Niemand komt thuis (of het verlangen om er niet te zijn)

11 Feb

IMG_6838

Lieve I,

Ik weet niet meer waar ik was toen ik hoorde dat Joost Zwagerman een einde aan zijn leven had gemaakt. Ik zal het via facebook hebben meegekregen, ergens in Burkina Faso of Mali, op een moment dat ik heel even op mijn telefoon keek, terwijl ik eigenlijk iets anders aan het doen was of ergens op wachtte. Hoewel ik hem ooit heb gesproken, en later nog wel eens contact met hem heb gehad over een of ander project, was het niet een bericht dat mijn wereld deed stilstaan. Het was een verlies voor de literatuur, voor intellectueel Nederland, zeker, maar geen persóónlijk verlies. Toch ging het nieuws ook niet zomaar aan mij voorbij. Het bericht van zijn overlijden, en de manier waarop, was méér dan gewoon een van de vele meldingen in de oneindige stroom op mijn tijdlijn. Het was betekenisvol. In de dagen daarna las ik een aantal stukken die her en der verschenen van mensen die Zwagerman wel persoonlijk gekend hadden. Daarin kwam enkele keren de titel terug van een essay dat opgenomen is in zijn laatste bij leven gepubliceerde boek, De stilte van het licht. Die titel is: ‘Het verlangen om er niet te zijn’ en het staat in de afdeling ‘Verdwijnen. Daaraan bleven mijn gedachten hangen. Het verlangen om er niet te zijn – ik voelde onmiddellijk verwantschap met dat thema.

Je herinnert je misschien een brief die ik je eerder schreef vanuit Nairobi, met de titel Niemand verdwijnt echt. Die brief gaat over wat misschien in essentie het doel was van wat ik gedaan heb: verdwijnen. Het is niet voor niks dat Caitlin, de vrouw van wie ik dacht dat jij het was, mij vroeg om juist die brief voor haar in het Engels te vertalen. Ze kende geen Nederlands, maar wist intuïtief dat ze, als ze iets van mijn onderneming wilde begrijpen, dat stuk moest lezen.

In ‘Het verlangen om er niet te zijn’ betekent dat verlangen vooral een soort oplossen van het zelf, waarvan de uiterste consequentie de dood is. Dat bedoel ik niet. Met verdwijnen bedoel ik in eerste instantie het jezelf losmaken van anderen, het jezelf onttrekken aan hun blik, hun bemoeienis, hun conventies. Het verlangen om te verdwijnen is voor mij het verlangen om door iedereen met rust gelaten te worden. In laatste instantie is dat het verlangen om ergens te zijn waar de invloed van de mens tenminste niet zichtbaar, en liefst überhaupt niet aanwezig is. Het verlangen om alleen te zijn met de natuur. De consequentie daarvan is een concreet verlangen naar plekken waar nog nooit iemand geweest is, of, realistischer, plekken waar zelden iemand komt. Of dan tenminste plekken waar niemand is op het moment dat ik er ben. Rust, stilte, leegte. Die plekken bleken moeilijk te vinden. Afrika is heel leeg, en toch zijn er altijd overal mensen. Verdwijnen zonder jezelf uit te wissen is moeilijker dan je denkt.

Misschien is Afrika ook helemaal niet het juiste continent om te verdwijnen. Als blanke in Afrika ben je als een lichtkogel aan een donkere hemel; iedereen kijkt naar je en degenen die het niet gezien hebben weten binnen de kortste keren dat je gesignaleerd bent, juist ook in de meer afgelegen gebieden. Een van de manieren van Stanley om Livingstone te vinden was om in de dorpjes waar hij langskwam te vragen of ze een blanke man gezien hadden. Die manier werkt, hoewel natuurlijk in mindere mate, nog steeds. Daar komt bij dat iedereen graag je vriend wil zijn. Niet alleen staat ‘blank’ zo’n beetje gelijk aan ‘geld’, waardoor iedereen graag contact met je maakt in de hoop iets te krijgen of te verdienen, de meeste Afrikanen zijn ook gewoon open en vriendelijk van aard. Het gemeenschapsleven zit hen in het bloed en ze zijn nooit te beroerd om je daarin toe te laten. Met als gevolg dat je zelden echt alleen bent.

SAM_0213

Die onderlinge verbondenheid is tegelijkertijd een zegen en een vloek. Enerzijds zorgt een uitgebreid netwerk van familie en vrienden ervoor dat je kunt overleven; er is altijd wel een (ver) familielid of een vriend die je even uit de brand kan helpen door ergens een klusje te regelen, door je een paar cent te lenen voor een brood, of iets te ritselen bij een officiële instantie. Iedereen ondersteunt elkaar waardoor niemand er van armoede aan onderdoor gaat. Anderzijds zorgt dat netwerk voor een sociale verplichting; zo gauw ook maar één lid van de extended family wat meer geld heeft, staat de rest op de stoep, ofwel om een openstaande schuld op te halen of om te lenen om, ik noem maar wat, een lekkende golfplaat op het dak te vervangen. In no time is het geld verdampt, verspreid over allerlei kleine projectjes die iedereen weliswaar korte tijd vooruit helpen, maar die niet bijdragen aan een structurele oplossing van de problemen. Op deze manier heeft nooit iemand geld om te investeren in iets waar het hele netwerk op langere termijn wat aan heeft. Het systeem houdt iedereen in leven, maar ook iedereen arm.

In zo’n systeem is het moeilijk vrienden maken als blanke Europeaan. Contact leggen gaat automatisch, daar ontkom je niet aan, maar vrienden? Natuurlijk, als je in Afrika drie woorden wisselt met iemand ben je onmiddellijk een vriend. Maar de betekenis daarvan is vaak niet meer dan dat jij aan het eind van het gesprek de rekening onder je neus krijgt. Als vriend ben je ineens deel van het netwerk en wel het deel dat meer geld heeft dan de rest, en dus gaat men er vanuit dat jij betaalt. De nieuwe vrienden wringen zich weliswaar in de meest vreemde bochten om jou te helpen bij wat je wilt (wat meestal neerkomt op het spelen van gids), maar de verwachting is dat ze daar iets voor terugkrijgen. Zelden is het alleen vriendelijkheid. Als je daar geen weerstand tegen biedt kleden ze je geleidelijk uit waar je bij staat – een gegeven dat Paul Theroux in uiterste consequentie doorvoert in zijn boek De benedenrivier, waarin een oudere man terugkeert naar het Afrikaanse dorp waar hij in zijn jonge jaren les heeft gegeven. Hij wordt er met alle vriendelijkheid en egards ontvangen, krijgt een huis toegewezen, maar gaandeweg troggelen ze hem met smoesjes en bedrog al zijn geld en bezittingen af.

Het gevolg is dat je op den duur vrijwel niemand meer echt vertrouwt. Voortdurend vraag je je af wat er áchter die vriendelijkheid zit. Met de liefde was het niet anders. Meisjes genoeg die met me wilden trouwen. Een vriendelijke lach en de mededeling dat ik geen vrouw had waren meestal voldoende. En daar was geen ironie bij. Ik ben ervan overtuigd dat ze het zouden doen. Als ik ze zou meenemen naar huis, ze met respect zou behandelen en een inkomen binnenbracht, zouden zij het huishouden doen, kinderen baren en opvoeden en zorgen dat ik in bed niks tekort kwam. Mijn argument dat we elkaar niet kenden deed niet ter zake. Dat kwam vanzelf. Bovenal leek van belang dat aan de basisvoorwaarden werd voldaan, namelijk dat ik haar kon onderhouden en dat zij in staat was een huishouden te runnen. Een zakelijke overeenkomst die voorafging aan de liefde, niet andersom. Ook mannen boden regelmatig met enthousiasme een vrijgezelle zus of nicht aan. Dat ik alleen op reis was was al onbegrijpelijk, maar dat ik ook niet thuis een vrouw en kinderen had zitten ging hun voorstellingsvermogen te boven. Op hun vraag waarom ik geen vrouw had, zei ik altijd gekscherend dat er niemand was die mij wilde hebben. Dat geloofden ze niet. Ik moest een Afrikaanse nemen, zeiden ze. Ze kenden nog wel iemand. Wilde ik die ontmoeten? Ik heb het nooit aangedurfd om ja te zeggen. Net als met vrienden leek het nooit echt te gaan om wie ik was, maar veeleer om wat ik representeerde: een leven in luxe.

Daar kwam vaak nog een gigantisch verschil in opleiding en achtergrond bij, waardoor ik met potentiële vrienden of geliefden nauwelijks een gezamenlijke basiskennis deelde en een gesprek meestal niet meer inhield dan het uitwisselen van platitudes en algemeenheden. Hoe belangrijk die gezamenlijke culturele achtergrond is, merkte ik pas echt als ik andere reizigers tegen het lijf liep. Vanwege een gedeelde interesse en ervaring werden dat meestal wel onmiddellijk vrienden, die ik, nu ik thuis ben, ook graag nog een keer opzoek. Met een aantal Afrikaanse ‘vrienden’ heb ik een facebookrelatie, wat bij de meesten niet veel meer inhoudt dan dat ze af en toe ‘hoi’ tegen me zeggen. Het wordt nooit een gesprek, zelfs als ik moeite doe om wat meer te vertellen over mijn leven hier en vragen stel over het hunne. Achterdochtig geworden verdenk ik sommigen ervan alleen maar vriend met mij te willen zijn omdat ze, wie weet, ooit, naar Europa komen en hopen dat ik ze dan kan helpen – wat ik ze overigens niet kwalijk kan nemen. Maar vrolijk stemmend is het niet.

IMG_4697

Ik heb mij regelmatig afgevraagd of ik niet moest proberen de kloof tussen mijzelf en de lokale bevolking toch te overbruggen, of ik niet toch moest proberen om een betekenisvolle relatie tot stand te brengen. Want hoe gastvrij en aardig men soms ook was, ik bleef een buitenstaander. Moest ik niet van de mogelijkheid gebruik maken om juist wel een tijdje ergens te blijven, zodat ik kon doordringen tot de Afrikaanse ziel, tot de ‘inheemse’ manier van leven, tot de opvattingen over, de angsten voor en het beeld van de wereld dat je krijgt als je in totaal andere omstandigheden opgroeit dan een Europeaan als ikzelf. Moest ik niet nog dieper de wildernis in, contact maken met mensen die nog nooit een blanke gezien hadden? Stoppen in een willekeurig dorp waar ik langsreed en daar blijven? Echt onderdeel worden van zo’n gemeenschap en op die manier weliswaar verdwijnen uit mijn vertrouwde omgeving, maar daarmee een ruimte creëren waarin ik een nieuwe, andere orde kon ontdekken? Straks had ik het hele continent doorkruist en was ik niks wijzer geworden. Dat kon toch ook niet de bedoeling zijn. Waar was mijn verdwijning dan goed voor geweest?

Maar steeds als ik mijzelf die vraag stelde was het antwoord: wat denk je te vinden? Denk je werkelijk dat het, waar je ook heen gaat, daar anders is dan wat je tot nu toe gezien hebt? Wat is er echter dan het leven dat je aantreft als je twee jaar lang via een relatief willekeurige route door een continent trekt? Ik was dan weliswaar niet langere tijd in een en hetzelfde dorp, ik was wel twee jaar lang in heel veel verschillende dorpen, zag wat daar gebeurde, registreerde gewoonten, voelde de sfeer, maakte contact met heel veel verschillende mensen. Het Afrikaanse dorp dat ik ken is samengesteld uit de dorpen van heel Afrika. En ik heb wel degelijk langere tijd in dat dorp gewoond. Natuurlijk is je ervaring anders als je twee jaar op dezelfde plek blijft, maar geeft dat een beter beeld? Bovendien: ik ben nu eenmaal een toeschouwer, een observator, een denker. Natuurlijk kun je ook als journalist, met een heldere vraag of een afgebakende opdracht, het continent in trekken, mensen interviewen, gericht foto’s maken, antwoorden zoeken. Maar ik ging niet als journalist, ik had geen vraag en mijn enige opdracht was open te staan voor alles wat zich aan zou dienen. Nieuwsgierigheid had ik, verwondering, een hang naar avontuur en dus dat vage verlangen om te verdwijnen. Ik was en ben nog steeds dat jongetje dat vroeger tijdens een boswandeling het pad koos dat naast de hoofdweg liep, dat elke heuvel op moest om te kijken wat erachter lag. Het probleem daarmee is dat er achter elke heuvel een andere ligt, dat er altijd nog een ander pad is dat je kunt nemen en dat je met die instelling dus nooit klaar bent. Dat het nooit genoeg is. Er zijn altijd nog meer dingen te ontdekken. Maar wil dat zeggen dat de dingen die je wel gezien, ontdekt en ervaren hebt minder echt zijn? Misschien is het beeld dat je had niet bevestigd, maar was het niet daarom ook dat je op pad ging? Om te zien hoe het werkelijk is? Dat er mensen zijn die andere ervaringen hebben doet niets af aan die van mij. Dat maakt het alleen maar interessanter. Juist Afrika is zo groot, complex en veelzijdig dat het helemaal geen eendimensionaal beeld of een definitieve analyse verdraagt. Natuurlijk is mijn ervaring slechts een van de vele mogelijke, maar het is niet een oppervlakkige. Zelfs niet als ik er dus niet in geslaagd ben de kloof tussen mijzelf en de lokale bevolking te overbruggen.

Ondanks dat ik dus zelden echt alleen was, was ik natuurlijk wel degelijk weg. Niet zozeer van alle mensen, maar wel van alle mensen die ik ken. Niets was meer hetzelfde, niets was meer vanzelfsprekend. Alle structuren en gewoonten die aan die mensen en mijn ‘normale’ omgeving vasthingen waren verdwenen. En ook al was ik dan vaak ‘onder de mensen’, juist omdat het bleef bij vluchtige oppervlakkige contacten was ik toch ook op een bepaalde manier verdwenen. Juist omdat je je steeds verplaatst laat je weinig blijvende sporen na. Je aanwezigheid op vrijwel elke plek is te kort om een stempel te drukken op je omgeving. Voordat je je aan mensen kunt hechten, of zij zich aan jou, ben je weer vertrokken. Omdat je voortdurend onderweg bent, ráák je weliswaar steeds aan je omgeving en de mensen daarin, maar je aanwezigheid is als een voetstap in woestijnzand; in no time is hij uitgewist door de wind en herinnert niks meer aan het feit dat er iemand was. Reizen is een soort gewichtloos zweven door de wereld.

IMG_6003

Bovendien, vanwege de oppervlakkigheid van de contacten weet niemand op enig moment waar je bent. Natuurlijk kennen de mensen in je directe omgeving, degenen die je op dat moment kunnen zien of degenen met wie je in gesprek bent, je precieze locatie, maar zij hebben geen link met wie dan ook in jouw sociale omgeving. Zij hebben ook geen contactgegevens, dus zodra je uit het zicht bent, ben je verdwenen. Er is in theorie weliswaar een ketting te maken van mensen die jou gezien hebben, waardoor je locatie op een bepaald moment te achterhalen zou zijn, maar de schakels in die ketting zijn zo willekeurig dat het spoor al snel oplost. In het sociale en administratieve netwerk van thuis is die ketting razendsnel te maken en is het vrijwel onmogelijk om je sporen uit te wissen. Maar onderweg ben je, als je wilt, zonder veel moeite heel rap onvindbaar. Je kunt opgaan in de massa. Je bent wel ergens, maar niemand weet waar. Reizen is een vorm van niet-zijn.

Maar verdwijnen op die manier alleen was voor mij niet bevredigend. Het probleem met opgaan in de massa is dat je niet werkelijk alleen bent. Je bent voortdurend in een sociale omgeving waarin iedereen met elkaar interacteert, alleen niemand met jou. In ieder geval niet op de manier waarop je dat wilt. Als er dan contact is, dan wil je dat het ook diepgang heeft, dat het iets met je doet, dat het je raakt. En dat jij de ander raakt. Onverschillig contact heeft geen betekenis en is op den duur zeer onbevredigend. Je bent er wel, maar niemand neemt er notie van. Het leven speelt zich af buiten jou om, alsof je er niet bent. Alleen zijn in een wereld vol anderen is een ontkenning van je bestaan. Dan word je eenzaam. En de ultieme eenzaamheid is de oplossing van het zelf waar Zwagerman het over lijkt te hebben: de dood. Dat was dus niet mijn bedoeling.

Misschien kwam de onrust die ik af en toe voelde dus niet alleen voort uit de overtuiging dat er altijd nog meer was om te zien, te doen en te onderzoeken, maar ook uit het feit dat ik vaak niet verdwenen was op de manier die ik eigenlijk zocht. Misschien was dat ook een reden om niet vol overgave een willekeurig dorp in te duiken en te proberen echte vrienden te maken. Ik zou alleen maar terechtkomen in een andere sociale structuur. Eentje waar ik niet thuishoorde, eentje waar ik, hoezeer ik ook mijn best zou doen, altijd een buitenstaander zou zijn, eentje die nieuwe verplichtingen met zich mee zou brengen. Ook dat was nooit mijn bedoeling. Wat ik zocht was de rust, de stilte, de leegte, het ideaal van die kluizenaar in zijn hutje op de hei. En dus stopte ik juist niet in die dorpjes om te overnachten, maar net erbuiten. Ging ik van de weg af en verborg ik mij tussen het groen, of achter een heuveltje, zodat ik niet zichtbaar was voor voorbijgangers. Een veiligheidsmaatregel, zeker, maar ook gewoon een verdwijntruc. Weg van al die mensen.

20150919_090204

De beste plekken waren die waar ik echt alleen was. Qeshm, het eiland voor de kust van Iran, waar ik twee dagen op een heuvel stond en het eindeloze uitzicht over de zee met ondergaande zon alleen deelde met een paar vosjes. Khutse Game Reserve in Botswana, waar ik ’s morgens vroeg twee leeuwen op bezoek kreeg. De lege noord-west-hoek van Namibië, waar ik vijf dagen lang niemand tegenkwam, behalve af en toe een paar nomaden, die, als waren ze gecamoufleerde dieren, nauwelijks afstaken tegen de omringende natuur. Dat was de afzondering die ik zocht. Zoals alleen zijn in een wereld vól anderen een ontkenning is van je bestaan, zo is alleen zijn in een wereld zónder anderen een bevestiging ervan. Juist omdat jij de uitzondering bent in die omgeving ben je heel erg aanwezig. In een omgeving vol anderen die geen echt belang hechten aan wat jij doet, valt alles wat je doet in het niet. In een natuurlijke, afgelegen omgeving daarentegen is alles wat jij doet een verstoring van de orde. Elke beweging wordt uitvergroot door de roerloze leegte, elk geluid versterkt door de immense stilte. Je aanwezigheid is onmiskenbaar. Alleen zijn in de natuur is verdwijnen met behoud van het zelf en dus juist een bevestiging van je bestaan. Mensen die op reis gaan om op zoek te gaan naar zichzelf, om zichzelf tegen te komen, vinden zichzelf ook nooit in een hostel, of in een discotheek tussen honderd anderen. Mensen vinden zichzelf wanneer ze alleen zijn, wanneer ze een wandeling maken in de natuur, op een berg, aan zee, in de woestijn. Wie ben ik, wat doe ik hier, waar wil ik heen? Het adresseren van dat soort vragen werkt het best op die plaatsen waar er even geen anderen zijn, waar je contact kunt maken met de natuur, met datgene waar je ontegenzeggelijk toe behoort, waar je uit bent ontstaan. Alleen in de natuur maak je contact met jezelf. Verdwijnen om in je zuiverste vorm te kunnen bestaan.

IMG_7084

Toch is ook die situatie niet vol te houden. Er komt, zo weet ik nu, een einde aan het verlangen om te staren naar de sterren. Daar zat ik weer, na het eten en de afwas, in mijn eentje met mijn biertje in de hand naar het oneindige donkere zwerk te kijken. Er viel niets meer te doen en niets meer te denken. Alle gedachten waren al een keer gedacht. Ook kijken naar de sterren ontbeert diepgang als je het te vaak doet. Zoals elk verlangen wordt ook het verlangen om te verdwijnen saai op het moment dat het vervuld is. Geluk is de dood in de pot. Alleen verlangen houdt je in beweging en alleen beweging is leven. Het gaat niet om de bestemming, zegt men dan, het gaat om de weg er naartoe, en precies zo is het. Dat is iets anders dan te beweren dat je geen bestemming hoeft te hébben. Maar een bestemming is geen doel op zich. Je hebt het alleen nodig om in beweging te komen. En om die beweging gaat het. Zo gauw je je bestemming bereikt, moet je op zoek naar een andere. Reizen zonder bestemming is als verdwijnen in een massa mensen; het is een ontkenning van je bestaan, het vergroot je eenzaamheid en is daarom vreugdeloos. Als het niks uitmaakt waar je heen gaat, waarom zou je dan vertrekken? Het is hetzelfde als met een zee van tijd: als je elke dag alles ook morgen kunt doen, waarom zou je dan je bed uit komen?

En dus was ik voortdurend onderweg. Zelfs op de plekken waar ik vond wat ik zocht kon ik niet blijven. De paradox is dat de plekken waar ik uiteindelijk de gewenste rust vond leidden tot rusteloosheid. Ik moest verder. En die tijdelijkheid van alles beviel mij eigenlijk ook wel. Sinds ik mij kan heugen ben ik gefascineerd door het absolute, door termen als ‘altijd’, ‘nooit’, ‘alles’, ‘niets’, ‘overal’, ‘nergens’. Ik heb geen idee wanneer of waar dat begonnen is, maar ik word er door aangetrokken terwijl het me tegelijkertijd vervult met een enorme angst. Misschien vandaar dat verlangen tot verdwijnen, het overal naartoe willen gaan, maar nergens definitief willen zijn. Vandaar die onbedwingbare nieuwsgierigheid; alles willen zien, alles willen weten, alles willen doen en dus niks vastleggen. Alle mogelijkheden open houden, totale vrijheid. Daarom kon ik zo lang op reis. De paradox, opnieuw, is dat juist door die instelling alles relatief wordt. Totale vrijheid betekent dat je kunt kiezen uit alle mogelijkheden, maar elke keuze gaat ten koste van de mogelijkheden die je niet kiest. Door overal heel even te zijn, ben je eigenlijk nergens. Alles kiezen om niks uit te sluiten komt op hetzelfde neer als niet kiezen. En niet kiezen is als reizen zonder bestemming; het is leeg. Misschien kon ik daarom dus wel heel lang op reis, maar toch ook niet voor altijd. Hoezeer ik er soms op allerlei manieren ook in slaagde te verdwijnen, nooit was het helemaal bevredigend. Er was een eindbestemming, thuis, en die bestemming was nodig om überhaupt te kunnen vertrekken, om überhaupt te kunnen verdwijnen. Het hebben van een thuis was zowel de oorzaak van het verlangen om er niet te zijn, als de reden om niet geheel te verdwijnen.

In dat licht, I, is het niet verbazingwekkend dat ik jou niet heb gevonden. Zonder mij dat te realiseren wist ik dat van tevoren. Jou vinden was per definitie onmogelijk. Jij was, en bent nog steeds, de ultieme eindbestemming. En precies omdat jij er niet bent, omdat je Imaginair bent, omdat jij het Ideaal bent, een Platoons Idee en dus niet bestaat in deze wereld, kan ik je nooit bereiken. En precies daarom houd je me in beweging. Jij bent waarvoor ik leef, naar jou ben ik altijd op zoek, naar jou ben ik altijd onderweg.

Liefs,

N

 

Advertenties

3 Reacties to “Niemand komt thuis (of het verlangen om er niet te zijn)”

  1. maria 11 februari 2016 bij 18:22 #

    Beste N,
    We hebben het er al over gehad, op een maanloze nacht op een modderig veldje vol onbegrip over wel of niet te planten bomen. De zielenroerselen van de reiziger, die hij deelt met anderen, zijn voor die anderen monumenten van avontuur en de vreemdheid van de wereld. De ongedeelde roerselen zijn die waar het om gaat. Ze zijn onvertelbaar hoeveel blogs hij ook bijhoudt. Wat jij de afgelopen twee jaar hebt geschreven komt naar mijn idee akelig dicht bij jouw ziel. Dank dat je ons hebt laten meekijken.
    Kees Uittenhout

  2. Marjan 11 februari 2016 bij 18:57 #

    Lieve N, blijf reizen! X, M.

  3. Marjon 12 februari 2016 bij 07:46 #

    mooi hoor!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: