een Wiener Schnitzel. Nog steeds heeft zo’n schnitzel voor mij, op welke menukaart dan ook, een bijzondere aantrekkingskracht.

Maar bovenal waren we onderweg. Twee lange dagen in de auto. Ik ben een dromer, I, en wat is er mooier voor een dromer dan een eindeloze reis waarbij het landschap eentonig genoeg is om je te hypnotiseren en net niet saai genoeg om je in slaap te laten vallen? Ik zat daar, in mijn boomhut achter in die groene Toyota en ik staarde, verdween in mijn gedachten en werd urenlang niet gestoord. De reis in die boomhut was voor mij net zo magisch als de bergen die ik voor het eerst zag. En toen al zocht ik liever de zijpaadjes op dan dat ik de hoofdweg volgde, voer ik met onze opblaasboot het liefst naar de overkant van het meer waar niemand was, schuifelde ik naar de rand van afgronden totdat mijn ouders het wel ver genoeg vonden. Ik was een verlegen jongetje dat in kringgesprekken hardnekkig zijn mond hield en wegkroop in een hoekje, maar daar, in Oostenrijk, ging ik onbevreesd de wereld verkennen. Of misschien zijn dat twee kanten van dezelfde medaille, ontdekte ik in Oostenrijk hoe ik aan de mensen kon ontsnappen, werd het verlangen gecultiveerd om alleen te zijn met de natuur.

Een ander beslissend moment is mijn road trip door de woestijn rondom Salta in Argentinië, bijna tien jaar geleden. Samen met de Duitse Britta huurde ik een Volkswagen Gol (inderdaad gewoon een Golf, maar dat woord is blijkbaar te ingewikkeld voor de Zuid Amerikaanse markt) en reed door een afgelegen landschap van zandkleurige heuvels, dreigende wolkenluchten en droge rivierbeddingen. We namen de tijd, deden zes dagen over een route waar twee dagen voor stond, reden regelmatig tien, twintig of honderd meter terug als dat een mooiere foto opleverde. We deden lange fotosessies in de bush, waar Britta poseerde en ik fotografeerde. Ondertussen ontwikkelde zich een voorzichtige romance. Het enige dat ik betreurde was dat ik verzuimd had mijn tent mee te nemen en we niet in de wildernis konden kamperen. Dat, zo droomde ik, zou ik ooit anders gaan doen.

En dus ben ik hier. Door de magie van die eerste autorit naar Oostenrijk en de ervaring van die tocht in Argentinië, waardoor ik duidelijker voor ogen kreeg wat mijn volgende grote reis moest inhouden. Een eigen auto, een tent, een zee van tijd en volledige onafhankelijkheid. En dan naar Afrika. De ultieme safari. Hoezo waarom? Hoe kun je dat niet willen?

IMG_4954

Deze ultieme safari bracht mij zo ver van huis als Afrika gaat, tot in Zuid-Afrika. Maar hoewel het van alle Afrikaanse landen het verst verwijderd is van Europa, is het, nog veel meer dan de rest, een wannabe Europa. Dingen werken er zoals je thuis gewend ben. Naar bijna alles waar je heen wilt ligt een goede weg, ook in de afgelegen delen. Je kunt water drinken uit de kraan. Het is er schoon en er is, meestal en bijna overal, elektriciteit. Je kunt betalen met je pinpas. Ze spreken er zelfs een soort Nederlands (dat overigens vaak niet te verstaan, maar altijd goed te lezen is). Zo ver, en bijna thuis. Bijna. Want Zuid-Afrika is natuurlijk geen Europa. Er is daar iets vreselijk misgegaan. Of goed, het is maar hoe je het bekijkt.

Ik ploegde het land in via het diepe zand van de Kalahari in Botswana en daarna door de rode duinen van het Kgalagadi Transfrontier Park. Weer zag ik een luipaard, en weer kreeg ik twee leeuwen op bezoek, die zich een minuut of tien lang zowat onder mijn tent nestelden. Je zou er nog bijna aan gewend raken. Via Upington en Vryburg reed ik naar Pretoria. Ik bezocht het Voortrekkermonument, een herinnering aan de Grote Trek; de migratie van de Boers (het Afrikaans is soms een merkwaardige mengeling van Nederlands en Engels; het Nederlandse ‘boer’ krijgt een Engelse meervouds-s) vanuit de Kaap in het zuidwesten, over de Oranjerivier naar het noordoosten. De Voortrekkers (wat een prachtig woord is omdat het de figuurlijke betekenis heeft van pioniers, mensen die voor de meute uit trekken naar onbekende gebieden, maar ook een meer letterlijke: mensen die voren trekken, boeren dus, en zo onbewerkte grond leefbaar maken) worden er als helden vereerd. Het pompeuze gebouw vertelt in marmeren muurgravures het verhaal van de legendarische tocht met ossenkarren, en van de slag bij Bloedrivier, waarbij op 16 december 1838 de Zulu’s verslagen werden die eerder Piet Retief, een van de ‘Leiers’ van de Trek, verraden en vermoord hadden. Het Voortrekkermonument is hét symbool voor Afrikaans nationalisme – bij de legging van de eerste steen in 1938 trokken tienduizenden Afrikaners als eerbetoon met ossenkarren van de Westkaap naar Pretoria. Daar verzamelden zich maar liefst 250.000 mensen voor de ceremonie.

IMG_4849

Bij dat nationalisme, dat zo duidelijk voelbaar was bij dat monument, kreeg ik een ongemakkelijk gevoel. De geschiedenis van Zuid-Afrika begint voor Afrikaners met de komst van Jan Van Riebeeck die, in naam van de VOC, in 1652 de eerste Europese handelspost in Zuid-Afrika stichtte, die later zou uitgroeien tot Kaapstad. Alsof er voor die tijd geen mensen woonden. De Afrikaners staan er zich op voor dat zij het land gecultiveerd, bewoonbaar gemaakt hebben. Tegen de stroom in, de elementen trotserend, zich verdedigend tegen zwarte barbaren (ook wel kaffers genoemd, wat komt van kafir, het woord dat de in slaven handelende Arabieren gebruikten voor ongelovigen). En de Voortrekkers zijn daar het prototype van – je kunt het nog steeds zien aan de mensen: Afrikaners zijn allemaal enorm groot, stevig gebouwd, onbehouwen. Dikke kuiten, dikke buik, dikke roodverbrande kop. Ze zien er, inderdaad, uit als geëmigreerde oer-Hollandse boeren, al doen ze me, mede vanwege hun Engels, vaak ook denken aan Australiërs. Maar in feite hebben ze natuurlijk gewoon land gekoloniseerd: ze zijn ergens heen getrokken waar het hen beter beviel (aanleiding voor de Grote Trek was het feit dat de inmiddels Britse machthebber de slavernij had afgeschaft en daar waren de Boers het niet mee eens), hebben de lokale bevolking verjaagd dan wel uitgemoord (al waren de Zulu’s in dat gebied, komend vanuit het noorden, ook gewoon op rooftocht) en hebben hun eigen vlag geplant. En ja, als je ergens maar lang genoeg blijft zitten wordt het vanzelf jouw land. Ga ergens wonen, ga niet weg en na enkele generaties heb je het recht om er te blijven. Wat zijn blanken die in Zuid-Afrika geboren worden en opgroeien anders dan Zuid-Afrikanen? Dat is nu eenmaal hoe het gaat, sinds het begin van de geschiedenis van de mensheid. Maar het ligt ook altijd gecompliceerd en gevoelig (zie bijvoorbeeld het conflict tussen Israël en de Palestijnen) en enige nuance in dit soort kwesties is meestal wel op zijn plaats. Het was die nuance die ik nogal miste bij dat Voortrekkermonument, waardoor ik er, zeker ook als Nederlander, een wat nare bijsmaak aan overhield. Wat natuurlijk meespeelt is waar die kolonisatie en dat nationalisme in Zuid-Afrika toe geleid hebben: een jaar voordat het Voortrekkermonument werd geopend, in 1948, werd de Apartheid bij wet vastgelegd.

IMG_4834

Ik had niet de intentie om naar Johannesburg te gaan. Jo’burg, zoals de stad kortweg genoemd wordt, heeft de reputatie zo’n beetje de meest criminele stad van Afrika te zijn, en dat wil wat zeggen op een continent dat aan elkaar hangt van de burgeroorlogen. Maar de perikelen rondom mijn visumaanvraag voor Angola (zie De aanhouder (of hoe je een visum regelt voor Angola)) lieten me geen keus. Inderdaad was er geen huis te vinden zonder hoge muur er omheen, met daarbovenop een elektrisch hek, een bewaker voor de poort, een waakhond erachter en een bordje ‘armed response’ ernaast (bovendien, vertelde mij later iemand, heeft iedereen in Jo’burg een pistool in zijn nachtkastje liggen. Just in case…). Toch liep ik op de avond dat ik te horen kreeg dat ik de tweede prijs bij een schrijfwedstrijd in de wacht had gesleept (zie Het gaat niet), gewoon in het donker alleen van de kroeg naar het hostel (het mocht, van de eigenaar, en het was maar vijf minuten).

Nu ik er toch was kon ik het Apartheid Museum niet overslaan. De permanente tentoonstelling geeft aan de hand van teksten, foto’s, filmpjes, televisiebeelden en objecten een nauwkeurig en invoelbaar beeld van het ontstaan en de ontwikkeling van de Apartheid, het leven onder het blanke regime, het protest en uiteindelijk de afschaffing. Het is een van die musea waarbij het cafeetje aan het eind van de tour een noodzakelijkheid is. Dat cafeetje is als de aftiteling bij een goede film – je hebt het nodig omdat je het niet voor elkaar krijgt om vanuit je concentratie en emoties in die geconstrueerde wereld meteen, alsof er niks gebeurd is, het normale leven weer in te stappen. Het onrecht, de nutteloze pijn en de absurditeit zinderen nog even na in het hoofd, zoals de gevolgen van die episode in de haarvaten van het land.

20141212_100531

Een van de meest in het oog springende overblijfselen van de Apartheid zijn de townships, de buitenwijken waar de zwarten mochten wonen – dichtbij genoeg om in de stad te kunnen werken, maar ver genoeg weg om er geen last van te hebben. Ze wonen er nog steeds en als je rondrijdt door Zuid-Afrika zie je overal buiten de steden de haveloze hutjes staan, inzakkend van ellende. Soweto, net buiten Johannesburg, is de bekendste, want de eerste, degene waar het eind van de Apartheid begon, en die waar Nelson Mandela en Desmond Tutu woonden. Je kunt erheen, met een georganiseerde tour. Niet alleen, want dat is te gevaarlijk, zeggen ze. En dus ging ik met zo’n tour mee, enigszins nerveus, want hey, een township in de meest criminele stad van het continent, hoe gevaarlijk wil je het hebben?

IMG_4853

Nou, lieve schat, ik zal je zeggen, ze komen daar je tassie nabrengen hoor, als je het ergens vergeet. Soweto is een toeristische kermisattractie, in ieder geval dat deel waar ze je naartoe brengen. Natuurlijk, het verhaal wordt verteld, je gaat naar het Hector Pieterson Memorial, het huis van Nelson Mandela, het huis van Desmond Tutu (waar hij nog steeds een deel van de tijd woont, al vermoed ik dat het een beetje groter en betere beveiligd is dan toen hij er als klein manneke rondliep). Je wordt rondgereden in een rood busje, waar je op bepaalde plekken elk half uur in en uit kunt stappen. Je kunt ook lopen en dan passeer je het ene na het andere souvenirkraampje. Keurig georganiseerde standjes, bemand door gewiekste commerciële kunstenaars die uit gefundenes fressen net iets te gladde spulletjes maken en waarschijnlijk elke maand hun vergunning betalen om precies op dat plekje te staan, en geen centimeter verder. Niks geen chaos, niks geen sloebers die wanhopig proberen derdehands dropsleutels te verkopen als gereedschap om hun kostje voor die dag bij elkaar te scharrelen. Het Soweto dat ze je laten zien is de doorsnee aangeharkte buitenwijk van Almere tijdens Koningsdag. Oh ja, ik mocht ook naar de shebeen, de shabby kroeg voor de lokalo’s, waar ik Joburg Beer kreeg uit een melkpak en waar de lui die het konden weten mij vertelden dat ik best alleen had kunnen komen en dat er niks onveiligs aan was. Wat nou township? Het mocht een historische plek zijn, maar hier was ik niet voor gekomen. Tegelijkertijd voelde ik me schuldig over mijn teleurstelling, want wat was het dan dat ik wel wilde zien? Waarom wilde ik me eigenlijk vergapen aan de ellende van anderen? Maakte dat me niet tot een ordinaire ramptoerist?

IMG_4871

Ondanks, of dankzij, het toeristische gehalte van de hele toestand hing er wel een levendige sfeer. Hier en daar traden ‘spontaan’ straatartiesten op, mensen waren vrolijk, spraken je aan om iets te verkopen, maar drongen niet aan. Ze maakten contact, maar liepen niet te zeuren of te bedelen. Ik bleef iets langer rondhangen, tot de volgende bus, of die daarna, en liep een zijstraat in. Ook hier keurige burgermanshuisjes aan een perfecte asfaltweg. Maar ook een feestje in een garage dat aantoonde dat die huisjes vooralsnog vooral cosmetisch waren. Ik werd binnen genood en aan de allure van de party te zien betrof het hier voornamelijk laaggeschoolde mannen die ondanks hun mooie huis moeite hadden om met hun salaris het einde van de maand te halen. Ik kreeg te midden van het gereedschap en de auto-onderdelen een kan in de hand gedrukt met hetzelfde onsmakelijke bier als uit dat melkpak eerder in de shebeen, maar nu zelf gebrouwen, en dus beter, volgens de feestneuzen. Ik nam een slok en proefde geen verschil. Er was vlees, straks, van de braai en ook de vrouwen kwamen later. Of ik niet wilde blijven. Er ging een dop sterke drank rond en sommigen keken al aardig scheef uit hun ogen. Ik bedankte, het leek mij beter om de laatste bus te halen, maar even had ik een glimp gezien van het leven achter de façade.

IMG_4888

Op weg van de stad naar de stilte van de Drakensberg, even ten zuiden van Johannesburg, reflecteerde ik op wat ik gezien had. Het was een merkwaardig land, dat Zuid-Afrika. Hier hadden ze het spel van de kolonisatie volledig uitgespeeld. In die zin was de Apartheid, hoe macaber ook, een interessant experiment. In Oost Afrika was het nooit zover gekomen om de rassenscheiding bij wet in te voeren, ook al was en is die daar tot op de dag van vandaag, wel degelijk in de praktijk aanwezig. Waarschijnlijk waren de omstandigheden zodanig anders dat de hele zaak nooit op die manier aan de orde kwam (ik heb te weinig kennis van de Afrikaanse geschiedenis om te weten waarom juist in Zuid-Afrika de Apartheid ontstond. Ik meen dat het alles te maken heeft met het feit dat er in 1886 goudmijnen ontstonden in Johannesburg, waardoor er goedkope werkkrachten moesten komen die in het gareel gehouden moesten worden). Het opvallende is dat van alle voormalige Europese kolonies in Afrika, Zuid-Afrika economisch gezien het belangrijkst en het best georganiseerd is. In zekere zin is daar, dankzij de Apartheid, de kolonisatie geslaagd; Zuid-Afrika is geen Afrika meer. Zuid-Afrika is wat je krijgt als je consequent en effectief een noordwest-Europese culturele deken over Afrika legt.

Wat mij in Oost Afrika al opviel en wat nog veel sterker naar voren komt in Zuid-Afrika, is dat er geen nieuwe cultuur is ontstaan. In principe was er alle gelegenheid om uit de combinatie van lokale Afrikaanse gebruiken en Europese invloeden iets compleet nieuws te smeden. Maar de Europese cultuur heeft de Afrikaanse weggedrukt. Afstammelingen van de Voortrekkers noemen zichzelf niet voor niks Afrikaners. Men zou ze eens kunnen verwarren met Afrikanen, wat ze strikt genomen natuurlijk gewoon zijn. Maar hun cultuur is, zoals Adriaan van Dis constateert in Het beloofde land, vooral leeg, dan wel, voeg ik daaraan toe, meegenomen uit hun land van herkomst. Hun taal moge poëtisch zijn, wat ik als passant voornamelijk meekrijg van die Afrikaner cultuur is, enkele uitzonderingen daargelaten, inderdaad weinig meer dan verering van die vermaledijde Voortrekkers en volksmuziek die rechtstreeks geïmporteerd lijkt uit een doorsnee aflevering van Op Volle Toeren tijdens de braderie van Volendam. En, vooruit, braai en biltong, maar ook dat is feitelijk gewoon het standaard voedsel van een fatsoenlijke veeboer op het Nederlandse platteland; vleis en droë wors – een Limburger voelt zich meteen thuis.

IMG_5189

Maar, bedenkelijke geschiedenis en cultuur of niet, ondertussen is Zuid-Afrika wel een ideaal vakantieland. Het grenst aan twee in flora en fauna nogal verschillende oceanen, er zijn bergen, wildparken en woestijnen, maar ook bruisende steden met restaurants die specialiteiten uit alle delen van de wereld serveren, en er is die vermaarde wijn. Bovendien leven er naast die Afrikaners heel veel andere mensen, oorspronkelijk afkomstig uit allerlei andere delen van de wereld, die allemaal een interessant verhaal hebben over hoe en waarom ze er terecht zijn gekomen. En wil je toch een meer authentiek stukje Afrika zien, dan ga je gewoon naar Lesotho, een land in een land waar die Europese cultuur niet of nauwelijks is doorgedrongen. Rijdend langs de Drakensberg kun je zien waarom: Lesotho ligt op die berg, die als een onneembare muur oprijst uit het landschap. Er is aan de oostkant maar één weg naartoe, de beruchte, bloedstollend steile Sani Pass. Die reed ik op. Naast mij zaten de Noorse Teresie en de Nederlandse Marjanne, achterin schommelde Liesbeth, partner van Marjanne, door de auto. We gingen wandelen, drie dagen, of vier, dat zou er vanaf hangen. Geen kaart, alleen mijn GPS die in dat gebied geen paden aangeeft, en de aanwijzingen van een gids die ons op het idee gebracht had:

‘Volg de rivier tot aan de volgende rivier. Volg dan die tot aan de rand van de berg. Volg dan de rand van de berg tot aan de grenspost. Loop van daaruit terug naar de auto.’

En: ‘Er zijn geen aangegeven paden, maar er wonen daar overal herders. Volg hun sporen.’

Dat was het ongeveer. Dit werd een hike zoals een hike bedoeld is: alleen in de natuur, met niks anders dan een tentje, een slaapzak en wat eten. Zelfs dus geen echt pad. Marjanne en Liesbeth zouden na de eerste dag omkeren, Teresie en ik gingen verder. We trokken de glooiende heuvels over, waadden door de rivier, sliepen onder een duizendsterrenhemel aan de rand van het ruisende water en maakten vrienden onder de herders, die te pas en te onpas opdoken uit het landschap, gekleed in een uitgelubberde onderbroek, een groezelige deken en rubberen laarzen. Ze woonden in hutjes van leem en riet op de top van de heuvels vanwaar ze de omgeving konden overzien en deden wat hun volk waarschijnlijk al duizenden jaren doet: ze hoedden schapen, geiten, koeien en ezels. Jonge, ongetrouwde mannen, vrouwen waren nergens te bekennen. Ze vroegen allemaal om een sigaret, die we niet hadden en stonden verder roerloos te kijken hoe we onze lunch aten, of onze tent opzetten. Teresie en ik vonden het wel best – het was ook een merkwaardig gezicht, die felrode tent van haar in dat lege, groene landschap. Op een of andere manier pasten die rubberlaarzen van de herders daar toch beter, al was ook dat natuurlijk een nogal onnatuurlijk en vervreemdend element in het geheel.

IMG_5084

Na drie dagen keerden we terug bij de auto, waar we een briefje vonden van Marjanne en Liesbeth. Ook zij hadden het gered en waren al lang weer verder getrokken. Nog dezelfde avond reden we, in het donker over die verdomd steile pas naar beneden. De volgende dag namen we afscheid. Teresie ging naar Durban, maar ik zou haar terugzien in Kaapstad, waar ze woonde.

Voordat ik de Moederstad, zoals Kaapstad liefkozend genoemd wordt (door de blanken dan, voor de zwarten heeft het die betekenis natuurlijk niet), bereikte, reed ik langs de Wild Coast en de Garden Route naar Cape Agulhas. In tegenstelling tot wat vaak beweerd en gedacht wordt is dit, en niet Kaap de Goede Hoop, de zuidelijkste punt van Afrika. Die verwarring is begrijpelijk, want Cape Agulhas heeft, in vergelijking met Kaap de Goede Hoop, een uitstraling van niks. Het ontbeert de dramatische kustlijn, het daaraan gekoppelde einde-van-de-wereld-gevoel en natuurlijk de legendarische verhalen van ontdekkingsreizigers en hun gestrande schepen. Er staat een monumentje, maar als ze dat een eindje verderop hadden neergezet had niemand de fout in de gaten gehad. Ik maakte er de verplichte foto, van het bordje dat aangeeft dat hier, precies hier, de scheiding is tussen de Indische en Atlantische Oceaan. Onzin natuurlijk, in werkelijkheid is die scheiding een nogal diffuus gebied, waar de warme stromingen vanuit het oosten zich mengen met de koude stromingen vanuit Antarctica. Vanwege de non-descriptheid van de locatie ging de betekenis van het bereiken van dat punt een beetje verloren. Het voelde niet als iets belangrijks, terwijl ik wel degelijk het verste punt van mijn reis bereikt had. Ik had het gehaald, was toch maar even mooi met mijn autootje dwars door het continent gereden. Dit was een keerpunt, vanaf hier kon ik alleen nog maar naar het noorden, op weg naar huis. Alle reden voor een emotioneel momentje, maar dat was het dus niet. Dat soort momenten kies je niet, die dienen zich aan.

IMG_5207

Het kwam helemaal goed toen ik, omdat het vakantie was en alle (en dan bedoel ik alle!) Zuid-Afrikanen erop uit getrokken waren, geen kampeerplek kon vinden en via via bij het oudste huisje van Agulhas terechtkwam. Er woonde een oudere mevrouw die de enige kamer in de omtrek verhuurde die nog niet bezet was – ‘Zuid-Afrikanen houden niet van deze oude zut,’ zei ze, ‘terwijl Europeanen het juist prachtig rustiek vinden.’ De prijs van de kamer was veel te hoog voor mijn budget, en ze keek even vreemd op toen ik voorstelde om gewoon op het grasveld voor het huis te kamperen, maar het mocht. ‘Dan ben je op dit moment de meest zuidelijke kampeerder in Afrika,’ zei ze en het deed haar zichtbaar deugd om die in haar tuin te hebben. Ik haalde een portie fish and chips bij de plaatselijke visboer, pakte mijn stoeltje uit de auto en ging in de tuin zitten eten. De zon zakte weg achter de duinen, de twee oceanen kabbelden genoeglijk tegen de rotsen, de vuurtoren van Agulhas zwiepte haar licht over mij heen. En toen had ik toch even mijn momentje.

IMG_5260

Kaapstad werd de stad van het weerzien en de ontmoetingen. Ik vierde oud en nieuw met twee Italianen en een Oost-Europese Zuid-Afrikaanse uit Johannesburg, ging eten bij Teresie en bracht een middag en avond door met Yvonne, die ik een half jaar eerder met haar partner Brett in hun Landrover was tegengekomen in Kampala (Brett zelf was helaas een paar dagen weg). Ik zocht Nienke en Derk op, een Nederlands stel dat ik eerder met kerstmis op de camping in Chintsa ontmoet had. Verder hing ik drie weken lang de backpacker uit, sliep in drie verschillende hostels en ging elk weekend stappen met instant vrienden. Ik deed de toeristische dingen die je in Kaapstad zoal doet: ik beklom Lion’s Head en de Tafelberg, bezocht Kaap de Goede Hoop, ging snorkelen met zeehonden (aanrader!) en wijn proeven in Stellenbosch. Tussendoor spendeerde ik het prijzengeld van de eerder genoemde schrijfwedstrijd aan een B&B, waar ik mij wentelde in de luxe van een eigen badkamer en een balkon met uitzicht op de bergen. En omdat Kaapstad nu eenmaal de meest Europese en best georganiseerde stad in Afrika is, werd het ook het echte keerpunt, een praktische stopover, waar ik wat dingen kon regelen ter voorbereiding op het tweede deel van de reis. Landcruiser kreeg een uitgebreide checkup bij de Toyota garage, ik haalde mijn nieuwe paspoort op bij de ambassade, ontving een pakketje met spullen uit Nederland en stuurde een harddisk met een backup van alle foto’s naar huis.

IMG_5436

Kaapstad voelde ook als het echte keerpunt. Niet alleen doet Kaap de Goede Hoop met zijn eenzame, winderige rotspunt wel recht aan zijn mythische status en heb je, als je na een reis zoals die van mij, bovenop de Tafelberg staat, wel het gevoel alsof je iets belangrijks bereikt hebt, er gebeurde ook nog iets anders. Een van de laatste avonden voordat ik vertrok zat ik in de bar van de Ashanti Lodge. Er fladderde een meisje langs de jongens die in een rijtje op barkrukken zaten. Ze maakte een praatje hier, plaatste een opmerking daar, glimlachte uitdagend naar de één, legde haar hand op de schouder bij een ander. Een vlinder op zoek naar de beste nectar. Ik zat aan een tafeltje, iets verderop, niet in het rijtje, maar wel in haar range. Ze had me gezien, maakte een beweging in mijn richting, keek heel kort in mijn ogen. Ik zag dat zij zag dat ik het gezien had, maar toen ik niet reageerde bedacht ze zich en richtte haar aandacht weer naar de jongens aan de bar. Later maakte ze nog een keer aanstalten om contact te maken. In een honderdste van een seconde had ik kunnen besluiten om erop in te gaan, me open te stellen. Ik had een praatje met haar aan kunnen gaan, via haar in contact kunnen komen met de anderen aan de bar en kunnen eindigen in een nachtclub in de stad. Wie weet wat er allemaal van had kunnen komen. Maar ik deed het niet en het was een bewuste keuze. Een keuze die veel meer omvatte dan alleen het op zich vrij betekenisloze besluit om op dat moment niet in te gaan op de vage avances van een wildvreemd meisje aan een bar in een willekeurig hostel. Deze keuze was een keerpunt en het had alles te maken met dat andere keerpunt, vijf maanden eerder op Zanzibar, toen ik Caitlin ontmoette, de vrouw waarvan ik toen nog dacht dat jij het was (zie Keerpunt – Paradise revisited).

De betekenis van die ontmoeting drong nu pas volledig tot me door. Het was daar dat ik voor het eerst in mijn leven mijn grote plan had willen wijzigen voor een vrouw. Tijdens mijn reis tien jaar geleden door Zuid-Amerika had ik in Argentinië Britta wel willen volgen, had ik wel samen verder willen reizen, maar kon ik het niet. De essentie van die reis was dat ik alleen was en de volledige vrijheid had om te doen wat ik wilde, zonder rekening te hoeven houden met anderen. Ik had er mijn toenmalige vriendin voor verlaten en ik moest ook Britta laten gaan om het doel van mijn reis niet te verloochenen. Nu was het dat Caitlin niet wilde dat ik voor haar mijn plannen wijzigde, anders was ik naar New York gevlogen. Het is dat dat veranderd is; ging in Zuid-Amerika de reis nog vóór het meisje, nadat ik op Zanzibar Caitlin in de ogen heb gekeken zijn de prioriteiten veranderd. Dat is wat ik mij realiseerde in die bar in Kaapstad. Ik weet nu wat ik zoek, ik zal het herkennen als het er is en ik zal handelen om het te houden. En dat betekent dat ik niet meer als een kwispelende hond achter elk meisje aan hoef te lopen dat mij een mooie glimlach schenkt. Het betekent ook dat ik niet meer, zoals tijdens die eerste vakantie in Oostenrijk en die reis door Zuid-Amerika, elke berg op hoef, ongeacht wie ik achterlaat. Ik hoef niet meer álles te zien, álles te doen, álles mee te maken. Er is vanaf nu ruimte voor compromis. En dan is die vraag naar het hoe en waarom van deze reis misschien toch niet zo merkwaardig als ik dacht. Misschien word ik gewoon ouder en volwassener en is dat waarom ik hier ben; om mijn wilde haren kwijt te raken, om de midlife crisis voor te zijn, zodat ik niet straks mijn vrouw hoef te verlaten om een groots avontuur te beleven met een jongere vriendin. Ik zit middenin dat avontuur en heb die meisjes allemaal wel gezien. En hoewel ik er nog steeds graag naar mag kijken, hoef ik ze niet meer allemaal te hebben. Dus kom maar op, I, ik ben er klaar voor. Het volgende avontuur ga ik aan met jou.

Liefs,

N

 

Advertenties

Eén reactie to “Keerpunt (2)”

  1. Gerard 17 april 2015 bij 11:58 #

    Het zou zomaar kunnen dat I. -waar zij ook is- haar oren spitst, haar hoofd opricht en lichtjes naar achteren kantelt en als een alert dier de lucht opsnuift, speurend naar iets…, ja iets…, of iemand.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: