Met twee handen vol gevulde bierglazen boven mijn hoed wurm ik mij een weg tussen een zingende banaan en een nepversie van Ferry Mingelen door. Een meisje met de lippen van Angelina Jolie en de kleur van melkchocolade bedreigt mij met een geweer. Mijn geweer.
‘Hands up!’
‘Ik krijg jou nog wel!’ roep ik quasi-geïrriteerd.
Eerst naar de snoepmeisjes, die geld in de pot hebben. Ik lever het bier af en keer terug naar het halfbloedje. Het geweer is nergens te bekennen.
‘Ik weet van niks,’ doet Pocahontas ondeugend onschuldig.
Ik fouilleer haar. Ze mag er zijn, mijn geweer heeft ze niet.
‘Dan ontvoer ik je. Je laat me geen keus.’
Mijn indiaantje werkt niet tegen, laat zich gewillig in een donkere hoek drijven.
‘Waar is mijn geweer?!’ brul ik boven Guus Meeuwis uit. ‘Je kunt een cowboy niet beroven van zijn geweer, dat maakt hem weerloos.’
‘Soms zijn dingen waar je ze niet verwacht. Of durft te verwachten…’ Brutale Hinde daagt Billy the Kid uit.
Ik betast haar nogmaals, nu onder haar gewaad. Tussen haar dijen vind ik mijn geweer.
‘Oeps…’ hijgt ze. Dit is het moment.
Maar ik laat ik mij niet verleiden. Ik steek het geweer in mijn holster en ga terug naar de snoepmeisjes – Oeteldonk bij nacht is levensgevaarlijk. Ze hebben bescherming nodig.
🙂