Archief | Kort verhaal RSS feed for this section

Everdingen

29 sep

IMG_5651

Toegegeven, het had voorkomen kunnen worden. Dat geldt voor de meeste ongelukken. Maar het was natuurlijk ook niet echt een stevig hekje.

De buurman kwam naar buiten, op zijn klompen.

‘Da’s fraai geparkeerd,’ zei hij.

Hij belde zijn buurman, die had een trekker.

Met zijn drieën kwamen ze. De buurman van de buurman en twee jongens. Groot, stevig. Ze keken, handen in de zij.

‘Da’s fraai geparkeerd,’ zeiden ze.

Ze trokken de rode Greenwheels uit de voortuin van de familie Kers. De bumper was beschadigd, het nummerbord lag eraf, maar hij reed nog.

‘Ge het geluk gehad,’ constateerde de buurvrouw van de overkant en wees naar een betonnen paaltje.

‘Geluk zit in een klein hoekje,’ zei ik en stapte in.

In Culemborg draaide ik de Peugeot in één beweging achteruit tussen een witte Volkswagen en een oude Mercedes.  Toen ik uitstapte knikte een voorbijganger mij toe.

‘Fraai geparkeerd,’ zei hij.

Mozes

22 sep

Toen het daglicht wegtrok uit de straten nestelde Winston zich tegen een muur. Hij ritste de kraag van zijn jas wat verder dicht, stak zijn handen diep in de zakken en staarde naar de overkant van de gracht. Een stel aangeschoten jongens kwam over de brug zijn kant op. Hij schoof de versleten weekendtas de schaduw in. Het was beter dat ze hem niet zagen.

De nachten waren erger dan hij had verwacht. Het was niet zozeer de kou, het was de dreiging die tussen de huizen hing, voortdurend, als een hyena zoekend naar een prooi.

‘Zorg dat je onzichtbaar bent,’ had Mozes hem toegefluisterd, ‘val niet op en je bent zo vrij als een vogel.’

De jongens zagen hem niet. Het was verbazingwekkend hoe makkelijk je jezelf onzichtbaar kon maken. Mensen keken niet, waren met zichzelf bezig. Zelfs een rat, die in de hoek luidruchtig rommelde in een hoopje bladeren, schonk geen aandacht aan hem. Het dier schoot tussen zijn voeten door de straat over en verdween. Toen was het stil.

Het moet zeker een uur later geweest zijn. Winston was ingeslapen, zijn rug op de koude grond, zijn hoofd op de tas. Vlak boven hem klapte een ruit uit de sponning. Het regende scherven. Hij schoot overeind, een porseleinen asbak rolde over de tegels.

Lees verder

Hands up

22 sep

Met twee handen vol gevulde bierglazen boven mijn hoed wurm ik mij een weg tussen een zingende banaan en een nepversie van Ferry Mingelen door. Een meisje met de lippen van Angelina Jolie en de kleur van melkchocolade  bedreigt mij met een geweer. Mijn geweer.

‘Hands up!’

‘Ik krijg jou nog wel!’ roep ik quasi-geïrriteerd.

Eerst naar de snoepmeisjes, die geld in de pot hebben. Ik lever het bier af en keer terug naar het halfbloedje. Het geweer is nergens te bekennen.

‘Ik weet van niks,’ doet Pocahontas ondeugend onschuldig.

Ik fouilleer haar. Ze mag er zijn, mijn geweer heeft ze niet.

‘Dan ontvoer ik je. Je laat me geen keus.’

Mijn indiaantje werkt niet tegen, laat zich gewillig in een donkere hoek drijven.

‘Waar is mijn geweer?!’ brul ik boven Guus Meeuwis uit. ‘Je kunt een cowboy niet beroven van zijn geweer, dat maakt hem weerloos.’

‘Soms zijn dingen waar je ze niet verwacht. Of durft te verwachten…’ Brutale Hinde daagt Billy the Kid uit.

Ik betast haar nogmaals, nu onder haar gewaad. Tussen haar dijen vind ik mijn geweer.

‘Oeps…’ hijgt ze. Dit is het moment.

Maar ik laat ik mij niet verleiden. Ik steek het geweer in mijn holster en ga terug naar de snoepmeisjes – Oeteldonk bij nacht is levensgevaarlijk. Ze hebben bescherming nodig.