Archief | september, 2013

Eindeloos beginnen

29 Sep

Les 1

Je zit in een hoge ruimte met uitzicht op een binnentuin. Buiten werpt de zon haar laatste licht op de platte daken van de universiteit. Links naast je zit de vrouw die binnen vijf zinnen twee keer het woord ‘propriocepsis’ gebruikte. Rechts zit de vrouw die na haar eerste zin begon te huilen. Schuin tegenover je zit Karlijn. Je bent aan de beurt.

‘Rust,’ zeg je.

De man met de roze blouse heet Jorke. Hij doet zijn best om begrijpend, niet oordelend te knikken. Het is een goed antwoord, rust. Sommigen noemen onrust. Dat is ook een goed antwoord.

Jorke vraagt of iedereen op zijn rug wil gaan liggen. Je kijkt rond. Karlijn heeft een rood geruit blousje aan, dat een beetje open staat. Ze gaat liggen. Ook jij doet wat Jorke vraagt. Naast je hoor je De Propriocepsis snuiven.

Je tilt je armen op, legt ze boven je hoofd op de grond. Je strekt ze uit, duwt je handen nog iets verder weg, je hielen van je af. Je rekt je lichaam, let op je ademhaling. Jorke geeft instructies zoals hij dat geleerd heeft. Rustig.

Je tilt je linkerbeen op, slaat je handen om je knie, trekt.

‘Bepaal je eigen grens, ga daar niet overheen,’ zegt Jorke.

Je zoekt naar je grens. Je vraagt je af of het helpt, dat been zo. De Propriocepsis kreunt.

Je eindigt met je rug recht, je ogen dicht. Als Jorke zegt dat het genoeg is, kijk je naar Karlijn. Ze vouwt haar matje op, loopt naar de opslagruimte. Ze beweegt zoals je je voorstelt dat een slaapwandelaar wandelt: met het hoofd er niet bij en toch bedachtzaam, voorzichtig, weloverwogen. Volgende week ga je naast haar zitten.

Lees verder

Advertenties

Diawa

29 Sep

Cusco bij dag_bijgesneden

Op de bar staat een meisje het verkeer te regelen. In haar nauwsluitende zwarte leren broek heeft ze iets weg van een politieagent. Met brede armgebaren dirigeert ze de feestgangers. Nu eens misprijzend, met gefronste wenkbrauwen en getuite lippen het hoofd schuddend, dan weer lachend en wenkend. Niemand reageert.

Ik waad me een weg door de zwetende chaos. Bij de bar pak ik haar enkels. Ze brengt haar hoofd naast dat van mij. Oosterse trekken – zwart haar, zoals de inheemsen, maar ogen als spleetjes.

Officer, come down,’ roep ik in haar oor. ‘It is not working.’

Ze haalt niet begrijpend haar schouders op.

What are you doing?’ vraag ik.

Ze schudt haar hoofd.

Lees verder

Everdingen

29 Sep

IMG_5651

Toegegeven, het had voorkomen kunnen worden. Dat geldt voor de meeste ongelukken. Maar het was natuurlijk ook niet echt een stevig hekje.

De buurman kwam naar buiten, op zijn klompen.

‘Da’s fraai geparkeerd,’ zei hij.

Hij belde zijn buurman, die had een trekker.

Met zijn drieën kwamen ze. De buurman van de buurman en twee jongens. Groot, stevig. Ze keken, handen in de zij.

‘Da’s fraai geparkeerd,’ zeiden ze.

Ze trokken de rode Greenwheels uit de voortuin van de familie Kers. De bumper was beschadigd, het nummerbord lag eraf, maar hij reed nog.

‘Ge het geluk gehad,’ constateerde de buurvrouw van de overkant en wees naar een betonnen paaltje.

‘Geluk zit in een klein hoekje,’ zei ik en stapte in.

In Culemborg draaide ik de Peugeot in één beweging achteruit tussen een witte Volkswagen en een oude Mercedes.  Toen ik uitstapte knikte een voorbijganger mij toe.

‘Fraai geparkeerd,’ zei hij.

Mozes

22 Sep

Toen het daglicht wegtrok uit de straten nestelde Winston zich tegen een muur. Hij ritste de kraag van zijn jas wat verder dicht, stak zijn handen diep in de zakken en staarde naar de overkant van de gracht. Een stel aangeschoten jongens kwam over de brug zijn kant op. Hij schoof de versleten weekendtas de schaduw in. Het was beter dat ze hem niet zagen.

De nachten waren erger dan hij had verwacht. Het was niet zozeer de kou, het was de dreiging die tussen de huizen hing, voortdurend, als een hyena zoekend naar een prooi.

‘Zorg dat je onzichtbaar bent,’ had Mozes hem toegefluisterd, ‘val niet op en je bent zo vrij als een vogel.’

De jongens zagen hem niet. Het was verbazingwekkend hoe makkelijk je jezelf onzichtbaar kon maken. Mensen keken niet, waren met zichzelf bezig. Zelfs een rat, die in de hoek luidruchtig rommelde in een hoopje bladeren, schonk geen aandacht aan hem. Het dier schoot tussen zijn voeten door de straat over en verdween. Toen was het stil.

Het moet zeker een uur later geweest zijn. Winston was ingeslapen, zijn rug op de koude grond, zijn hoofd op de tas. Vlak boven hem klapte een ruit uit de sponning. Het regende scherven. Hij schoot overeind, een porseleinen asbak rolde over de tegels.

Lees verder

Hands up

22 Sep

Met twee handen vol gevulde bierglazen boven mijn hoed wurm ik mij een weg tussen een zingende banaan en een nepversie van Ferry Mingelen door. Een meisje met de lippen van Angelina Jolie en de kleur van melkchocolade  bedreigt mij met een geweer. Mijn geweer.

‘Hands up!’

‘Ik krijg jou nog wel!’ roep ik quasi-geïrriteerd.

Eerst naar de snoepmeisjes, die geld in de pot hebben. Ik lever het bier af en keer terug naar het halfbloedje. Het geweer is nergens te bekennen.

‘Ik weet van niks,’ doet Pocahontas ondeugend onschuldig.

Ik fouilleer haar. Ze mag er zijn, mijn geweer heeft ze niet.

‘Dan ontvoer ik je. Je laat me geen keus.’

Mijn indiaantje werkt niet tegen, laat zich gewillig in een donkere hoek drijven.

‘Waar is mijn geweer?!’ brul ik boven Guus Meeuwis uit. ‘Je kunt een cowboy niet beroven van zijn geweer, dat maakt hem weerloos.’

‘Soms zijn dingen waar je ze niet verwacht. Of durft te verwachten…’ Brutale Hinde daagt Billy the Kid uit.

Ik betast haar nogmaals, nu onder haar gewaad. Tussen haar dijen vind ik mijn geweer.

‘Oeps…’ hijgt ze. Dit is het moment.

Maar ik laat ik mij niet verleiden. Ik steek het geweer in mijn holster en ga terug naar de snoepmeisjes – Oeteldonk bij nacht is levensgevaarlijk. Ze hebben bescherming nodig.